GGB en de Huiskamer

GGB klinkt als een drug en voor fotografieliefhebbers is het dat misschien ook wel. GGB staat voor Grote Galerie Beurs. UNSEEN pakt dit jaar na het faillissement (2020) weer flink uit, alhoewel met minder vierkante meters. Hedendaagse fotografie en vintage prints allemaal tezamen in de Westergasfabriek, vertegenwoordigd door meer dan honderd internationale galeries. Van Seoul, Zurich, Berlijn tot Utrecht, en natuurlijk Amsterdam zelf.

UNSEEN 2021 | © Peter van Tuijl

Ik heb er prachtig werk gezien en minder dan voorgaande jaren onbegrijpelijk werk.  Ook iets minder druk dan voorgaande jaren maar wellicht komt dat door de ‘veilige tijdsloten’. Het bood wel meer kijkcomfort en ik heb menigeen gesproken die erg enthousiast was over deze UNSEEN. Je kunt er gemakkelijk de hele dag ronddwalen, maar mijn kijktijd is beperkt tot maximaal drie uur. Dan heb ik het wel gezien. Geen spijt van, hoogtepunten genoeg. Ik heb kaarten of foldertjes meegenomen van de Sandau&Leo Galerie met werk van Ingar Kraus, het humorvolle werk van Isabelle Wenzel, Fatima Zohra Serri (lees over de vrouw die bariieres openbreekt binnen en buiten het museum), Lisandro Suriel (FOAM talent), Yoshiki Hase en de Nederlandse fotograaf Lara Verheijden (die overigens één van de genomineerden was voor de Rabo talent Portrait Price). O, ja ik nam ook nog de grote -bijna A0 formaat- krant van de Noorse Galerie Vasli Souza mee.

de nieuwe kunst op UNSEEN 2021 | © Peter van Tuijl

Maar och, dat gesjouw met papier hoeft tegenwoordig niet meer zo. Unseen bracht geen catalogus uit dit jaar maar alle werken zijn eenvoudig (echt heel goed!) te vinden op galerieviewer. Als je niet geweest bent, kijk naar alles wat je gemist hebt. Een voor degenen die er wel waren kunnen na dat hele geweld aan beelden zo’n geheugenopfrisser wel gebruiken.

UBSEEN 2021 | © Peter van Tuijl

De volgende dag op naar het kleinschalige van de Huiskamer. De Huiskamer is een groep van (nu) negen fotografen die gehuisvest zijn in Breda. Hun jaarlijkse expositie is een feestje vanwege de diversiteit van de fotografen en de kwaliteit van het werk. Allemaal toppers wat mij betreft.

in de ruimte waar de film (rechtsonder een piepklein stukje ervan) van ton Dirven werd getoond
HOW IT FEEL | © Peter van Tuijl

Dit jaar was ik bijzonder gecharmeerd van een van de films ‘how it feel’ van fotograaf Ton Dirven, de outcast van Kreuzberg van John Moest, ‘je mag er zijn’ van Ton Wolswijk waarmee zij in 2020 de nominatie voor FotoNationaal ontving en de serie van Peter Willemsen. Peter stelde zijn foto’s ten toon in een apart ‘hok’ van het stadskantoor.

bezoekers in ‘de vogelkooi’ van Peter Willemse | © Peter van Tuijl

Als je binnenkwam hoorde je de vogels fluiten. Logisch er hingen twee vogelkooien, echter de vogels bleken van papier. Links een reeks portretten die al meteen opvielen door hun uitsnede en beeldkracht. Rechts foto’s in een reportage van vogelaars die van vinken en kanariepietjes houden en met elkaar proberen het optimale fluiten in de buitenlucht te bereiken. Nee, nu zonder gekheid. Peter Willemse heeft een prachtige documentaire serie gemaakt die op de Huiskamer-expo ook nog eens als een installatie werd getoond. De reportage gaat over de Surinaamse vogelliefhebbers (en kwekers) van voornamelijk Surinaamse zangvogels. De twa twa, Picolet en Djack fluiten heel prachtig zo lees ik op de website van de vogelvereniging Beef-Free uit Den Haag.

Peter schrijft mij: “Als ik vanuit Kijkduin naar Delft rijd heb ik ze vaak zien staan op een grasveldje aan de Lozerlaan in Den Haag, al die vogelkooitjes. Meestal in de zomermaanden komen de leden van Beef-Free bij elkaar om hun hobby te beoefenen. Het kweken, houden en trainen van hun TwaTwa. Een klein Surinaams zangvogeltje dat moet gaan fluiten. Op het veld word een competitie gehouden tussen de vogels wie het meeste fluit in 15 minuten. Het is een serieuze bezigheid waar voor de eigenaren toch wel wat op het spel staat. Een winnende vogel wordt dan weer wat meer waard. De Surinaamse eigenaren zijn zeer vriendelijk en hebben mij toegang gegeven tot hun veld om de foto’s te mogen maken. Het project is nog niet afgerond en zal ook in 2022 nog door gaan.”  Deze foto van de ‘vogelkooi’ van Peter Willemse | Peter van Tuijl

Van de hectiek van Unseen naar de relatieve rustige huiskamer, overigens wel met fotografie die ook daar het hart sneller deed kloppen. Dat dan weer wel.

