Het thema van de dag van de fotografie 2026 is THUIS. Bij de oproep van het foto’s voor het boek, schreef ik al dat bhet een onderwerp/thema is dat breed geïnterpreteerd kan worden. Een aantal jaren geleden heeft Magnum samen met Fujifilm een grootschalig mondiaal project gestart met vijftieb topfotografen. In dit artikel kun je zien (en verder, maar dat is een kwestie van ‘doorklikken’) op welke manier deze fotografen dat hehbben aangepakt én uitgewerkt.
Ik voel me behoorlijk ongemakkelijk als ik naar de foto’s uit de serie ‘Outside of the Inside’ kijk van de Zweedse fotograaf Martina Holmberg. Zij maakte deze serie juist om de kwetsbaarheid én de kracht te laten zien van de mens.
Op verschillende manieren ben ik diep onder de indruk …
Ik vraag me af bij het zien van de serie. Wat is de mens, wat is menselijk, waardoor ontmoet je de mens. Hoe verhoudt zich het uiterlijk met het innerlijk. Wat zijn mijn vooroordelen en die van anderen bij het kijken naar deze foto’s. En wat is leven in termen van kwetsbaarheid en kracht. Hoe sterk kan iemand zijn om zich te tonen, hoe dan ook.
In elke foto ligt een persoonlijke geschiedenis besloten. Zelf zegt ze in verschillende interviews dat ze de mensen niet wil afbeelden als slachtoffers of als helden, maar juist als mensen. Ik denk dat je deze foto’s alleen maar kunt bekijken als je dat met dezelfde empathie doet als waarmee Martina Holmberg deze foto’s heeft gemaakt.
Kijk voorzichtig alsjeblieft. In alle stilte en met veel gevoel. De foto’s laten mij opnieuw kijken naar alle mensen, naar hun zijn, hun verleden, hun kwetsbaarheid én hun kracht. Zie de gehele serie op haar website.
Kijk verder op de website van Martina Holmberg en verbaas je over de prachtige poëtische gevoelige en krachtige fotoseries die ik beschouw als persoonlijk documentair werk maar evenzeer veel over de wereld van ons allemaal vertellen.
BIOGRAFIE Martina Holmberg Ik ben fotograaf en schrijver en woon in Stockholm, Zweden. Mijn werk beweegt zich tussen documentaire en artistieke praktijk, met een focus op aanwezigheid, kwetsbaarheid en het lichaam als drager van geleefde ervaringen. Ik ben geïnteresseerd in het subtiele – in wat zich niet laat definiëren. In plaats van te verklaren of te categoriseren, probeer ik ruimte te creëren voor iets om simpelweg te zijn. Een gezicht, een lichaam, een moment. Niet als symbool of verhaal, maar als een spoor van leven. Ik begon al vroeg met fotograferen en bracht tijd door in de donkere kamer met mijn vader, kijkend hoe beelden langzaam tevoorschijn kwamen in de bakjes. Dat gevoel van stille aandacht – van wachten tot er iets verschijnt – blijft mijn werk vormgeven. In de loop der jaren heb ik tien boeken gepubliceerd en internationaal gewerkt aan zowel redactionele als langlopende projecten. Mijn werk is tentoongesteld, bekroond en op grote schaal gepubliceerd, waaronder de Taylor Wessing Portrait Prize. [bron: website Martine Holmberg]
Iedereen heeft een eigen gezicht en dankzij de kenmerken daarvan weten we wie Pietje, Jantje, Marietje of Iris is. Toch slaat soms de twijfel toe, bijvoorbeeld wanneer ik me in het gezelschap van Japanners of Chinezen bevind. Er zijn zelfs mensen die er niet in slagen die twee nationaliteiten van elkaar te onderscheiden. Mensen die lijden aan prosopagnosie – gezichtsblindheid – herkennen zelfs het gezicht van hun partner of ouders niet. En als ze voor de spiegel staan, denken ze: wie is die figuur?
Soms passeer ik iemand op straat en denk ik hem of haar te herkennen. Van vroeger misschien, of wellicht van televisie. Een andere keer kijk ik in de ogen van een mooie vrouw. Het moment is te kort om te ontdekken wat er achter die ogen schuilgaat. Ogen als spiegel van de ziel.
Uit onderzoek blijkt dat veel mensen het ongemakkelijk vinden om iemand recht in de ogen te kijken. Echt kijken, zonder weg te glijden met de blik. Wanneer gaan de ‘luiken’ van mensen eigenlijk open?
Onlangs kwam ik een fotograaf tegen die, zo lijkt het, er een sport van maakt om zich achter maskers te verbergen. Niet letterlijk, maar zijn gezicht is op iedere foto verborgen achter een of andere ‘outfit’. Wie is hij? En waarom doet hij dit?
“Jarenlang heb ik het grootste deel van mijn werk gericht op ‘gezichtsloze portretten’. Deze benadering daagt onze traditionele perceptie van identiteit uit in een wereld die overspoeld wordt met selfies.”
De foto’s van Dauba laten je misschien glimlachen, of roepen bewondering op vanwege de enorme creativiteit waarmee hij zichzelf telkens opnieuw verhult. Misschien vraag je je af wat de diepere betekenis van zijn beelden is. Zijn foto’s zijn surrealistisch, anoniem en bezitten tegelijkertijd een zekere intimiteit.
Maakt het ons nieuwsgierig wanneer we een gezicht niet kunnen zien?
Een gezicht is immers veel meer dan alleen de fysieke voorkant van het hoofd. Het is een primair middel voor interactie, herkenning en het overbrengen van emoties. Het fungeert als een spiegel van de ziel en maakt communicatie tussen mensen mogelijk. Het gezicht zorgt voor verbinding. Intenties worden zichtbaar.
