Afgelopen week gaf ik een lezing over straatfotografie bij enkele fotoclubs en vertelde daar dat ik begin jaren 80 enkele favoriete fotografen had. Zonder ze na te willen doen, wilde ik wel van ze leren. William Klein was er een van. Ik bewonderde hem vanwege zijn directe confrontatie, de rauwheid in zijn beelden en de nabijheid van de mensen die hij fotografeerde. Bij Martin Parr was het meer de humoristische, soms de enigszins satirische thematiek in zijn foto’s. Ook het feit dat hij vaak gedurende langere tijd werkte aan een bepaald onderwerp of thema beviel me. Dat hij niet schuwde om ‘zijn eigen mensen’ op de korrel (én de hak) te nemen maakte hem tot iemand die de fotografie heel nadrukkelijk in een, weliswaar luchtig, maatschappelijk kader plaatste.
Mark Cohen, toen een nauwelijks bekende fotograaf in Europa, vond ik zeker ook wat hebben. Hij hanteerde vreemde uitsneden en composities. Alsof hij me daarmee wilde vertellen dat fotografie in eerste plaats over inhoud en betekenis gaat en misschien pas op de ‘zoveelste plaats’ om het ‘perfecte en mooie’ plaatje. Cohen heeft veel later (rondom de jaarwisseling 2014-2015) nog een redelijk grote expositie onder de titel Dark Knees gehad in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Door zijn dichtbij opnamen gecombineerd met hard flitslicht en in rauw zwart-wit was het voor de liefhebbers een ‘beeld van het unieke kijken’. Overigens, zeker niet iedereen dacht er zo over.
OP NAAR PARIJS
Martin Parr overleed afgelopen december (2025) redelijk onverwacht ondanks dat bekend was dat hij ernstig ziek was. Maar hij ging alsmaar door met fotograferen, exposities samenstellen (ook van andere fotografen in zijn foundation in Bristol), het maken van fotoboeken en geven van flink wat lectures. Hij is een markante en belangrijke figuur in de fotografie en zeker een van de topfotografen als het gaat om straatfotografie. In zijn documentaires, die ik beschouw als reeksen straatfotografie, heeft hij heel wat verteld over sociale en maatschappelijke aspecten in onze samenleving. Het Magnum-agentschap beschouwt hem als één van de belangrijkste naoorolgse fotografen en ze hebben nu een grote expositie aan zijn werk gewijd in de Magnum Galerie in Parijs
Ga kijken als je toevallig ook nog een paar dagen in de Franse hoofdstad bent, wellicht om ook nog straatfoto’s te maken. Tot 6 juni aanstaande kun je er terecht.
OOK IN FOAM AMSTERDAM
Very Modern and Rather Ugly
Maar ook als je wat dichter bij huis wilt blijven (en ook heerlijk de straat op wilt) kun je terecht in Amsterdam. Foam brengt een eerbetoon aan de Britse fotograaf Parr van 3 april tot 12 augustus 2026. Very Modern and Rather Ugly is zeker de moeite van het bezoeken waard, temeer daar ook zijn vroegste (zwart-wit) werk in de expositie is opgenomen.
Deze week publiceerde PHOTO COM de krachtige winnende foto’s van 55 vrouwen uit AAP Magazine.
Een van de vrouwen is de Nederlandse professionele fotograaf Leonie van der Helm. Overigens fotografie is ook wel een (oneerbiedig gezegd) ‘familiedingetje’, namelijk haar moeder Annelize van der Helm behaalde enkele weken geleden het BMK-predicaat met de serie ‘schaduwkind’, de hoogste onderscheiding in de georganiseerde vrijetijdsfotografie. Een felicitatie is hier dan ook zeker op zijn plaats en beiden een grote fototoekomst!
SCHADUWKIND
Deze serie laat mij als kind zien door de stille schaduwen van mijn jeugd die nooit helemaal begon. In lege kamers, achter ramen en in vervaagde contouren ontvouwt zich mijn wereld waarin afwezigheid luider spreekt dan woorden. De beelden laten sporen zien van mijn angst, eenzaamheid en verdwijning. Een brteekbaar licht – een bloem en een stapje vooruit.