20 eenentwintig nabij Hilvarenbeek

BERT en HENK krasse knarren

donderdag 2 september 2021, nabij Hilvarenbeek

Henk en Bert

Fietsend door de uitgestrekte Brabantse velden -tussen de weilanden met koeien- zag ik ze. Aanvankelijk als twee stipjes in een bijna onmetelijk groen vlak, dichterbij werden het twee mannen met zonnekleppet op campingstoeltjes en een vliegtuigje. Een model zweefvliegtuig met in de kist nog een paar. “Deze was stuk en heb ik gerepareerd”, sprak de langste van de twee. “We gaan even kijken of nu alles goed werkt.” Goh, leuke hobby, was mijn reactie. Henk, de langste vroeg of ik uit Eindhoven kwam. Ondanks dat ik al meer dan dertig jaar in de Achterhoek woon en werk, is het Woensels dialect kennelijk nog steeds hoorbaar. Als snel vertelde Henk en Bert over hun hobby. Model zweefvliegen heeft iets beta-achtigs met wetenschappelijke en meteorologische aspecten. De hobby is betaalbaar mede omdat ze hun vliegtuigen zelf bouwen. Ze zijn niet radiografisch bestuurd. “Wij maken gebruik van de luchtstromingen en onze vliegtuigen vliegen ongeveer 3 tot 5 minuten zelfstandig. Ze landen dan pakweg een kleine twee of drie kilometer verderop. Op onze leeftijd nog een flink stuk lopen. Vroeger hollend, nu meer wandelend”, aldus Bert. Henk wordt dit jaar 91 en Bert is net 90. Eerder fotografeerde ik in Middelburg de oudste middenstandster die nog 6 dagen in de week in haar winkel staat, mevrouw Nes 99 jaar oud. Ook Leo in Rijen, een modelbouwer (dat behoort tot het toeval) én winkelier van 83 die zowel de shop als de website beheert, eveneens 6 dagen in de week. Nu dan misschien wel de twee oudste model zweefvliegers in Nederland. Bert en Henk, krasse knarren.

Henk

Henk en Bert, met een positieve mindset. Met een beetje pijn in de benen vanwege de oude bloedvaten en een iets lager tempo, maar nog steeds met plezier in hun hobby en gelukkig in het leven staand, mede door de al jaren bestaande vriendschap.

Henk en Bert
Bert
Bert

Gelukkig

De lockdown hield ons in juni op bekend terrein. Weg in eigen land. Alles lijkt dan een excuus voor de fotografie. Een simpel mand pruimen, een vogel in de lucht of een klein museum met de resten van de looproute. Alles lijkt goed, als er maar gefotografeerd kan worden.

In Veere – een toeristisch plaatsje – zit een echtpaar, wachtend op de koffie. Zo te zien duurt het knap lang of is er misschien iets anders aan de hand. Zonder dat ik de reden weet maak ik er een foto van. We hebben allemaal weleens even een chagrijnig moment, ik ook. Overigens dat hoeft hier niet eens het geval te zijn. We hebben ons oordeel vaak snel klaar. Ik maak de foto veel meer vanwege de dame op de achtergrond. Het valt op dat zij de houding van de man bijna kopieert. Terwijl ze niets met het echtpaar te maken heeft. Kijk dat noem ik nu toeval, het toeval van het kleine moment. Toevalligheden zijn heel vaak bepalend om de foto te maken, zeker voor straatfotografen. Gary Winogrand heeft eens gezegd dat de straatfotograaf die aarzelt altijd te laat is. Hij kan het weten want gedurende zijn niet al te lange leven – hij stierf al toen hij 56 was – maakte hij bijna 6 miljoen foto’s waarvan hij er ongeveer een half miljoen niet eens gezien heeft. In de laatste jaren van zijn leven fotografeerde hij uitsluitend, hij nam niet eens de moeite om zijn films te ontwikkelen, laat staan dat hij er afdrukken van maakte. Dus beter één teveel geschoten, denk ik dan. Ik weet zeker dat niet iedereen het hier mee eens is. De landschapsfotograaf zal er heel anders over denken en de fotograaf die het stilleven fotografeert kan moeilijk anders om het een ‘stil leven’ te laten zijn. Een straatfotograaf werkt meer impulsief en als je naar de analoge contactstroken kijkt van de straatfotografen van weleer dan zie je daar de situaties in de straat aan je voorbijtrekken, beeld na beeld vaak een heel rolletje van 36 stuks negatieven lang. Kijk maar eens naar het grote Magnum boek (betaalbare paperback uitgave) met de contactbladen van verschillende fotografen. Ook kun je op de site van Magnum een kijkje nemen waar verschillende contactsheets worden aangeboden voor aardige prijzen. Als je wilt verzamelen of alleen wilt kijken.

Overigens op de site van fotograaf Eric Kim kun je een heel inspirerend boek downloaden over straatfotografie en het belang van contactsheets. Überhaupt is een bezoek aan het adres van zijn website en vooral zijn blog een feest, waarschijnlijk ook voor jou.

Terug naar het toeval. De betekenis van situaties worden soms groter gemaakt door het toeval. Er worden verbindingen gelegd die er niet zijn. De suggestie van de foto gaat verder dan de bestaande werkelijkheid. Ik ben er blij mee.

Even verder tref ik een tafereeltje dat ik interpreteer als stilte voor de storm. Ik wil het wel uitschreeuwen: “mensen wees of wordt vrolijk, het is zomer”! Maar ik houd mijn mond en maak de foto, toeval opnieuw.

Ik zoek de liefde, het geluk. Dat moet ook in toeristisch Veere te vinden zijn, zeker op zo’n mooie zonnige zomerdag. Juist dan en daar!

Gelukkig, het geluk lacht me toe! Paul Young zong het al: “Love is in the air” in Veere.

Rondkijken, rondhangen, rondlopen …. deze keer in Veere op zoek naar het geluk van alledag!

Voor de komende periode wens ik iedereen veel toeval en geluk toe!

Wandelen, geen kunst aan

Met zo’n uitspraak moet je voorzichtig zijn. Voordat je het weet sta je op de lange tenen van een serieuze kunstenaar. Richard Long is er zo een!