We reageren anders op een blij gezicht dan op een verdrietige blik. Het maakt dat we ons verantwoordelijk voelen voor de ander. Bij een hechte vriend of een familielid reageren we natuurlijk anders dan bij iemand die we toevallig tegenkomen, maar zelfs dan speelt mimiek een belangrijke rol. Het gezicht van de ander laat ons niet onverschillig.
Wanneer iemand zijn of haar gezicht afwendt of verbergt, wordt ons de mogelijkheid ontnomen om die eerste, primaire reactie te ervaren.
‘Je gezicht spreekt boekdelen’
Psychologisch gezien is dat geen toeval, maar een fundamenteel aspect van menselijke communicatie. Ons gelaat vormt een onbewuste, razendsnelle informatiestroom die emoties, intenties en zelfs sociale (on)zekerheden verraadt.
De fotografie van David Dauba dwingt ons om op een andere manier naar de ander te kijken. De betekenis verschuift naar andere kenmerken. Is er iets af te lezen uit de lichaamshouding? Kunnen de objecten in zijn handen iets vertellen? Of zeggen de kleuren van zijn kleding meer dan we denken?
We moeten op zoek naar datgene wat we normaal gesproken rechtstreeks uit de mimiek afleiden.
Bekijk zelf eens wat deze gezichtsloze foto’s van David Dauba met jou doen. Welke betekenis hebben ze voor jou, anders dan een kunstje of een maniertje om een serie in een herkenbare vorm te gieten?
Ik ben daar erg benieuwd naar. Misschien wil je een korte reactie n.a..v. deze blog sturen, of er zelfs een eigen externe blog aan wijden. Ik publiceer die graag én met plezier.
Tot slot nog een greep uit gezichtsloze foto’s die ik in de afgelopen jaren maakte.
Naar aanleiding van de tentoonstelling van haar recentste werk ‘Seven Stones’ in Teheran gingen de redactie van het Belgische Magazine BRREEDBEELD in gesprek met de Iraanse fotograaf Shadi Ghadirian. Ghadirians omvangrijke oeuvre strijdt tegen hardnekkige stereotypen en geeft Iraanse vrouwen het gezicht dat het regime hen ontneemt. Afwezigheid en gemis zijn de pijlers waarop ze haar recentste serie bouwt.
fotograaf Shadi Ghadirian
Juist nu… wat er zich allemaal afspeelt in de wereld …
Gisteren mocht ik de expositie van Machiel Zwarts en Victor van Lieshout openen in Galerie ‘langehezel46‘ in Nijmegen. Een prachtige middelgrote galerie, intiem door de verschillende deelruimten en sfeervol vanwege het eeuwenoude gebouw. Zeker niet de laatste plaats waar je als fotograaf/kunstenaar wilt exposeren. Dus niet alleen het prachtige fotowerk van Machiel en Victor, maar ook de plek maakte deze opening tot een feestje. En het werd een mooie opening met een groot aantal gasten en twee glunderende fotografen.
In deze blog de woorden tijdens de opening. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik mijn voorbereide speech niet uit mijn zak heb gehaald. Dus wat ik gisteren uitsprak was meer voor de vuist weg, in de sfeer van de omgeving en zeker ook uit het hart met hier en daar een enkele ‘uh’ of een extra uitweiding. In de kern klopt het onderstaande wel.
In het huis van de verbeelding
“Als bloemen verwelken, planten verdorren, appels verrotten of bananenschillen verdrogen, ontstaan er nieuwe, fotogenieke werelden. Ik zie wat jij niet ziet…”
“Mijn foto’s vertonen vaak een gelijkenis met de natuur; zoals bomen, bloemen, maar soms ook met landschappen of buitenaardse werelden. Je kunt zelfs overeenkomsten vinden met het vaatstelsel van het menselijk lichaam.”
De eerste is feitelijk een citaat op de website van Victor van Lieshout en de tweede is een kwestie van wat knip en plakwerk van teksten uit het boek KRISTALLENTUIN en van de website van Machiel Zwarts.
Daarmee is de toon voor deze opening meteen gezet. Welkom in het huis van de verbeelding.
Een plek voor kunst
Aan de Lange Hezel 46 in Nijmegen bevindt zich zo’n plek waar kunst niet alleen getoond wordt, maar ook beleefd. De ruimte van Hettie Laarakker ademt intimiteit en aandacht. Het is een omgeving die uitnodigt om te kijken en je te laten verrassen.
Want dat is precies waar deze tentoonstelling om draait: verbeelding.
Wanneer is fotografie kunst?
We kennen allemaal de pasfoto. Een functioneel beeld, een registratie van hoe we eruitzien. Maar is dat fotografie als kunst? Waarschijnlijk niet.
Niet alle fotografie is kunst. Kunst ontstaat waar de fotograaf keuzes maakt: wat wordt vastgelegd, en hoe. In die keuzes, het WAT en het HOE, schuilt de betekenis van het beeld.
Daar begint de verbeelding.
De Franse filosoof Roland Barthes beschreef ooit de relatie tussen fotografie en werkelijkheid. Een foto toont wat geweest is, maar bestaat in het heden. Het moment is voorbij, en tegelijk blijft het bestaan zolang de foto er is. Dat maakt fotografie paradoxaal: wat was, is en ook wat is, was.
Elke foto draagt daarom twee werelden in zich: de werkelijkheid van het moment én de interpretatie van de fotograaf.
De driehoek van de fotograaf
De fotograaf is de eerste schepper van de verbeelding. Door onderwerpkeuze en uitvoering geeft hij of zij vorm aan het beeld. Daarbij is dus van belang het wat en het hoe. Maar er is meer en dat is de reden van de fotograaf voor het maken van de beelden, de foto’s. Dat is het WAAROM.