TUSSEN SCHADUW EN LICHT VIND IK MIJN EIGEN RICHTING, GEEN EINDE, MAAR HET BEGIN VAN EEN VOORZICHTIGBESTAAN, HET OPENT EEN WEG!
door Annelize van der Helm
Maak -waar ik deze blog mee begonnen ben- nader kennis met Leonie van der Helm (en de andere finalisten) op de site van PHOTO COM of leer haar direct kennen via de | MP4 |
Afgelopen zaterdag was de laatste bijeenkomst van het landelijk coaching traject van de Fotobond. Tien fotografen werden in juli 2025 uit een grote groep geselecteerd om deel te mogen nemen aan het zogenaamde Landelijk Mentoraat in Eindhoven. Vrijetijdsfotografen met een professionele en gedreven instelling die gedurende acht maanden aan de slag zijn gegaan met een persoonlijk project.
Ik laat hierna graag iets zien van de projecten waaraan gewerkt is. Waarschijnlijk krijg je met één foto en enkele tekstregels wel een idee van de presentaties die elke fotograaf op de laatste bijeenkomst toonde. Wat je niet ziet zijn de fraaie gebonden boeken, de transfers via een oude techniek of de blauwdrukken of cyanotypes. Het was enorm fijn om met deze groep te werken en het heeft me echt voldoening gegeven om als coach een bijdrage te mogen leveren aan hun verdere fotografsiche ontwikkeling.
Het zijn prachtige persoonlijke projecten en er is met veel betrokkenheid, diepgang en enigszins eigenzinnige wijze aan de uitvoering gewerkt. Fotografie met een grote F, wat mij betreft, door kanjers uit de top van de Nederlandse Vrijetijdsfotografie.
Miss Leeding, de creatie van Pascal | Germa van de Kamp
In 2016 had ze haar debuut in Nijmegen als Miss Leeding (inderdaad, van het Engelse misleading). Sindsdien treedt ze op voor diverse soorten publiek en op allerlei podia in Gelderland en daarbuiten. Denk je aan Miss Leeding, dan denk je aan Swarovski-stenen, een naaldhak en een arsenaal one-liners. In het weekend staat ze op het podium, maar doordeweeks is ze Pascal en staat ze voor klas. Hij zet zijn onderwijservaring in om mensen meer te leren over drag, gender en zelfexpressie. Germa en Pascal én miss Leeding werkten afgelopen jaar gezamenlijk aan het documentaire project en naar het zich laat aanzien gaat dat nog wel even door.
De klassieke betekenis van culturele identiteit houdt in de verbondenheid met een groep mensen, gebaseerd op gedeelde waarden, normen, tradities, gebruiken, taal, kunst en een gemeenschappelijk verleden. Het is een complex en dynamisch concept dat bijdraagt aan een gevoel van samenhorigheid en zelfbeeld. Dat zich uit in de manier waarop een gemeenschap zichzelf ziet en presenteert aan de buitenwereld.
Tegenwoordig is culturele identiteit niet langer meer statisch, doch eerder vloeibaar, waarbij mensen vaak meerdere culturele invloeden (hybride identiteit) combineren als gevolg van globalisering, migratie, digitale interactie, historische, geo-politieke en economisch-sociale ontwikkelingen. Deze fotoserie portretteert zes volwassen mensen met verschillende roots op een meer poëtische wijze: “wie ben ik?”. Mensen die hier aan de Maas (Limburg) hun bestaan vorm geven. | Fotografie en tekst Jos de Serière
In zekere zin is elke fotograaf een verzamelaar. Zeker niet elke fotograaf zoekt fysieke objecten, maar het verzamelen van koppen, situaties en zelfs abstractie zou je kunnen rekenen tot het sparen van iets dat je interesseert. Een bijzondere verzamelaar, pardon fotograaf is Christopher Herwig. Hij is Canadees en tijdens een fietstocht van Londen naar Sint Petersburg (2002) fotografeerde hij de bushaltes die hij tegenkwam, vóórdat ze gesloopt worden.
Het bleef niet bij die ene fietstocht. Hij heeft vijftien jaar lang door de landen van de voormalige Sovjet landen gereisd op zoek naar bushokjes. De fascinatie was de kenmerkende en unieke architectuur. Uniek omdat ze vaak door plaatselijke bewoners waren vormgegeven en gebouwd, vrijwilligers, kunstenaars in spé maar zeker geen professionele architecten. Daarmee ‘verzamelde’ hij niet alleen de bushokjes maar ook de vrije geesten die in de verschillende landen van het Sovjet tijdperk zichtbaar werden.
In 2015 werd een boek gepubliceerd en had hij in die dertien jaar inmiddels meer dan 25.000 km rondgereisd om bij zijn bushokjes te komen, soms in de middle of nowhere. Bushokjes verzamelen en daardoor rijke verhalen met de plaatselijke bevolking over creativiteit, (vermeende) vrijheid en het dagelijks leven. In 2017, na nog eens zoveel kilometer reistijd volgde een vervolgboek.