Alle foto’s Middelburg: ‘walk along lines’ summer 2021 | © Peter van Tuijl

In de jaren zestig van de vorige eeuw vierde de ‘bedachte’ kunst -de conceptuele kunst-  hoogtij.  Land art was toen eveneens een kunstuiting in de lijn met minimal art of art povera. Richard Long (Bristol 1945) verhief het wandelen tot kunst en hij was niet de enige.

In absolute zin was het wandelen an sich de kunstuiting voor de land-art kunstenaars. Maar ook werden er wel ingrepen in het landschap verricht, vaak vanuit een bepaalde maatschappijkritische houding of vanuit de drang om nieuwe elementen aan het landschap toe te voegen. Om ‘de kunst’ aan anderen te kunnen overdragen – immers kunst moet toch overdraagbaar zijn – maakte deze kunstenaars – en ook Richard Long dus – foto’s tijdens de wandelingen en verzamelden ze objecten.

Long creëerde al tijdens zijn studententijd zijn eigen zogenaamde olifantenpaadje op het grasveld bij de universiteit. Elke dag liep hij over het nieuw te vormen pad en zijn creatie fotografeerde hij elke dag.

Jan Dirk van der Burg is thans Fotograaf des Vaderlands. Een van zijn projecten was ‘het olifantenpaadje (2011). Veel van zijn werk is typologisch van aard en in zijn werk weet hij de dagelijkse dingen op een bijzondere manier te tonen, met humor met een filosofische ernstige ondertoon voor wie er zo naar wil kijken. Hij maakt van veel van zijn projecten een boek. Kijk op zijn website voor meer informatie.

Een olifantenpaadje -soms ook wel afstekertje of afsnijdertje genoemd is een niet-officieel fiets- of wandelpad dat bedoeld en onbedoeld door gebruikers van de reguliere fiets- en wandelpaden in de loop van de tijd wordt gecreëerd. Van A naar C via B is altijd langer dan van A naar C. Daar hoef je zelfs de stelling van Pythagoras niet voor te kennen. Nog sterker het is één van de axioma’s in de wiskunde. De kortste verbinding tussen twee punten is een rechte lijn.

Nog even terug naar de landschapskunstenaar Long. Hij maakt in het landschap bijzondere sculpturen die hij daarna fotografeert. Hieronder staat daarvan een fotovoorbeeld. Maar op zijn website vind je er nog veel meer ….

In de aard der dingen: kunst over mobiliteit, lichtheid en vrijheid. Eenvoudige creatieve handelingen van wandelen en markeren over plaats, plaats, tijd, afstand en meting. Werkt met grondstoffen en mijn menselijke maat in de realiteit van landschappen. De muziek van stenen, paden van gedeelde voetsporen, slapend bij het gebrul van de rivier. [© Foto en tekst Richard Long]

De Nederlandse fotograaf Michel Szulc Krzyzanowski maakte vanaf 1975 tot midden jaren tachtig een groot aantal foto’s waarin het landschap een belangrijke rol speelde. Eigenlijk moet het preciezer geduid worden. Zijn foto’s gingen over tijd, ruimte en licht en waren altijd in een reeks gemaakt. Deze sequenties zijn wereldberoemd geworden. Zijn ingrepen op het landschap waren fotografisch van aard en het uitgangspunt voor hem was de fotografische reeks, anders dan bij de land-art kunstenaars. Alhoewel de verschijningsvorm veel overeenkomst heeft is het uitgangspunt anders, dat van de fotograaf tegenover dat van de landschapskunstenaar.

Op zijn Website schrijft Michel Szulc Krzyzanowski “Het maken van sequenties was een hulpmiddel in mijn persoonlijk groeiproces. In 1985 constateerde ik dat het belemmerend zou gaan worden wanneer ik daarvoor sequenties zou blijven gebruiken. De effectiviteit nam namelijk sterk af. Ook kreeg ik het gevoel dat na 14 jaar sequenties maken, alles wat er in die specifieke beeldtaal te zeggen valt door mij was vastgelegd. Ik wilde niet in herhalingen gaan vallen en doorgaan met het variëren op oude ideëen. Ik wilde geen epigoon van mezelf worden. Ik wilde verder groeien en nieuwe fotografische wegen inslaan.

Wandelen is niet alleen kunst maar kent ook een wetenschappelijke insteek. Mijn Iphone telt mijn stappen maar evenzeer mijn trapbewegingen en neemt aan dat beide bewegingen hetzelfde resultaat te moeten geven als het gaat om de afgelegde weg. Als ik 40 km heb gefietst geeft mijn stappenteller steevast ongeveer 10 km aan. Volgens recent wetenschappelijk onderzoek zou een hoog aantal stappen per dag de kans op een langer leven sterk vergroten. En hiervoor zou je niet eens 10.000 passen per dag hoeven te zetten. Mogelijk dat de Iphones van de toekomst de gedane stappen meteen omzetten in verlenging van het leven in minuten en seconden. Waarschijnlijk is het ingewikkelder, maar ja vliegen naar de Maan, Mars of Venus was lange tijd ook niet eenvoudig.