Elke foto beweegt zich in een driehoek:
WAT wordt gefotografeerd
HOE het wordt vastgelegd
WAAROM het wordt gemaakt
Dat laatste, het waarom, maakt het verschil tussen vakmanschap en kunst. Hoe persoonlijker de drijfveer, hoe sterker het eigenaarschap van het beeld.
De rol van de kijker
Wanneer een foto eenmaal bestaat, treedt een ander in de voetsporen van de maker. Maar als kijker lopen we altijd een stap achter. We zien het beeld, maar niet de ervaring erachter. Niet de zintuiglijke waarneming, niet het moment zelf.
Dat vergroot de afstand tussen beeld en werkelijkheid nog verder. En toch ligt juist daar de ruimte voor verbeelding: in wat wij als kijker toevoegen.
Twee fotografen, twee werelden
Het werk van Victor van Lieshout en Machiel Zwarts beweegt zich precies in dat spanningsveld.
Beiden zijn al jarenlang actief als fotograaf en verbonden aan Fotoclub Nijmegen. Ze kennen elkaar, delen een fascinatie voor verbeelding, maar werken vanuit verschillende uitgangspunten.
Als we naar de foto’s van Machiel kijken, wanen we ons de ene keer in een bijzonder landschap, een andere keer boeien de geometrische vormen en de ruimtelijkheid en bij weer andere foto’s verbazen we ons over de kleurenpracht en het licht-donker spel. En steeds zien we dat wat we zien niet overeenkomt met hetgeen we kennen uit het dagelijks leven. De foto van de kelk in een mystieke ruimte doet ons de suggestie over een kerkelijke omgeving van bovennatuurlijk leven. Machiel speelt ook enorm met de presentatie en het mooie is dat je ziet dat de vorm, onder andere de presentatie, de inhoud van zijn foto’s versterkt. Transparante foto’s die infereren met het buitenlicht dat door de ramen valt of foto’s waarin achtergronden een zekere ‘umwelt’ zijn van de inhoud van het eigenlijke beeld. En dat allemaal als het gevolg van het kijken in een microscopisch kleine wereld.
De foto’s van Victor zijn zelf gecreëerde beelden, ‘kreaturen’ zoals hij ze zelf noemt. Hij toont de ‘kreaturen’ met menselijke eigenschappen en emoties zoals boosheid, verdriet of juist met blijdschap en vreugdevol. Zijn creatieve ‘kreaturen’ en ook zijn ‘appelfoto’s’ zijn eigen gemaakte, met de hand gevormde, beelden. Op zich zou je deze creatieve driedimensionale beelden plastieken van de verbeelding kunnen noemen. Daarvan foto’s maken is het scheppen in het kwadraat. In deze tentoonstelling laat hij enkele ‘kreaturen’ in het echt zien, als beeld dus. De plastieken zijn relatief klein, pakweg 12 cm qua lengte. De vergelijking van het plastiek met de foto daarvan, ook in de galerie tentoongesteld, laat ook nog eens zien dat fotografie over een eigen specifieke beeldtaal beschikt en dat daarmee de foto’s ook een andere betekenis krijgen.
Ze vinden elkaar in de verbeelding
Hun materialen verschillen, hun werkwijze ook. Maar in het uiteindelijke beeld vinden ze elkaar. Beiden gaan voorbij aan het pure realisme. Ze tonen geen directe werkelijkheid, maar een getransformeerde wereld.
Een wereld die balanceert tussen herkenning en abstractie.
Bij Machiel ontstaan uit een minuscuul detail grootse landschappen en geometrische structuren. Bij Victor wordt het beeld als het ware dubbel gecreëerd: eerst het object, daarna de foto. Scheppen in het kwadraat.
Wat hun werk ook verbindt, is verwondering.
Hun beelden zijn niet vanzelfsprekend. Ze vragen om aandacht, om tijd. Ze zijn het resultaat van kijken, experimenteren, toeval toelaten en vervolgens keuzes maken. Een druppel onder een microscoop wordt een universum, een creatie met bananenschillen rottende appel een verhaal.
En als kijker worden we uitgedaagd om mee te gaan. Om te kijken met een open blik. Om niet alleen te zien, maar ook te voelen. Beschouwend kijken noem ik dat.
Tot slot
Deze tentoonstelling laat zien hoe rijk fotografie kan zijn wanneer verbeelding de ruimte krijgt. Een wereld van vorm en inhoud. Van esthetiek en betekenis. Van fantasie en fascinatie. Een wereld die je niet zomaar tegenkomt, maar die hier in deze galerie, een huis van de verbeelding, tastbaar wordt.
Gefeliciteerd, Victor en Machiel, met deze bijzondere tentoonstelling.
24 april t/m 3 mei 2026 | Expositie open vrij, zat, zon 13.00 – 17.00 uur |Lange Hezelstraat 46 Nijmegen
“Er is een dunne lijn tussen ergens helemaal in opgaan en verdrinken in je eigen enthousiasme.” Ik houd mezelf graag voor dat ik die lijn netjes in de gaten houd… maar eerlijk is eerlijk: na drie exposities in één week begint het soms toch een beetje te schuiven.
En dan moet de week van de FOTOGRAFIE (in de week van Hemelvaart) nog komen.
Want in mei verandert de Lebuinuskerk in een walhalla voor fotografieliefhebbers. Echt zo’n plek waar je binnenstapt “voor even” en er een paar uur later, of misschien wel pas aan het eind van de dag, weer uitkomt, lichtelijk overdonderd en vol ideeën.