Volgens mij is de jacht op het object uiteindelijk het verzamelen van gedachten, creatieve uitingen en menselijk samenzijn. Wat het is dat de fotograaf fotografeert is misschien wel het minst belangrijk… en ook daar kun je een andere mening over hebben.
Soms als ik kijk op LinkedIn -of vroeger nog op Instagram of Facebook [ze kunnen om verschillende redenen niet meer rekenen op mijn deelname]- bekruipt me het gevoel dat foto’s soms wel heel veel lijken op andere foto’s. Misschien is het niet zo gek als we ons realiseren dat we leven in een wereld waarin dagelijks naar schatting 5,3 miljard foto’s wordengemaakt [2025]. Dat komt neer op ruim 60.000 foto’s per seconde. Logisch toch dat er gelijksoortige of zelfs dezelfde foto’s worden gemaakt. Toch propageer ik in lezingen, workshops of mentoraten persoonlijke fotografie die zichtbaar wordt door eigen onderwerpkeuze en stijl van fotograferen en uitwerken. Dan nog kan het zijn dat sommige beelden erg veel op elkaar lijken. Toch kan ik me niet aan de indruk ontrekken dat er in sommige genres een run is ontstaan op stijlimitatie. Deze week kwam het interview met straatfotograaf Phil Penman voorbij. Vanuit bovenstaande gedachte spraken zijn woorden in de intro mij aan. Niet alleen daarom verwijs ik graag naar het interview, maar zeker niet alleen daarom. Kijk zelf maar …
In 1983 reisde ik voor het eerst naar Hongarije, het communistische land met toen al een vleugje Westen. Aan de grens werden we tegengehouden door de douane man uitgerust met een heuse stengun en op de aanplakborden de boodschap ‘NO PORN en NO DRINK’. Het zag er gevaarlijk uit en het duurde ook nog eens een eeuwigheid voordat alle papieren gecontroleerd waren alvorens we de grens over mochten. Verder is de reis voorspoedig verlopen behoudens een ziekhuisbezoek vanwege een verbrande hand van een van de kinderen en een blaasontsteking van een van de meiden omdat ze geen genoeg kreeg van termaal- en andersoortige zwembaden. Maar het moet gezegd, sinds dat jaar reisden we nog vijfmaal naar het land, de laatste keer in 1989, een paar weken voor de ‘val van het IJzeren Gordijn’.
De tweeling van Eger 1983
In 1983 maakte ik deze foto van de tweeling Andrea en Veronica op de trappen van de grote kerk in Eger. Ik ben niet de eerste en zeker ook niet de laatste die naar de camaera grijpt als er tweelingen in de buurt zijn.
Tweeling in de Chinese wijk, Atwerpen 2021
Fay en Gay
Fotografe Samantha Yancey heeft een prachtige documentaire serie gemaakt over Fay en Gay.
Fay en Gay doen al bijna 90 jaar alles samen. De tweelingzussen, geboren in 1936, hebben nog geen dag van elkaar gescheiden doorgebracht. Ze bouwden samen hun huis, werkten samen, gingen tegelijkertijd met pensioen en blijven hun dagen indelen volgens dezelfde rituelen: breien, puzzelen, het bakken van hun speciale snoepjes. Ze vieren het leven met hun buren en in het ‘tweeling zijn’ is feitelijk nog niets verdwenen: ze kleden zich zelfs nog steeds hetzelfde, hun eigen keuze – altijd twee van alles. Kijk hier op de site van Photo.com voor een uitgbreide documentaire over de twee zussen.
Dichter bij huis ontdekte ik een jaar of acht geleden de Groningse fotografe Gea Schenk, ook vanwege tweelingen.
POPPO en ENGEL
Gea Schenk (1970) is in 2012 afgestudeerd als sociaal en documentair fotograaf. Ze fotografeert mensen zoals ze zijn, zowel met hun aardigheden als hun eigenaardigheden. Het zijn de dagelijkse dingen van de mensen waarnaar ze op zoek is, naar de eigenheid en de echtheid van de mens. In 2014 werd de serie Poppo en Engel genomineerd voor de SO Award of Dutch Photographers.
In 2012 ontmoet fotografe Gea Schenk de tweeling Poppo en Engel (1927). Altijd waren de broers samen. Gea Schenk volgt ze ruim twee jaar in hun nieuwe aanleunwoning en maakte een intiem verhaal op over verbroedering en verbondenheid. Er verscheen een prachtig fotoboek over.