In de afgelopen weken heb ik wat meer opgelet…. Het wandelen is niet hetzelfde als het lopen. Het ‘grote lopen’ doe je in de stad of op je werk, wandelen in het bos en de heide of tijdens de lunchpauze met je collega in de nabijheid van het complex of de winkel waar je werkt. Lopen is voortbewegen zonder waarneming of mijmering. Het dient het doel om ergens te komen en je ding te doen. Wandelen is je ding doen. Misschien een op zichzelf staande kunst.

de kunst van het wandelen

versus het fysieke van het lopen

In de voetsporen van een ander, een miniwandeling of loop, niet in het museum als ‘landart’ maar gewoon op straat in Middelburg.

de kunst van het wandelen of toch het fysieke doelbewuste voortbewegen van A naar B | © Peter van Tuijl

‘sisters, walking simultaneously and yet differently within a second’, Antwerpen 2021 | © Peter van Tuijl

DE TWEEDE LEG … KRONKELS EN SPINSELS

Twee boekjes van fotovrienden krijgen in een tijd van een paar weken. Lekker is dat. Een boekje (vanwege de maat van 21 x 21 cm, spreek ik van boekje) vol met fotografie van John Moest. De titel van het boek is ‘de tweede leg’. Door het volk wordt hierover heel verschillend gedacht. Van het sneue type die -op leeftijd- voor de tweede keer opnieuw de pampers of poepluiers (oei, dat is ook weer achterhaald, maar als ‘milieubewussie’ noem ik het toch maar even) staat om te doen of te verschonen tot ‘hij is nu weer helemaal tot bloei gekomen in zijn nieuwe vaderrol’.

Van mij mag het allemaal, ik hoop oprecht dat de mens gelukkig is of wordt in het leven dat hij/zij leeft. Maar het boekje van John gaat niet over ‘de nieuwe vaders’ maar om foto’s waar hij tot dan niet -of nauwelijks- naar omgekeken had. De afvallers, het niet relevante misschien zelfs het betekenisloze beeld die bij nader inzien, zoveel jaar later, tot een hogere orde verheven worden. We kennen allemaal de relatieve waarde van het moment. Honger maakt rauwe bonen zoet. Als ik naar mijn oude negatieven of digitale bestanden kijk, komen allerlei herinneringen boven die dat ene specifieke beeld overstijgen. De foto krijgt een andere dimensie en een nieuwe betekenis door de tand des tijds. Misschien is ook je opvatting veranderd ten aanzien van de fotografie op zich. Ging het je pakweg 25 jaar geleden misschien om een mooie esthetische plaat te maken, terwijl je nu veel meer geleid wordt door de emotie die een foto bij je oproept. Door het boekje van John heb ik met veel plezier gebladerd en gekeken temeer daar de combinaties van foto’s op de dubbele pagina’s elkaar ook nog eens lekker versterken qua verhalende betekenis. En dat allemaal op een van mijn favoriete terreinen gemaakt, de straat!

Drie pagina’s uit ‘de tweede leg’ | © John Moest

Het andere boekje is van Jac Mostert en is getiteld ‘kronkels en spinsels’. Jac is fotograaf maar in dit boekje staat geen enkele foto. Nou ja, de omslag is wel een foto. In het boekje staat alleen maar tekst. Zelfverzonnen uitspraken, bijna allemaal als dubbelzinnen. Een enkele keer heeft hij zijn vondsten in drie zinnen aan het papier toevertrouwd. Het is niet dat je even op een regenachtige achternamiddag gaat zitten om ze te verzinnen. Het moet een jarenlange verzameling van observaties zijn geweest die geleid hebben tot dit soort uitspraken. Wat dat betreft is het eigenlijk net als fotografie: gegoochel met de werkelijkheid. Er valt je iets op en je maakt er een foto van. Er valt je iets in of je ziet wat en je maakt er een ‘dubbelzin’ van.

Het boekje heeft als ondertitel ‘Perfectie bestaat. Alleen in de geest.’ Eigenlijk ook een dubbelzin!

De eerste uitspraak ‘In Nederland vangen wij boeven. Met een schepnet met grote mazen.’ Niet alleen grappig maar ook maatschappijkritisch? Of dan de meer filosofische uitspraak  ‘Als je met het verleden bezig bent. Sta je met je rug naar de toekomst.’ Zo kan ik nog even doorgaan met uit het boekje van Jac te citeren. Er staan in totaal meer dan 600 uitspraken in! Vooruit nog een paar met toestemming van Jac.

‘Je kunt van bomen wel planken maken. Maar van planken geen bomen.’ En om in het kader van het -voor Oranje zo teleurstellend- EK voetbal te blijven: ‘Het is moeilijk. Om een schaduwspits op het veld te dekken.’ Ik moet er niet teveel op een dag lezen want dan is mijn dag tekort. Dus af en toe lees ik er een voor aan mijn vrouw.

Een foto moet ergens over gaan

Dat lees ik op de site van een van mijn collegae fotocoaches. Ik ben het daar hartgrondig mee eens. Soms schep je een verhaal zo van de foto af. De actiefoto van een sporter die stuiterend van de adrenaline juichend de finishlijn passeert, laat zich eenvoudig lezen. Een melancholisch portret zal minder het verhaal vertellen en meer een gevoel of emotie bij een beschouwer doen oproepen. Deze beide voorbeeldfoto’s gaan, op verschillende gronden, ergens over. Ik maak nu een strikt onderscheid maar zo simpel hoeft het natuurlijk niet te zijn. Vaak is er sprake van ‘en-en’. Zowel bij de ‘verhalende’ foto als de meer emotioneel gerichte foto moet de beschouwer niet alleen open staan bij kijken naar de foto, maar ook een foto willen zien. Zien is meer dan kijken alleen. Zien streeft naar het geven van betekenis van het kijken. Kijken doe je met je ogen. Zien is een rationele én emotionele bezigheid. Deze dubbele bezigheid veronderstelt kennis en vaardigheid en heeft van doen met competenties als aandacht, openstaan voor het andere en sensitief reageren. Foto’s zijn er in vele ‘soorten en maten’ en we zien naast de verhalende en de emotioneel getinte foto’s ook de abstracte non-figuratieve foto’s voorbij komen. Gaan die ook ergens over? Niet over de situatie, het verhaal, ook niet over de emotie zoals zichtbaar in bijvoorbeeld het portret, een landschap of stilleven. Het portret, landschap, stilleven verwijzen naar de werkelijkheid, naar het ‘herkenbare’ (of minder herkenbare). In de meeste abstracte foto’s ontbreekt die verwijzing. Heel vaak zoeken we toch een parallel met de wereld om ons heen. De abstracte foto die op een landschap lijkt of verwijst naar het universum. Als zelfs dat niet aan de orde is, lijkt de foto elke betekenis verloren te hebben. Dat moet je natuurlijk niet aan de maker vragen. Voor hem of haar is er wel degelijk sprake van een betekenis. Vaak als uiting van een creatief proces, vaak ook als uiting van een innerlijke beleving, vaak ook als een esthetische schepping van vlakken, lijnen, kleuren en wat dies meer zij. Bij dit soort foto’s telt de waarde van het proces of de gemoedstoestand waarin het gemaakt is dan wel het esthetische dat de de foto vertegenwoordigt. Daarom wil ik de uitspraak ‘een foto gaat altijd ergens over’ enigszins nuanceren in ‘een foto heeft altijd betekenis’.