Het begint op dinsdag, met prijsuitreikingen en lezingen onder andere door de ‘oude fotograaf des vaderland’ Jan Dirk van der Burg. Misschien nog een beetje een dag voor insiders/genodigden (wel heel veel), maar daarna is het hek van de dam. Vier dagen lang fotografie in alle soorten en maten.
Mijn advies? Ga niet haasten. Kies een dag (of beter: meerdere), regel een fijne slaapplek in de buurt en geef jezelf de tijd om rond te dwalen, te kijken, te luisteren en je te laten verrassen.
Woensdag is bijvoorbeeld zo’n dag waarop je blijft hangen. Maartje van den Heuvel neemt je mee in de geschiedenis van de fotografie in drie lezingen van formaat.
Dat klinkt misschien heel serieus, maar dat is het allesbehalve. Verwacht verhalen die blijven plakken en je vanuit de geschiedenis van toen inspireren voor de fotografie van nu!.
Yili notes that it is often girls who drop out of school. “I have more boys than girls in my class. Another challenge is girls getting pregnant. It happened to one of my best friends. She dropped out of school and couldn’t find a job. Now she stays home with her baby. Her situation is difficult.”
With support from Plan International’s back-to-school program, Yili was able to resume her education. She still does homework while helping her mother at home, but the financial support allows her to devote more time to her studies. “If I had to do housework all my life, I would be so bored. That’s why I want to go to school. Physics and chemistry, and learning new things, that’s what I love.”
Donderdag schakelt weer moeiteloos door: Chris de Bode en Veronique Jansen vertellen over de Zilveren Camera, Rutger van der Hoeven duikt in iconische foto’s… en alsof dat nog niet genoeg is, wordt ook nog eens de uitslag van de Bondsfotowedstrijd bekendgemaakt.
Vrijdag is een beetje de dag waarop het gaat kriebelen. Workshops, fotoreviews en vooral dus zelf kijken, doen, leren. Altijd leuk, en vaak verrassend.
En dan zaterdag. Ook weer een favoriete dag voor velen. Presentaties van de landelijke groepen van de Fotobond, een reeks lezingen… en ergens vroeg in de ochtend nog eentje van mij over documentaire fotografie.
Je hoort het al: ik heb er zin in. De Week van de Fotografie is er dit jaar niet zomaar. Het is een viering van 200 jaar fotografie, georganiseerd door de Koninklijke Fotobond. En dat merk je aan alles.
Dus ja, enthousiasme is hier wel op z’n plaats, zeker met zo’n veelzijdig en interessant programma.
En verdrinken? Ach… als het ergens mag, dan is het hier in de fotografie.
Afgelopen week gaf ik een lezing over straatfotografie bij enkele fotoclubs en vertelde daar dat ik begin jaren 80 enkele favoriete fotografen had. Zonder ze na te willen doen, wilde ik wel van ze leren. William Klein was er een van. Ik bewonderde hem vanwege zijn directe confrontatie, de rauwheid in zijn beelden en de nabijheid van de mensen die hij fotografeerde. Bij Martin Parr was het meer de humoristische, soms de enigszins satirische thematiek in zijn foto’s. Ook het feit dat hij vaak gedurende langere tijd werkte aan een bepaald onderwerp of thema beviel me. Dat hij niet schuwde om ‘zijn eigen mensen’ op de korrel (én de hak) te nemen maakte hem tot iemand die de fotografie heel nadrukkelijk in een, weliswaar luchtig, maatschappelijk kader plaatste.
Mark Cohen, toen een nauwelijks bekende fotograaf in Europa, vond ik zeker ook wat hebben. Hij hanteerde vreemde uitsneden en composities. Alsof hij me daarmee wilde vertellen dat fotografie in eerste plaats over inhoud en betekenis gaat en misschien pas op de ‘zoveelste plaats’ om het ‘perfecte en mooie’ plaatje. Cohen heeft veel later (rondom de jaarwisseling 2014-2015) nog een redelijk grote expositie onder de titel Dark Knees gehad in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Door zijn dichtbij opnamen gecombineerd met hard flitslicht en in rauw zwart-wit was het voor de liefhebbers een ‘beeld van het unieke kijken’. Overigens, zeker niet iedereen dacht er zo over.
OP NAAR PARIJS
Martin Parr overleed afgelopen december (2025) redelijk onverwacht ondanks dat bekend was dat hij ernstig ziek was. Maar hij ging alsmaar door met fotograferen, exposities samenstellen (ook van andere fotografen in zijn foundation in Bristol), het maken van fotoboeken en geven van flink wat lectures. Hij is een markante en belangrijke figuur in de fotografie en zeker een van de topfotografen als het gaat om straatfotografie. In zijn documentaires, die ik beschouw als reeksen straatfotografie, heeft hij heel wat verteld over sociale en maatschappelijke aspecten in onze samenleving. Het Magnum-agentschap beschouwt hem als één van de belangrijkste naoorolgse fotografen en ze hebben nu een grote expositie aan zijn werk gewijd in de Magnum Galerie in Parijs
Ga kijken als je toevallig ook nog een paar dagen in de Franse hoofdstad bent, wellicht om ook nog straatfoto’s te maken. Tot 6 juni aanstaande kun je er terecht.
OOK IN FOAM AMSTERDAM
Very Modern and Rather Ugly
Maar ook als je wat dichter bij huis wilt blijven (en ook heerlijk de straat op wilt) kun je terecht in Amsterdam. Foam brengt een eerbetoon aan de Britse fotograaf Parr van 3 april tot 12 augustus 2026. Very Modern and Rather Ugly is zeker de moeite van het bezoeken waard, temeer daar ook zijn vroegste (zwart-wit) werk in de expositie is opgenomen.