Mary Ellen Mark
Als je eenmaal in de geschiedenis duikt van tweelingen in de fotografie, dan mag de naam én het werk van de Amerikaanse fotografe Mary Ellen Mark[1940-2015] niet ontbreken.
In de zomers van 2001 en 2002 reisde Mary Ellen Mark met een grootformaat Polaroidcamera naar Twinsburg, Ohio, voor het jaarlijkse Twins Days Festival. Fascinerend zijn zowel de fysieke gelijkenis van de eeneiige tweelingen vast als juist de subtiele verschillen tussen elk paar. Ze maakte een jaar later het boek TWINS en daarvoor interviewde ze verschillende tweelingen telefonisch. Met een scala aan anekdotes en serieuze verhalen legde ze de intense band tussen broers en zussen heel persoonlijk vast.
De Nederlandse fotografen Monique Eller en Bodine Koopmans werkten in 2015/2016 samen aan het project Double Dutch met hedendaagse beelden van tweelingen van 3 tot 93 jaar. Daarvan maakten ze samen een mooie expositie over. Kijk hier als je meer wilt weten over het project.
Anders en toch gelijk …
Diana Arbus
In het werk vanDiana Arbuswordt altijd het ‘Andere’ weerspiegeld! Twee belangrijke terugkerende thema’s in haar werk waren ‘andersheid en anders-zijn’. Arbus was van nature bedreven in het ontdekken van de eigenaardigheden van mensen en hun vermogen om het bizarre te omarmen. Zo wordt ook gesproken over de ogenschijnlijk lieve foto van twee zusjes, de identieke tweeling Roselle (1967). Het is een iconische foto die volgens Arbus zelf tot één van haar beste behoorde. Mensen interpreteren de foto in eerste instantie vaak als heel gewoon. Maar dan ontdekken ze de verschillen in de gelijkenis en juist die verschillen bepalen de betekenis én de kracht van het beeld. Het begrip tweeling wordt als het ware door deze foto ‘ter discussie’ gesteld. Waarom zijn ze zo verontrustend anders …
Roger Ballen
Een andere fotograaf die met slechts één foto van een tweeling de wereld schokte is Roger Ballen. Ballen begon met fotograferen tijdens zijn werk als geoloog in Zuid-Afrika . Door zijn baan kon hij bijna elk klein dorp en stadje in Zuid-Afrika bezoeken, waardoor hij beelden kon vastleggen van de bewoners en arme blanke kolonisten die aan de rand van de samenleving leefden, waaronder de tweeling Dresie en Casie [gefotografeerd in 1993].
Op de foto lijken zij enigszins angstaanjagend, misschien zelfs gemeen enin ieder geval enigszins achterdochtig…. Waarschijnlijk omdat ze niet wisten wat de fotograaf met hen deed. De foto toont de tweeling, boerenjongens, in vuile kleren met warrig haar, terwijl hun monden kwijlen en hun shirts nat maken. De foto verrast velen en er werd en wordt soms ook heel afkerend op gereageerd. Anders dan bij Arbus waar het verschil tussen twee jonge mensen met dezelfde genen tot een andere ‘zijn’ aan de orde is, lijkt Ballen met zijn foto veel meer de zwakke sociale en maatschappelijke positie van mensen op het platteland tot onderwerp te kiezen.
er lijkt geen eind te komen aan de verhalen over tweelingen ….
Ik bedenk dat ik eerder blogs heb gemaakt over fotograaf Colette Lukassen. Een van haar series ging over ‘gelijke genen’. Daarbij zit ze op het spoor van de tweelingen. Echter Colette stelt de vraag naar de gelijkheid van de genen. Is het alleen 100% of mag het ook minder zijn… , 50% bijvoorbeeld. Een serie die gemaakt is in een periode voorafgaand aan de keuze voor pleegouderschap. Verwarring van gevoel voor eigen kinderen t.o.v. een pleegkind, op zoek naar een gevoel van liefde voor andere genen dan de ‘eigen’.