Zelfs als we denken dat een foto nergens over gaat, heeft de foto naar mijn idee nog steeds betekenis. Altijd voor de maker én (hopelijk vaak) voor een beschouwer die herkent (of erkent) wat de maker heeft beroerd of waarom hij/zij het gemaakt heeft.

Deze foto maakte ik vorige week van enkele krakers die vlak aan de boulevard in Noordwijk zich enkele panden hebben toegeëigend. Uiterst vriendelijk stonden ze mij te woord. Een van hen maakte de opmerking dat de meeste mensen hun geen blik waardig keurden en ik hen zomaar aan sprak. Enfin het verhaal in de foto is wel duidelijk zichtbaar onder andere door alle huiselijke spullen voor de deur en bovendien is hun houding er een van alledaagse gezelligheid. In het pand was Viev1 gevestigd. Ik heb even opgezocht waarvoor Viev1 staat. Daarmee krijgt de foto nog net weer een ander ‘verhaal’. Grappig hoe dingen bij elkaar kunnen komen.

Viev1 personal training en bootcamp heeft maar één missie – jou helpen bij het streven naar een gezonde en energieke leefstijl. Hoe druk je ook bent, wat je conditie ook is en welke budget je ook hebt, wij zorgen er samen voor dat sport een vast onderdeel wordt van je leven. Een routine waar je naar gaat hunkeren.” [citaat van de website van VIEV1]

ANTWERPEN PHOTO

Van 26 juni tot 26 september is het historische Loodswezengebouw, tussen de Schelde en het MAS, de uitvalsbasis van het 2e AntwerpPhoto Festival. Wat is er te beleven? Ontdek wat er vandaag leeft in fotografie en kies uit een uitgebreid programma.

Ga naar de site en bekijk het interessante programma. En vergeet niet de Internationale Dag van de Fotografie op 19 augustus 2021. Maak er wat van!

4-7-2021 | sunday 18 degrees Celcius | from the train near Nijmegen | © Peter van Tuijl

Corona Confrontatie

Zijn naam -Theo- met telefoonnummer stond al meer dan een jaar in mijn notitie-app. Op 31 mei kwam ik Theo tegen bij de Aldi. Hij had een vernuftige rolstoel die gekoppeld kon worden aan een scootmobiel waardoor hij snel in het verkeer was én wendbaar in de ‘kleine ruimte’. Ik sprak Theo aan vanwege zijn fraaie gezichtstattoos en al snel raakten we in een levendig gesprek over lichaamsversiering én zelfs over tattoos als lichaamskunst als uiting van de ziel. Meer dan tien jaar geleden liep ik tattooloos allerlei conventies af om mensen mét tattoos te fotograferen. Het is eigenlijk wel vreemd als je als kleinburgerlijk mannetje juist het extreme in beeld wilt brengen. Voor mij een drijfveer om de eigen keuze van het individu te tonen, het niet-gewone in beeld te brengen. Verhalen via beelden maken waarin de mens, juist die mens, groter wordt. Dat soort overwegingen kwamen ook weer naar boven bij de ontmoeting met Theo en ik vroeg of ik hem een keer mocht fotograferen. ‘Dat mag en kan’ was zijn antwoord en zo belandde zijn 06-nummer in mijn digitaal notitieboekje. Corona was de spelbreker om in de maanden die volgden een afspraak te maken. Gisteren wilde ik hem bellen. Mijn jongste kleinkind zit samen met een kleinkind van Theo op de basisschool. Onder de noemer, ‘je kunt nooit weten’ appte ik mijn schoondochter of ze wist of er misschien iets bijzonders met Theo was. Even later belde ze dat Theo gestorven was aan de gevolgen van corona, nog geen twee maanden geleden en een paar weken nadat zijn vrouw, ook door corona, gestorven was. De aantekening in mijn notitie-app is met één vingerbeweging verwijderd maar de impact veel groter. Immens voor de familie natuurlijk, maar ook ik heb gisteren de rest van de dag vaak aan de situatie gedacht en ook vandaag laat het me niet los, ondanks dat ik Theo slechts ‘een paar minuten kende’. Een vaccinatie, een paar maanden eerder, had alles zo anders kunnen doen zijn. Ik hoop dat er de komende periode geen vreemde varianten het leven zien en iedereen met wat extra prikken zomer én winter -en daarna- veilig het leven kunnen blijven vieren.

tattoo conventie 2004 | foto maakte deel uit van de serie PUUR, BMK expositie in FOAM 2005 | © Peter van Tuijl

de KAMER

De Franse Magnum-fotograaf Raymond Depardon (1942) maakte meer dan 40 boeken en vele films. Hij werd geboren in Villefranche-sur-Saône en leerde op jonge leeftijd het fotograferen van de plaatselijke opticien. In 1958 sloeg hij zijn vleugels uit en vertrok naar Parijs. In 2020 gaf hij een nieuw boek uit met oud werk, namelijk foto’s van de boerderij van zijn ouders uit zijn jeugdjaren.