Deze week publiceerde PHOTO COM de krachtige winnende foto’s van 55 vrouwen uit AAP Magazine.
Een van de vrouwen is de Nederlandse professionele fotograaf Leonie van der Helm. Overigens fotografie is ook wel een (oneerbiedig gezegd) ‘familiedingetje’, namelijk haar moeder Annelize van der Helm behaalde enkele weken geleden het BMK-predicaat met de serie ‘schaduwkind’, de hoogste onderscheiding in de georganiseerde vrijetijdsfotografie. Een felicitatie is hier dan ook zeker op zijn plaats en beiden een grote fototoekomst!
SCHADUWKIND
Deze serie laat mij als kind zien door de stille schaduwen van mijn jeugd die nooit helemaal begon. In lege kamers, achter ramen en in vervaagde contouren ontvouwt zich mijn wereld waarin afwezigheid luider spreekt dan woorden. De beelden laten sporen zien van mijn angst, eenzaamheid en verdwijning. Een brteekbaar licht – een bloem en een stapje vooruit.
TUSSEN SCHADUW EN LICHT VIND IK MIJN EIGEN RICHTING, GEEN EINDE, MAAR HET BEGIN VAN EEN VOORZICHTIGBESTAAN, HET OPENT EEN WEG!
door Annelize van der Helm
Maak -waar ik deze blog mee begonnen ben- nader kennis met Leonie van der Helm (en de andere finalisten) op de site van PHOTO COM of leer haar direct kennen via de | MP4 |
Afgelopen zaterdag was de laatste bijeenkomst van het landelijk coaching traject van de Fotobond. Tien fotografen werden in juli 2025 uit een grote groep geselecteerd om deel te mogen nemen aan het zogenaamde Landelijk Mentoraat in Eindhoven. Vrijetijdsfotografen met een professionele en gedreven instelling die gedurende acht maanden aan de slag zijn gegaan met een persoonlijk project.
Ik laat hierna graag iets zien van de projecten waaraan gewerkt is. Waarschijnlijk krijg je met één foto en enkele tekstregels wel een idee van de presentaties die elke fotograaf op de laatste bijeenkomst toonde. Wat je niet ziet zijn de fraaie gebonden boeken, de transfers via een oude techniek of de blauwdrukken of cyanotypes. Het was enorm fijn om met deze groep te werken en het heeft me echt voldoening gegeven om als coach een bijdrage te mogen leveren aan hun verdere fotografsiche ontwikkeling.
Het zijn prachtige persoonlijke projecten en er is met veel betrokkenheid, diepgang en enigszins eigenzinnige wijze aan de uitvoering gewerkt. Fotografie met een grote F, wat mij betreft, door kanjers uit de top van de Nederlandse Vrijetijdsfotografie.
Miss Leeding, de creatie van Pascal | Germa van de Kamp
In 2016 had ze haar debuut in Nijmegen als Miss Leeding (inderdaad, van het Engelse misleading). Sindsdien treedt ze op voor diverse soorten publiek en op allerlei podia in Gelderland en daarbuiten. Denk je aan Miss Leeding, dan denk je aan Swarovski-stenen, een naaldhak en een arsenaal one-liners. In het weekend staat ze op het podium, maar doordeweeks is ze Pascal en staat ze voor klas. Hij zet zijn onderwijservaring in om mensen meer te leren over drag, gender en zelfexpressie. Germa en Pascal én miss Leeding werkten afgelopen jaar gezamenlijk aan het documentaire project en naar het zich laat aanzien gaat dat nog wel even door.
De klassieke betekenis van culturele identiteit houdt in de verbondenheid met een groep mensen, gebaseerd op gedeelde waarden, normen, tradities, gebruiken, taal, kunst en een gemeenschappelijk verleden. Het is een complex en dynamisch concept dat bijdraagt aan een gevoel van samenhorigheid en zelfbeeld. Dat zich uit in de manier waarop een gemeenschap zichzelf ziet en presenteert aan de buitenwereld.
Tegenwoordig is culturele identiteit niet langer meer statisch, doch eerder vloeibaar, waarbij mensen vaak meerdere culturele invloeden (hybride identiteit) combineren als gevolg van globalisering, migratie, digitale interactie, historische, geo-politieke en economisch-sociale ontwikkelingen. Deze fotoserie portretteert zes volwassen mensen met verschillende roots op een meer poëtische wijze: “wie ben ik?”. Mensen die hier aan de Maas (Limburg) hun bestaan vorm geven. | Fotografie en tekst Jos de Serière
In zekere zin is elke fotograaf een verzamelaar. Zeker niet elke fotograaf zoekt fysieke objecten, maar het verzamelen van koppen, situaties en zelfs abstractie zou je kunnen rekenen tot het sparen van iets dat je interesseert. Een bijzondere verzamelaar, pardon fotograaf is Christopher Herwig. Hij is Canadees en tijdens een fietstocht van Londen naar Sint Petersburg (2002) fotografeerde hij de bushaltes die hij tegenkwam, vóórdat ze gesloopt worden.
Het bleef niet bij die ene fietstocht. Hij heeft vijftien jaar lang door de landen van de voormalige Sovjet landen gereisd op zoek naar bushokjes. De fascinatie was de kenmerkende en unieke architectuur. Uniek omdat ze vaak door plaatselijke bewoners waren vormgegeven en gebouwd, vrijwilligers, kunstenaars in spé maar zeker geen professionele architecten. Daarmee ‘verzamelde’ hij niet alleen de bushokjes maar ook de vrije geesten die in de verschillende landen van het Sovjet tijdperk zichtbaar werden.