De vraag naar ‘hetzelfde zijn’ in relatie tot de genetische afkomst, is het thema van de Franse fotograaf Francois Brunell. Hij zoekt en fotografeert op elkaar lijkende mensen, maar die geen familie van elkaar zijn. Hij heeft inmiddels al meer dan 250 look-alike-portretten gemaakt. Tweelingen, zeker eeneiige, zijn altijd dubbelgangers. Maar dubbelgangers die elkaar niet eens kennen en soms meer dan duizend kilometer van elkaar wonen …
Sanne Terlouw maakt een documentaire reeks met 52 eeneiige tweelingen. Ze beperkt zich niet tot het ene portret, maar voorziet het ‘leven’ van de tweelingen van context door meerdere foto’s en hen te maken in verschillende situaties. Met name daardoor kun je weer anders gaan kijken naar verschillen tussen de mensen. De titel van haar project is een onderstroom van liefdewat m.i. ook veel zegt over de intentie van de fotograaf. Sanne is schrijfster en de foto’s gaan dan ook gepaard met interviews. In 2021 verscheen een boek van het project en dat is op haar website te bestellen.
Peter Zelewski [Detroit, woont in Londen] is portret- en documentairefotograaf. Zijn portretfotografie richt zich op het verkennen van mensen, cultuur en het hedendaagse stadsleven. Hij maakte een documentaire over eeneiige tweelingen. Ondanks dat de mensen voortkomen uit hetzelfde basismateriaal ontwikkelen ze zich vaak tot heel verschillende volwassenen. Een verschillende stijl, hobby’s en smaak is eerder gewoon dan je aanvankelijk denkt. Mensen maken eigen keuzes waardoor hun levens verschillende kanten op kunnen gaan. Maar meestal blijft er ondanks de verschillende levens een hechte en liefdevolle band bestaan. Die combinatie van individualiteit en hechte band interesseerde en stimuleerde Zelewski tot dit project. https://peterzelewskiphotography.com/alikebutnotalike
“Ik heb ruim vier jaar besteed aan het onderzoeken van de unieke, eigenzinnige relaties tussen verschillende sets identieke tweelingen, terwijl ik me tegelijkertijd afvroeg hoe identiek ze werkelijk zijn. Sommigen verloren op onverklaarbare wijze tegelijkertijd hun gehoor, anderen ontgrendelen elkaars telefoons met hun ononderscheidbare vingerafdrukken en, misschien nog verrassender, sommigen konden het niet met elkaar vinden. Deze verzameling van 44 krachtige en ontroerende portretten, vergezeld van intieme citaten, geeft inzicht in een van de meest fascinerende menselijke relaties. Om uw exemplaar van ‘Twins’ rechtstreeks bij Hoxton Mini Press te bestellen, klik hier .” [Citaat van de website van Peter Zelewski]
Sanne de Wilde en Bénédicte Kurzen
Voor Sanne de Wilde zijn tweelingen brengers van geluk en welvaart. Zij heeft samen met Bénédicte Kurzen een project gedaan in Nigeria [2018-2019].
Werkelijk een heel bijzonder project met, als je het mij vraagt, een grote documentaire waarde. Daarom een geweldige afsluiter van deze blog.
Ieder mens met een broer of zus is ‘een deel’ van een tweeling, niet in de formele wereld maar in de spirituele. Dit is een wijdverbreid geloof in Nigeria. De twee fotografen waarvan Bénédicte in Nigeria woont en Sanne er vaak verblijft maakten de fotoserie met tweelingen [Land of Ibeji] die horen bij de traditie onder het Yoruba-volk. Deze serie is eerder bekroond met de eerste prijs voor portretten bij World Press Photo. .
Op mijn website staat in ‘mijn wie ben ik’ dat William Klein, Mark Cohen en Martin Parr mijn grote voorbeelden waren toen ik in de jaren tachtiig serieus begon te fotograferen. Je kunt ze de inspiratiebronnen van destijds noemen, waarvan de waarden van hun fotografie nog steeds, weliswaar fragmentarisch, zichtbaar zijn in mijn huidige fotografie. Het blijft nooit bij die oorspronkelijke grootheden die je als fotograaf gevormd hebben. Nieuwe fotografen, grote nieuwe meesters maar ook onbekende namen, beïnvloeden je werk voortdurend.
Nick Hannes is zo’n fotograaf die naar mijn idee geweldig werk maakt. Ik bewonder zijn aanpak en in de uitwerking het onverwachte en zijn enigszins humorvolle blik. Ook zijn maatschappelijk engagement is van belang om hem, als fotograaf maar vooral ook als mens, te ‘omarmen’. Ik heb twee belangrijke boeken in mijn boekenkast staan. Red Journey uit 2009 met daarin een beeld van het communisme, de val en de werelwijde impact daarvan. Ik kocht een gebruikt exemplaar met hier en daar een kreukel vertoont, maar evengoed een rijkdom aan (ver)beeldend bezit. Het andere boek ‘Garden of Delight’, mogelijk vind ik dat nog imposanter, geeft een beeld van het hypermoderne Dubai. Ik ben er nooit geweest maar het boek is een waanzinnige belevenis voor mij.