La Chambre | © Raymond Depardon

Het is een poëtisch en beschouwend werk geworden en zeker verrassend te noemen als je kijkt naar het werk waarmee Depardon later furore maakte. Hij fotografeerde o.a. de sloppenwijken in Glasgow, politiek beladen onderwerpen in Amerika en de psychiatrie in Italië.

La Chambre | © Raymond Depardon

De foto’s uit zijn vroege jeugd werden gemaakt met lange sluitertijden met een grootformaat camera.  Elk beeld laat een stil tafereel zien binnen en rond de boerderij. De kleinste details werden zijn fotografische onderwerpen: een stoel, een tafel, behangpatronen. Elke foto en de elementen erin roepen herinneringen op van degene die er naar kijkt, ongeacht of je vroegere thuis een boerderij was of een stadse woning. De foto’s herbergen een spanning tussen wat was en wat is geworden. Een verwijzing naar het verleden.  

USA. Chicago. Grant Park. Anti-Vietnam war protest. 1968. | Raymond Depardon

Een aantal jaren gelden ontmoette ik Depardon in Arles waar hij een grote overzichtsexpositie had. Het veelkoppige publiek hing aan zijn lippen. Bij elke foto ging hij in op de betekenis die de foto voor hem had. We luisterden naar een fervente liefhebber van fotografie én het leven van alledag.

Een bekende uitspraak van Depardon is “Ik dacht aan niets anders dan fotografie”

Het is de vraag of een dergelijke uitspraak de waarheid is of in sociaal opzicht ook als goed te betitelen is, maar het tekent de man en zijn werk natuurlijk wel.

Het boek La Chambre is als een nieuw limited edition-boek verschenen en voor 200 euro te koop…. Voor verzamelaars een aanrader, denk ik. [Voor als je verder een indruk wilt hebben, klik dan hier.]

Het werk van de Franse fotograaf Raymond Depardon is in Nederland vrij onbekend. In 2005 schreven Frits Gierstberg (Curator Nederlands Fotomuseum Rotterdam) en Nico de Klerk (onderzoeker van het Nederlands Filmmuseum) een boek (twee essays) over de fotograaf/filmer. Juist de combinatie -de cross over- van fotografie en film maakt Depardons werk belangrijk. [Raymond Depardon Photographer and Filmer, Engels 144 pagina’ | 9789059730403]

20 eenentwintig in Middelburg

In het midden van de etalage hangt een gebreide blokkendeken met ingetogen kleuren. Het interieur van de winkel oogt traditioneel klassiek waarbij de bollen wol en breigaren door de verscheidenheid aan kleuren ook wel voor een vrolijke noot zorgen. Toch is mijn indruk dat degene die de winkel runt dat al heel wat jaartjes doet. Ik vraag mijn vrouw of ze geen breiwol of iets anders nodig heeft. Helaas, niets van dat al. Dan maar zo naar binnen gestapt. Na enkele ogenblikken komt een prachtige oudere dame met een enigszins statige houding uit de donkerbruine deur de winkel in. Nog voordat ze me vraagt wat ik nodig heb, stel ik me voor en vertel dat haar winkel prachtig is en doet denken aan de glorieperiode van voor de webwinkels en dergelijke. Ze beaamt dit en vertelt dat de inkomsten uit het handwerkmateriaal zeker niet voldoende zijn om in het levensonderhoud te voorzien. “Maar dat hoeft ook niet meneer. De winkel is van 1931 en ik ben mijn vader en moeder opgevolgd, nu al weer ruim tachtig jaar geleden. Ik vind het fijn dat ik nog van betekenis kan zijn voor anderen en dat ik door de mensen in de winkel contact heb.” Een winkel die 90 jaar oud is en waar ze al 80 jaar in vertoeft…. Met enige schroom vraag ik naar haar leeftijd. “Volgende maand word ik 100 en ik werk nog met plezier 6 dagen in de week. De winkel is mijn ontspanning zeker nu ik wat ouder ben. Ik moet er niet aan denken om te stoppen.” Iemand die haar winkel overneemt is er niet.

Wat een ontmoeting! Waarschijnlijk is Annie Mes de enige honderdjarige middenstander in Nederland die elke dag nog in haar winkel bezig is. Ik hoop dat de winkel haar nog een flinke periode de nodige ontspanning bezorgt.

Annie Mes, 4 juni 2021. Over een maandje wordt Annie 100 en ze runt nog 6 dagen in de week haar wolwinkel. | Peter van Tuijl

20 eenentwintig in RIJEN

LICHT las ik op het uithangbord met daaronder Service Kim Roksnoer. Boven het bord een neonverlichting met het oude gedateerde logo van Philips. De vergane glorie werd geaccentueerd door de al jarenlange niet gewassen ramen van de winkel. Dit kon niks van doen hebben met de relatief korte verplichte winkelsluiting als gevolg van de pandemie. Een kijkje door de stoffige ruiten leerde me dat hier iets anders aan de hand was. Lampenkappen, spotlights, plafonnieres, gloeilampen in doosjes van weleer en ook de oude kassa toont me een wereld uit lang vervlogen tijd. Een tijd waarin kleine middenstanders nog niet opgeslokt waren door de grote woonboulevards zoals ‘de Leen Bakkers’. Ik wil graag weten waarom deze middenstander de pijp aan Maarten heeft gegeven. De ingang van winkel en woonhuis is aan de zijkant. Een hekwerk met een groot hangslot vormt de barrière van mijn wens tot nader contact. Ik maak enkele foto’s door mijn cameralens tegen het vuile glaswerk te duwen. Het contrast zal wel navenant zijn, de werkelijkheid verloochent zich niet.