In 2015 werd een boek gepubliceerd en had hij in die dertien jaar inmiddels meer dan 25.000 km rondgereisd om bij zijn bushokjes te komen, soms in de middle of nowhere. Bushokjes verzamelen en daardoor rijke verhalen met de plaatselijke bevolking over creativiteit, (vermeende) vrijheid en het dagelijks leven. In 2017, na nog eens zoveel kilometer reistijd volgde een vervolgboek.
Volgens mij is de jacht op het object uiteindelijk het verzamelen van gedachten, creatieve uitingen en menselijk samenzijn. Wat het is dat de fotograaf fotografeert is misschien wel het minst belangrijk… en ook daar kun je een andere mening over hebben.
Soms als ik kijk op LinkedIn -of vroeger nog op Instagram of Facebook [ze kunnen om verschillende redenen niet meer rekenen op mijn deelname]- bekruipt me het gevoel dat foto’s soms wel heel veel lijken op andere foto’s. Misschien is het niet zo gek als we ons realiseren dat we leven in een wereld waarin dagelijks naar schatting 5,3 miljard foto’s wordengemaakt [2025]. Dat komt neer op ruim 60.000 foto’s per seconde. Logisch toch dat er gelijksoortige of zelfs dezelfde foto’s worden gemaakt. Toch propageer ik in lezingen, workshops of mentoraten persoonlijke fotografie die zichtbaar wordt door eigen onderwerpkeuze en stijl van fotograferen en uitwerken. Dan nog kan het zijn dat sommige beelden erg veel op elkaar lijken. Toch kan ik me niet aan de indruk ontrekken dat er in sommige genres een run is ontstaan op stijlimitatie. Deze week kwam het interview met straatfotograaf Phil Penman voorbij. Vanuit bovenstaande gedachte spraken zijn woorden in de intro mij aan. Niet alleen daarom verwijs ik graag naar het interview, maar zeker niet alleen daarom. Kijk zelf maar …
In 1983 reisde ik voor het eerst naar Hongarije, het communistische land met toen al een vleugje Westen. Aan de grens werden we tegengehouden door de douane man uitgerust met een heuse stengun en op de aanplakborden de boodschap ‘NO PORN en NO DRINK’. Het zag er gevaarlijk uit en het duurde ook nog eens een eeuwigheid voordat alle papieren gecontroleerd waren alvorens we de grens over mochten. Verder is de reis voorspoedig verlopen behoudens een ziekhuisbezoek vanwege een verbrande hand van een van de kinderen en een blaasontsteking van een van de meiden omdat ze geen genoeg kreeg van termaal- en andersoortige zwembaden. Maar het moet gezegd, sinds dat jaar reisden we nog vijfmaal naar het land, de laatste keer in 1989, een paar weken voor de ‘val van het IJzeren Gordijn’.
De tweeling van Eger 1983
In 1983 maakte ik deze foto van de tweeling Andrea en Veronica op de trappen van de grote kerk in Eger. Ik ben niet de eerste en zeker ook niet de laatste die naar de camaera grijpt als er tweelingen in de buurt zijn.
Tweeling in de Chinese wijk, Atwerpen 2021
Fay en Gay
Fotografe Samantha Yancey heeft een prachtige documentaire serie gemaakt over Fay en Gay.
Fay en Gay doen al bijna 90 jaar alles samen. De tweelingzussen, geboren in 1936, hebben nog geen dag van elkaar gescheiden doorgebracht. Ze bouwden samen hun huis, werkten samen, gingen tegelijkertijd met pensioen en blijven hun dagen indelen volgens dezelfde rituelen: breien, puzzelen, het bakken van hun speciale snoepjes. Ze vieren het leven met hun buren en in het ‘tweeling zijn’ is feitelijk nog niets verdwenen: ze kleden zich zelfs nog steeds hetzelfde, hun eigen keuze – altijd twee van alles. Kijk hier op de site van Photo.com voor een uitgbreide documentaire over de twee zussen.
Dichter bij huis ontdekte ik een jaar of acht geleden de Groningse fotografe Gea Schenk, ook vanwege tweelingen.
POPPO en ENGEL
Gea Schenk (1970) is in 2012 afgestudeerd als sociaal en documentair fotograaf. Ze fotografeert mensen zoals ze zijn, zowel met hun aardigheden als hun eigenaardigheden. Het zijn de dagelijkse dingen van de mensen waarnaar ze op zoek is, naar de eigenheid en de echtheid van de mens. In 2014 werd de serie Poppo en Engel genomineerd voor de SO Award of Dutch Photographers.
In 2012 ontmoet fotografe Gea Schenk de tweeling Poppo en Engel (1927). Altijd waren de broers samen. Gea Schenk volgt ze ruim twee jaar in hun nieuwe aanleunwoning en maakte een intiem verhaal op over verbroedering en verbondenheid. Er verscheen een prachtig fotoboek over.
Mary Ellen Mark
Als je eenmaal in de geschiedenis duikt van tweelingen in de fotografie, dan mag de naam én het werk van de Amerikaanse fotografe Mary Ellen Mark[1940-2015] niet ontbreken.
In de zomers van 2001 en 2002 reisde Mary Ellen Mark met een grootformaat Polaroidcamera naar Twinsburg, Ohio, voor het jaarlijkse Twins Days Festival. Fascinerend zijn zowel de fysieke gelijkenis van de eeneiige tweelingen vast als juist de subtiele verschillen tussen elk paar. Ze maakte een jaar later het boek TWINS en daarvoor interviewde ze verschillende tweelingen telefonisch. Met een scala aan anekdotes en serieuze verhalen legde ze de intense band tussen broers en zussen heel persoonlijk vast.