Recent kwam ik via EYESHOT zijn allernieuwste boek MIRAGE (2025) tegen. In het boek komen zijn vier belangrijkste projecten aan bod. Een jaar eerder (2024) verscheen al het boek NEW CAPITAL waarin hij zes nieuwe grote steden, metropolissen tot leven laat komen.
Zeer de moeite waard is het interview met Nick Hannes (de 33e uizending) op het YouTube kanaal van EYESHOT). Een inkijkje in de straat- en documentaire fotografie met in mijn ogen belangrijke uitspraken in het algemeen en specifiek over het werk van Hannes.
MARIE SUEUR is een Franse fotografe die haar roots heeft liggen in Kameroen. Over haar fotografie schrijft ze zelf dat ze een voorliefde heeft voor het imaginaire en voor verhalen vertellen. Het zijn heel persoonlijke verhalen waarin het ongrijpbare, het mystieke en emoties voelbaar zijn. Wat mij betreft gaat het niet zozeer over wat je ziet als wel over wat je voelt als je haar foto’s bekijkt. Ze is autodidact en schuwt het experiment in de beeldtaal zeker niet. Wellicht moet je haar kunstenaar noemen die als medium fotografie hanteert.
Over de serie ‘fluisteringen van de ziel’ schrijft ze op haar website: “In een wereld die alles monitort, analyseert en controleert, ben ik gefascineerd door de schaduwen, de mysterieuze plekjes die zelfs de meest geavanceerde technologieën nog niet kunnen koloniseren. Te midden van deze ongetemde gebieden bevinden zich dromen, een uitgestrekt continent vol ambiguïteiten en duizeligheid, dat zijn waarheden fluistert in de taal van symbolen en dagdromen.”
Het lijkt nog maar zo kort geleden dat Erwin Olaf stierf, toch is hij inmiddels al ruim twee jaar niet meer onder ons. Zijn werk ERWIN OLAF freedom is in het Stedelijk te zien (nog tot 1 maart 2026). Nu, eergisteren is zijn grote vriend – de man die een belangrijke rol speelde in zijn vroegste fotografie – Hans van Manen op 93 jarige leeftijd ons ontvallen. Hans van Manen werd wereldberoemd met zijn balletten en zijn choreografie.
In het ruim 5 cm dikke boek Erwin Olaf Springveld, hard werken, hard feesten van Mischa Cohen -dat verscheen na het overlijden van Erwin Olaf- wordt Hans van Manen nogal wat keren genoemd als leermeester voor de jonge Olaf, maar zeker ook als goed vriend. In die laatste hoedanigheid maakt Erwin Olaf in 2022 een indrukwekkende documentaire ‘Erwin Olaf eert Hans van Manen’. In vijf korte series werd deze destijds op NPO 2 uitgezonden. Als je die gemiste hebt, kun je via deze link nog kennismaken met deze hommage die de vriendschap én kunstenaarschap van Olaf en van Manen toont.
Uit het boek van Mischa Cohen HARD WERKEN, HARD FEESTEN
Gegevens van het boek Erwin Olaf Springveld, hardwerken, hard feesten: Erwin Olaf Springveld | Nederlands, Hardcover, ISBN 9789029541916, verschenen 22 oktober 2024, 660 pagina’s
Het bestaat in deze tijd niet meer. Iedereen van een jaar of twaalf (zo zou het moeten zijn, denk ik) heeft wel een mobieltje waarmee je foto’s kunt maken. Toch, zij is het. Karien de Blauwer, Belgische kunstenares knipt, plakt, scheurt en fröbelt, althans naar mijn idee. Tegelijkertijd viert zij haar leven, vertelt ze ons daarover en maakt verhalen die de fantasie prikkelt en haar werkelijkheid visualiseert.
Deze video laat aardig zien wat ik bedoel en wat ik aan haar werk fascinerend vind. Ze geeft aan het begrip‘beeldstijl’ een geheel eigen invulling. Haar collage techniek is meer dan enkel visuele sensatie. Het geeft nieuwe betekenis aan de inhoud. Het beeld wordt daarmee rijker en multi-interpretabel.