Aan de andere zijkant van het tussensteegje is nog een winkeldeur met daarop geplakt een grote poster van een vliegtuigvleugel en de tekst ELBÉ hobbysupply. Het accent aigu op de laatste e lijkt me, niet alleen vanwege de uitspraak, van belang. Zowel het accent aigu als de toevoeging supply geven net iets meer cachet aan zo’n zaak.

Na binnenkomst verbaas ik me over zowel de grootte als de spullen die er allemaal uitgestald staan. Zo’n winkel in een klein Brabants dorp, toen modelbouwen nog een hobby was die door handige pubers werd bedreven, heeft die heden ten dage nog wel bestaansmogelijkheden? In het centrum van de winkel de vriendelijk ogende eigenaar. ‘Dag’, zeg ik, ‘ik ben Peter en liefhebber fotograaf en soms professioneel. Nu ben ik met vakantie en kwam hier per toeval langs.’ “Ik ben Leo en al mijn hele leven lang modelbouwer” is zijn reactie. “Deze winkel heb ik al meer dan 40 jaar”. Ik vraag hem waar ik zijn buurman van de lampen zou kunnen vinden. “Dat is een triest verhaal. Rik wilde eigenlijk helemaal niet meer in zijn winkel werken. Hij verkocht nauwelijks en deed er ook niet al teveel moeite voor. Al jaren liep de zaak niet meer. Hij had kind noch kraai en misschien had hij zijn interesse in zowel de winkel als veel van het leven al lang verloren. Ruim twee jaar geleden vond zijn zuster hem boven in bed. Krachteloos en sterk vermagerd met een ziekelijke kleur. De dokter twijfelde geen moment en Rik ging nog dezelfde dag met de ambulance naar het ziekenhuis. Na twee dagen was hij weer thuis, met iemand van de verpleging. Uitbehandeld, zoals dat genoemd wordt. Dat klopte wel want iets meer dan twee weken later was de crematie. De belastingdienst heeft beslag op het pand en de inboedel gelegd en sindsdien dansen de muizen op tafel. Hij mocht maar 57 worden.”

Leo vertelt dat hij tijdens de lockdown zijn oude modelbouwtafel van zolder heeft gehaald. De verkoop was alleen via internet en had hij alle tijd om zelf te bouwen. De speciaalzaak van Leo is geen onbekende in modelbouw-Nederland. Als hij zijn bouwjaar aan mij noemt -1937- al jarenlang, denk ik. Leo is één met het bouwen van modellen, puber gebleven. Zijn winkel ziet er echt heel goed uit en hij mag daar echt trots op zijn en ik wens hem toe dat dit nog lang zo mag blijven.

See the world

Fotografen kijken per definitie naar de wereld. Wat de fotograaf wil zien, toont hij anderen. Soms is dat de echte wereld, of de wereld zoals je deze graag zou zien. Ook de fictieve wereld wordt getoond evenals de persoonlijke wereld. De waarheid over de wereld bestaat dan ook nauwelijks, denk ik. Het is datgene wat je ziet, beleeft of ervaart. Wat voor de een de waarheid is wordt door de ander als een leugen gezien. In deze tijd zijn al heel wat wappies én niet-wappies over elkaar heen geduikeld. De leugen regeert, ook na Trump, zolang mensen hun eigen beelden als waarheid verspreiden.

the truth wins from the lie ? | foto Peter van Tuijl

Afgelopen periode maakte ik vier korte impressies met mijn leugenachtige waarheden, met foto’s die al weer een tijdje geleden gemaakt zijn. Archiefwerk zou je het kunnen noemen. Maar de waarheid is het nog steeds niet. Een van de impressies kun je hier bekijken, maar neem ze met een korreltje zout.

ENCOUNTERS in VENICE

Venetië is al op slot sinds 23 februari 2020 sinds daar voor het eerst het coronavirus werd geconstateerd. De pruiken en de oude japonnen ten spijt besloot de provincie destijds per direct maatregelen te nemen en het carnaval af te gelasten terwijl in Brabant het feest gewoon -in alle hevigheid- losbarstte. Toeristen zijn er sindsdien nog nauwelijks geweest. Maar als de hele wereld gevaccineerd is zal het er weer als vanouds aan toegaan. Met miljoenen tegelijk zullen weer te vinden zijn in de met water omgeven stad. Mijn ontmoetingen vóór de corona in dit ruim vier minuten durende filmpje. Voor als je wilt kijken.

MIKADO

Uit de serie ‘Mikado’ | © Igor Omulecki

Deze foto en soortgelijke andere foto’s van de Poolse fotograaf Igor Omulecki kwam ik tegen in het maartnummer van het Duitse Fotomagazine PHOTONEWS [Zeitung für Fotografie]. Is het autonome kunst of vertelt de fotograaf iets over oorzaak en gevolg, heeft het met structuur van materialen te maken of gaat het gewoon over mooie kleurtonen. In ieder geval werd ik getriggerd om er langer naar te kijken en op zoek te gaan naar deze fotograaf. Igor Omulecki [Lodz, 1973] heeft er voor doorgeleerd om als kunstenaar door het leven te kunnen gaan. In 1994 behaalde hij het diploma aan het college voor theater- en filmkunsten, in 2015 een graad in de fotografie en in 2018 nog een mastergraad aan de academie voor de kunst in Szczenin. Ik ben niet echt op de hoogte van het kunstonderwijs in Polen om e.e.a. in te kunnen schatten maar er klinkt in ieder geval gedrevenheid en de wens tot vergroting van deskundigheid in door. Op zijn website zie ik dat hij in de laatste jaren veel seriematig werk maakt met een sterk conceptueel en autonoom karakter. Dat was eind jaren negentig nog net wat anders. Daar zie je vooral foto’s van mensen -vrienden wellicht- op een persoonlijke manier in beeld gebracht.