De Nederlandse fotografen Monique Eller en Bodine Koopmans werkten in 2015/2016 samen aan het project Double Dutch met hedendaagse beelden van tweelingen van 3 tot 93 jaar. Daarvan maakten ze samen een mooie expositie over. Kijk hier als je meer wilt weten over het project.
Anders en toch gelijk …
Diana Arbus
In het werk vanDiana Arbuswordt altijd het ‘Andere’ weerspiegeld! Twee belangrijke terugkerende thema’s in haar werk waren ‘andersheid en anders-zijn’. Arbus was van nature bedreven in het ontdekken van de eigenaardigheden van mensen en hun vermogen om het bizarre te omarmen. Zo wordt ook gesproken over de ogenschijnlijk lieve foto van twee zusjes, de identieke tweeling Roselle (1967). Het is een iconische foto die volgens Arbus zelf tot één van haar beste behoorde. Mensen interpreteren de foto in eerste instantie vaak als heel gewoon. Maar dan ontdekken ze de verschillen in de gelijkenis en juist die verschillen bepalen de betekenis én de kracht van het beeld. Het begrip tweeling wordt als het ware door deze foto ‘ter discussie’ gesteld. Waarom zijn ze zo verontrustend anders …
Roger Ballen
Een andere fotograaf die met slechts één foto van een tweeling de wereld schokte is Roger Ballen. Ballen begon met fotograferen tijdens zijn werk als geoloog in Zuid-Afrika . Door zijn baan kon hij bijna elk klein dorp en stadje in Zuid-Afrika bezoeken, waardoor hij beelden kon vastleggen van de bewoners en arme blanke kolonisten die aan de rand van de samenleving leefden, waaronder de tweeling Dresie en Casie [gefotografeerd in 1993].
Op de foto lijken zij enigszins angstaanjagend, misschien zelfs gemeen enin ieder geval enigszins achterdochtig…. Waarschijnlijk omdat ze niet wisten wat de fotograaf met hen deed. De foto toont de tweeling, boerenjongens, in vuile kleren met warrig haar, terwijl hun monden kwijlen en hun shirts nat maken. De foto verrast velen en er werd en wordt soms ook heel afkerend op gereageerd. Anders dan bij Arbus waar het verschil tussen twee jonge mensen met dezelfde genen tot een andere ‘zijn’ aan de orde is, lijkt Ballen met zijn foto veel meer de zwakke sociale en maatschappelijke positie van mensen op het platteland tot onderwerp te kiezen.
er lijkt geen eind te komen aan de verhalen over tweelingen ….
Ik bedenk dat ik eerder blogs heb gemaakt over fotograaf Colette Lukassen. Een van haar series ging over ‘gelijke genen’. Daarbij zit ze op het spoor van de tweelingen. Echter Colette stelt de vraag naar de gelijkheid van de genen. Is het alleen 100% of mag het ook minder zijn… , 50% bijvoorbeeld. Een serie die gemaakt is in een periode voorafgaand aan de keuze voor pleegouderschap. Verwarring van gevoel voor eigen kinderen t.o.v. een pleegkind, op zoek naar een gevoel van liefde voor andere genen dan de ‘eigen’.
De vraag naar ‘hetzelfde zijn’ in relatie tot de genetische afkomst, is het thema van de Franse fotograaf Francois Brunell. Hij zoekt en fotografeert op elkaar lijkende mensen, maar die geen familie van elkaar zijn. Hij heeft inmiddels al meer dan 250 look-alike-portretten gemaakt. Tweelingen, zeker eeneiige, zijn altijd dubbelgangers. Maar dubbelgangers die elkaar niet eens kennen en soms meer dan duizend kilometer van elkaar wonen …
Sanne Terlouw maakt een documentaire reeks met 52 eeneiige tweelingen. Ze beperkt zich niet tot het ene portret, maar voorziet het ‘leven’ van de tweelingen van context door meerdere foto’s en hen te maken in verschillende situaties. Met name daardoor kun je weer anders gaan kijken naar verschillen tussen de mensen. De titel van haar project is een onderstroom van liefdewat m.i. ook veel zegt over de intentie van de fotograaf. Sanne is schrijfster en de foto’s gaan dan ook gepaard met interviews. In 2021 verscheen een boek van het project en dat is op haar website te bestellen.
Peter Zelewski [Detroit, woont in Londen] is portret- en documentairefotograaf. Zijn portretfotografie richt zich op het verkennen van mensen, cultuur en het hedendaagse stadsleven. Hij maakte een documentaire over eeneiige tweelingen. Ondanks dat de mensen voortkomen uit hetzelfde basismateriaal ontwikkelen ze zich vaak tot heel verschillende volwassenen. Een verschillende stijl, hobby’s en smaak is eerder gewoon dan je aanvankelijk denkt. Mensen maken eigen keuzes waardoor hun levens verschillende kanten op kunnen gaan. Maar meestal blijft er ondanks de verschillende levens een hechte en liefdevolle band bestaan. Die combinatie van individualiteit en hechte band interesseerde en stimuleerde Zelewski tot dit project. https://peterzelewskiphotography.com/alikebutnotalike
“Ik heb ruim vier jaar besteed aan het onderzoeken van de unieke, eigenzinnige relaties tussen verschillende sets identieke tweelingen, terwijl ik me tegelijkertijd afvroeg hoe identiek ze werkelijk zijn. Sommigen verloren op onverklaarbare wijze tegelijkertijd hun gehoor, anderen ontgrendelen elkaars telefoons met hun ononderscheidbare vingerafdrukken en, misschien nog verrassender, sommigen konden het niet met elkaar vinden. Deze verzameling van 44 krachtige en ontroerende portretten, vergezeld van intieme citaten, geeft inzicht in een van de meest fascinerende menselijke relaties. Om uw exemplaar van ‘Twins’ rechtstreeks bij Hoxton Mini Press te bestellen, klik hier .” [Citaat van de website van Peter Zelewski]
Sanne de Wilde en Bénédicte Kurzen
Voor Sanne de Wilde zijn tweelingen brengers van geluk en welvaart. Zij heeft samen met Bénédicte Kurzen een project gedaan in Nigeria [2018-2019].