Tegelijkertijd ademen de foto’s -pardon de bij elkaar gezochte knipsels uit kranten, magazines en glossy’s- een heel persoonlijk verhaal. Niet in het minst door de titels waarmee ze haar series naar buiten brengt en die zeker ook bijdragen aan het vreemde en vervreemdende karakter van haar werk. De associaties met ‘haar verleden en haar heden’ zorgen ervoor dat ik de ‘verhalen’ voor echt aanneem, terwijl ze allemaal verzonnen zijn, bezijden alle waarheid en niets met haar en haar omgeving te maken hebben. En toch, toch neem ik ze voor zoete koek aan. De beelden zijn zowel anoniem als raadselachtig verwijzend naar ‘de Ander’, ze zijn door iedereen te bekijken en tegelijkertijd ondoorgrondelijk voor iedereen die ze wil beschouwen.
Daarmee staat de deur ook open naar ieders eigen invulling. Je moet je eigen verhaal maken en er wat van vinden als je haar werk betekenis wilt geven.
Georges Huguet schreef eerder (1976) over het collage in de surrealistische kunst: Een creatief proces dat bestaat uit het uitknippen van beelden of elementen van beelden met een schaar en het samenvoegen ervan met lijm volgens willekeurige keuze met als doel het plezier van de verbeelding en de mogelijke desoriëntatie te voeden. Het proces bevat een grote mate van toeval. Daarmee wordt de werkelijkheid vertekend en wordt het rijk van het wonderbaarlijke binnengedrongen. Je wordt afgeleid van hun oorspronkelijke doel en hun banale betekenis. [PVT, vrij geciteerd]
Katrien de Blauwer werd geboren in het kleine provinciestadje Ronse (België). Na een moeilijke jeugd verhuisde ze op jonge leeftijd naar Gent om de schilderkunst te studeren. Later volgde ze mode aan de Koninklijke Academie in Antwerpen. Een studie die ze echter opgaf. Het was in die tijd dat ze haar eerste collageboeken maakte, eigenlijk studies en moodboards voor modecollecties. Op latere leeftijd begon ze met het verzamelen, knippen en recycleren van beelden als therapeutisch zelfonderzoek. Haar werk is regelmatig in Antwerpen [galerie Fifty one] te vinden. En natuurlijk, je kunt je laten inspireren door een kijk(je) te nemen op haar website.
Hieronder een interview met haar … Het leert ons dat als we verhalen willen vertellen -met of zonder foto’s- we het niet zo nauw hoeven te nemen met het vertellen van de waarheid.
Roni Horn conceptueel kunstenaar/fotograaf en het Water.
Een flink aantal jaar geleden zag ik een expositie met haar fotowerk in het Zuid Franse Avignon. Een kolossale hoeveelheid A0 prints met de Theems als onderwerp vormde de kern van de expositie. Afgelopen week kwam ik een aardig interview met haar tegen over de voortdurende fascinatie voor water als materiaal. Het gekke is dat ze water beschouwd als een metafoor voor allerlei zaken in onze maatschappij en persoonlijke leven. Voor als je wilt lezen, kijk dan hier.
De Nederlandse fotograaf Sarah van Rij woont en werkt in Amsterdam en Parijs. De Volkskrant had afgelopen week een reportage met haar werk. In de aanhef las ik dat ze ‘jaagt op een parallel universum’.
Het meest aantrekkelijk van haar werk vind ik dat ze met ogenschijnljk gemak de werkelijkheid zodanig weergeeft dat je vaak het gevoel hebt dat je gefopt wordt. De elementen, perspectieven, lijnen en vlakken verenigt ze tot -in mijn ogen- compleet nieuwe realiteit. En het is toch echt, gewoon zo ‘uit de camera'(behoudens haar collages).
Ik noem het fragmenten uit de werkelijkheid. Zojuist is er een boek met haar werk verschenen [atlas of echos Sarah van Rij].
Wil je ook verwonderd raken van deze fotograaf, kijk dan op haar website.
Een paar weken kwam ik via LENSCULTURE dit boek tegen. Ik heb het aangeschaft en er geen spijt van, alhoewel sommige mensen -ook fotografen- als ik aan hen het boek laat zien, de opmerking maken ‘er is er geen een die lacht’. Het is de vraag of portretfoto’s ‘in het wild geschoten’ lachende gezichten moeten opleveren. Mijn ervaring is dat je de vreemdeling die je tegenkomt op straat, bij de bakker of in het park de vraag stelt ‘mag ik een foto van je maken’ zijn meest vriendelijke gezicht opzet enje zelfs de meest brede smile toewerpt. Meestal vraag ik om nog een foto te mogen maken waarbij ik vraag om het huis, tuin en keuken gezicht. Het normale gezicht … het gezicht dat iets vertelt over wie je bent anders dan de vriendelijke lacht voor fotograaf en eventueel later de beschouwer van het portret. Ongeveer 10 jaar geleden maakt ik het boek EEN EIGEN GEZICHT.