1997 © Igor Omulecki
2000 © Igor Omulecki

Over Mikado schrijft hij dat de inspiratie voor deze serie ontstond toen hij zijn zoontje van negen zag spelen en bouwen met houten materialen. Hij heeft vervolgens allerlei objecten -voorkomend in de natuur of in de ‘technologische wereld’- gefotografeerd en zijn foto’s als installaties met behulp van de computer opgebouwd. Zijn argumentatie of artistiek statement is …. “We benaderen computertechnologieën met afstand en wantrouwen. Hoewel we ze beschouwen als niet behorend tot de biologische wereld, sluiten we ze uit van de cirkel van de natuur. Dit begrip, waarin we sterk differentiëren tussen technologie en natuur, is gebaseerd op de overtuiging van wederzijds isolement van verschijnselen in onze wereld. We vergeten dat technologie een creatie is van een biologisch mens. Alle uitvindingen zijn geconstrueerd op basis van en lijken op onze zintuigen en mogelijkheden om ze te gebruiken. Op deze manier is technologie een uitbreiding en evolutie van de biologische wereld. Interessant is dat de mens als biochemisch fenomeen de neiging heeft om anorganische verschijnselen te marginaliseren. Alsof het universum alleen leven omvatte. Het is een egocentrisch en beperkt denken. Ik zie een man als een biologische machine.”

Zo dat is nog eens een mooie verklaring voor je werk. Wat ik misschien in eerste instantie zie als een spielerei of een ‘ver-weg-van-de-werkelijkheid- krijgt door dit statement een veel diepere betekenis. Soms heb je het verhaal van de fotograaf nodig om zijn strevingen en uitingen te kunnen begrijpen of er minstens begrip voor te hebben.

Alhoewel de vergelijking kant noch wal raakt doet dit me plotseling wel denken aan de poppen van Hans Bellmer uit de jaren 30-40 van de vorige eeuw.

The Doll c.1936 Hans Bellmer 1902-1975 Presented by Tate Members 2003 http://www.tate.org.uk/art/work/T11781

Bellmer [Katowic, Polen 1902- Parijs, Frankrijk 1975] zei destijds over ‘zijn’ poppen onder andere …..“Het geslacht is geprojecteerd op de oksel, het been natuurlijk op de arm, de voet op de hand, de tenen op de vingers. Zo ontstaat er een eigenaardige mengeling van echt en onecht, van wat mag en niet mag, waardoor het ene bestanddeel aan realiteit wint wat het andere daaraan inboet.” Wat destijds wellicht als ridicuul, minderwaardig of pervers werd gezien bleek voor Bellmer een artistieke uiting om de niet-werkelijkheid, de surrealiteit, weer te geven. Overigens in verschillende kringen werd hij door zijn uitleg er niet minder om verguisd.

Wat weet u van dansen ?

Mijn vrouw vroeg me laatst of we nog op dansles zouden gaan. Eens voelde ik me een hele piet als ik de tango met haar danste. Maar al snel werd me duidelijk dat, ondanks mijn soepele tred in het dagelijks leven, dansen niet echt mijn ding was. Althans om het zelf te beoefenen. Ik ben nog van het tijdperk van de Beatles en de Rolling Stones en de wat vreemde heupbewegingen en losjes uit de pols gebaren gingen me dan ook goed af. Maar echt dansen, ho maar, ondanks dat ik haar op een dansavondje heb ontmoet. De vraag over dansles verbaasde me dan ook enigszins, maar gelukkig bleek het een grapje naar aanleiding van een cartoon in de Volkskrant.

de dans, Rotterdam 2014 | foto Peter van Tuijl

Toch overweeg ik nu serieus om me op het vlak van de dans te gaan bewegen. Aanleiding is de aankondiging die ik al een tijdje geleden onder ogen kreeg van Gery ten Broek. Gery is een voortreffelijk portretfotograaf die in deze corona tijd al weer vooruit kijkt. “Voor als we al weer mogen en kunnen”, zegt ze. Zij en Petra Teeuwsen -eveneens fotograaf met specialisatie dans- hebben de handen ineen geslagen en gaan in de zomerperiode een masterclass geven. Nu de vaccinatie stilletjes op gang komt en de lockdown zijn hoogtepunt wel bereikt lijkt te hebben, kijken we allemaal reikhalzend uit naar het contact. Ik had het bijna met hoofdletters geschreven het CONTACT. De realist in me zegt dat knuffelen -anders dan met je eigen geliefde- er voorlopig zeker nog niet inzit, maar samenkomen op mogelijk iets minder dan ‘anderhalvemeter’ ligt wel degelijk in het verschiet. Dus zo’n masterclass is zo gek nog niet. Zeker omdat portret en dans twee disciplines zijn die fotografisch prachtig tot uitdrukking gebracht kunnen worden. Voor de liefhebbers op naar het licht -La Lumière- in Nuth deze zomer!

Voor verdere informatie raadpleeg de websites! La LumièreGery ten BroekPetra Teeuwsen