Werkelijk een heel bijzonder project met, als je het mij vraagt, een grote documentaire waarde. Daarom een geweldige afsluiter van deze blog.
Ieder mens met een broer of zus is ‘een deel’ van een tweeling, niet in de formele wereld maar in de spirituele. Dit is een wijdverbreid geloof in Nigeria. De twee fotografen waarvan Bénédicte in Nigeria woont en Sanne er vaak verblijft maakten de fotoserie met tweelingen [Land of Ibeji] die horen bij de traditie onder het Yoruba-volk. Deze serie is eerder bekroond met de eerste prijs voor portretten bij World Press Photo. .
Op mijn website staat in ‘mijn wie ben ik’ dat William Klein, Mark Cohen en Martin Parr mijn grote voorbeelden waren toen ik in de jaren tachtiig serieus begon te fotograferen. Je kunt ze de inspiratiebronnen van destijds noemen, waarvan de waarden van hun fotografie nog steeds, weliswaar fragmentarisch, zichtbaar zijn in mijn huidige fotografie. Het blijft nooit bij die oorspronkelijke grootheden die je als fotograaf gevormd hebben. Nieuwe fotografen, grote nieuwe meesters maar ook onbekende namen, beïnvloeden je werk voortdurend.
Nick Hannes is zo’n fotograaf die naar mijn idee geweldig werk maakt. Ik bewonder zijn aanpak en in de uitwerking het onverwachte en zijn enigszins humorvolle blik. Ook zijn maatschappelijk engagement is van belang om hem, als fotograaf maar vooral ook als mens, te ‘omarmen’. Ik heb twee belangrijke boeken in mijn boekenkast staan. Red Journey uit 2009 met daarin een beeld van het communisme, de val en de werelwijde impact daarvan. Ik kocht een gebruikt exemplaar met hier en daar een kreukel vertoont, maar evengoed een rijkdom aan (ver)beeldend bezit. Het andere boek ‘Garden of Delight’, mogelijk vind ik dat nog imposanter, geeft een beeld van het hypermoderne Dubai. Ik ben er nooit geweest maar het boek is een waanzinnige belevenis voor mij.
Recent kwam ik via EYESHOT zijn allernieuwste boek MIRAGE (2025) tegen. In het boek komen zijn vier belangrijkste projecten aan bod. Een jaar eerder (2024) verscheen al het boek NEW CAPITAL waarin hij zes nieuwe grote steden, metropolissen tot leven laat komen.
Zeer de moeite waard is het interview met Nick Hannes (de 33e uizending) op het YouTube kanaal van EYESHOT). Een inkijkje in de straat- en documentaire fotografie met in mijn ogen belangrijke uitspraken in het algemeen en specifiek over het werk van Hannes.
MARIE SUEUR is een Franse fotografe die haar roots heeft liggen in Kameroen. Over haar fotografie schrijft ze zelf dat ze een voorliefde heeft voor het imaginaire en voor verhalen vertellen. Het zijn heel persoonlijke verhalen waarin het ongrijpbare, het mystieke en emoties voelbaar zijn. Wat mij betreft gaat het niet zozeer over wat je ziet als wel over wat je voelt als je haar foto’s bekijkt. Ze is autodidact en schuwt het experiment in de beeldtaal zeker niet. Wellicht moet je haar kunstenaar noemen die als medium fotografie hanteert.
Over de serie ‘fluisteringen van de ziel’ schrijft ze op haar website: “In een wereld die alles monitort, analyseert en controleert, ben ik gefascineerd door de schaduwen, de mysterieuze plekjes die zelfs de meest geavanceerde technologieën nog niet kunnen koloniseren. Te midden van deze ongetemde gebieden bevinden zich dromen, een uitgestrekt continent vol ambiguïteiten en duizeligheid, dat zijn waarheden fluistert in de taal van symbolen en dagdromen.”
Het lijkt nog maar zo kort geleden dat Erwin Olaf stierf, toch is hij inmiddels al ruim twee jaar niet meer onder ons. Zijn werk ERWIN OLAF freedom is in het Stedelijk te zien (nog tot 1 maart 2026). Nu, eergisteren is zijn grote vriend – de man die een belangrijke rol speelde in zijn vroegste fotografie – Hans van Manen op 93 jarige leeftijd ons ontvallen. Hans van Manen werd wereldberoemd met zijn balletten en zijn choreografie.
In het ruim 5 cm dikke boek Erwin Olaf Springveld, hard werken, hard feesten van Mischa Cohen -dat verscheen na het overlijden van Erwin Olaf- wordt Hans van Manen nogal wat keren genoemd als leermeester voor de jonge Olaf, maar zeker ook als goed vriend. In die laatste hoedanigheid maakt Erwin Olaf in 2022 een indrukwekkende documentaire ‘Erwin Olaf eert Hans van Manen’. In vijf korte series werd deze destijds op NPO 2 uitgezonden. Als je die gemiste hebt, kun je via deze link nog kennismaken met deze hommage die de vriendschap én kunstenaarschap van Olaf en van Manen toont.
Uit het boek van Mischa Cohen HARD WERKEN, HARD FEESTEN
Gegevens van het boek Erwin Olaf Springveld, hardwerken, hard feesten: Erwin Olaf Springveld | Nederlands, Hardcover, ISBN 9789029541916, verschenen 22 oktober 2024, 660 pagina’s