Een eigen gezicht, zo simpel als wat en iedereen heeft er een …
De jonge STRAATFOTOGRAAF AMY HOROWITZ maakt haar debuut met het fotoboek A Walk in the Park met daarin heel veel portretten van jonge mensen, gefotografeerd in het Wasington Square Park in New York.
Een levendige en intieme verzameling van 166 jongvolwassenen waarmee ze de drempels van identiteit en volwassenheid in New York City verkent. Het boek maakte ze in de afgelopen vijf jaar in twee New Yorkse parken. Ontmoetingen die -wellicht af en toe vluchtig van aard waren- ‘rake portreten’ opleverden. Momenten van zelfexpressie, kwetsbaarheid en menselijke verbinding. Zelf schrijft ze daarover op haar website “Als fotograaf voel ik me aangetrokken tot de verhalen achter de oppervlakte”, zegt Horowitz. “Dit werk gaat over gezien worden en anderen zien – over het stilstaan van de tijd in een moment van wederzijds begrip.”
Kijk op de website van Amy Horowitz, je zult er geen spijt van krijgen! En voor straatfotografen, bekijk zeker ook de serie CANDID. Verwondering én inspiratie in overvloed.
Haar naam is Mari Katyama – visual artiest – en ze heeft een nieuw boek gemaakt Synthesis.
In British Journal of Photography lees ik: “Speels maar dodelijk serieus: de studio van Mari Katayama getuigt van haar felle, onafhankelijke benadering van kunst en creativiteit.”
Synthesis is een opvallend kunstenaarsboek dat zes jaar werk van de veelgeprezen Japanse multimediakunstenaar Mari Katayama samenbrengt. Het boek is ontstaan tussen 2019 en 2025 – een periode die gekenmerkt werd door de geboorte van haar dochter.
In deze complex gecomponeerde zelfportretten plaatst Katayama haar eigen lichaam in relatie tot handgenaaide sculpturen, geregen vormen en delicate papiercollages. ‘Hoe nemen we anderen waar, en hoe worden we door anderen waargenomen?’, vraagt ze zich af. ‘Wat is “correct”? Wat is “natuurlijk” en “kunstmatig?”‘
In het boek, pas verschenen en op dit moment nog niet in Nederland verkrijgbaar. Voor als je het wilt inkijken (of misschien wilt kopen) kijk dan op MACK.
“Er is een andere wereld, maar die bevindt zich in deze.” ― WB Yeats
Op zoek naar Nadia Eeckhout, een Belgische straatfotografe kwam ik per toeval op de website PROGRESSIVE STREET.
Op hun website lees ik: Progressive-Street is een groep met internationale fotografen die de andere kant van de wereld belichten. Ja, maar dan in deze wereld. Wij zijn een kunstgalerie, een agentschap en een kleine onafhankelijke uitgeverij: straten over de hele wereld, een blik op de werkelijkheid, de ogen van de straat. We bieden een blik op de geglobaliseerde wereld. We laten de effecten van globalisering zien. Fotografie als etnografie, onze ethos is een antropologische, sociologische en sociale visie.
Toch nog even iets over Nadia Eeckhout, tenslotte was zij de ‘aanstichter’ van deze blog.
Nadia Eeckhout is geboren in Blankenberge (België) in 1969. Ze fotografeert meestal in Gent. Op haar page op de site schrijft ze: “Geen grote verhalen. Momenteel fotografeer ik voornamelijk spontane straatportretten, waarbij ik onderwerpen isoleer, intuïtief op zoek naar spontaniteit, denk ik. Kleine menselijke verhalen verteld door een simpele gezichtsuitdrukking, een gebaar of een blik, een houding die van een foto niemands verhaal maakt behalve dat van hem of haar. Ik heb verschillende manieren geprobeerd om die vonken vast te leggen (met schrijven, schilderen, tekenen), maar sinds 2018 is mijn camera mijn beste vriend geworden. We slenteren door de straten, raken omringd en worden langzaam ondergedompeld in het dagelijks leven, dat op het eerste gezicht vaak gewoon of zelfs eentonig lijkt, maar in feite talloze van die kostbare momenten herbergt die zomaar voorbijvliegen.”
“Ik maak ook graag foto’s door het raam; wat er achter het raam gebeurt en de reflecties op het raam geven vaak een idee van de bredere context waarin iemand verblijft of ronddwaalt. Al die smaken in één shot voelen voor mij als magie”, aldus Nadia Eeckhout.