# 14 AS IT IS | ZOALS HET IS

RINKO KAWAUCHI

De eerste keer dat ik haar naam hoorde was pakweg een jaar of zes geleden. Ton, deelnemer aan een van mijn mentoraten was een fan van haar en vertelde dat hij graag in de geest van Kawauchi wilde werken. Ik heb enkele filmpje over haar bekeken om haar werk en werkwijze te leren kennen. Dat op zich was al een ontdekkingstocht in de fotografie van een bijzondere vrouw.

‘Als ik fotografeer denk ik niet aan wat er was of wat er komt’

I want to live on the moment

Mijn advies destijds aan Ton was, vergeet alles wat je geleerd hebt en fotografeer wat je belangrijk vindt. Fotografeer het alledaagse met je hart en doe het op een manier die voor jou goed voelt. Volgens mij is dat de belangrijkste fotoles van Kawauchi. Ik realiseer me dat dit dicht komt bij wat men tegenwoordig miksang fotografie noemt.

AS IT IS

Toen Rinko Kawauchi in 2001 op de internationale kunstscène arriveerde met de gelijktijdige publicatie van haar eerste drie fotoboeken, Utatane , Hanabi en Hanako , werd haar werk geprezen om zijn eenvoudige maar sublieme weergave van het alledaagse.

Nu twintig jaar later heeft ze meer dan 20 fotoboeken gepubliceerd, de een nog fraaier vorm gegeven dan de ander. Ton had zo’n boek en hij bladerde het boek uitsluitend door met witte handschoentjes aan.

Wat typeert haar fotografie naast het alledaagse. Het zijn tere momenten, momenten in het leven van dieren, landschappen, mensen en objecten. Momenten die alles te maken hebben met het hier en nu en tegelijkertijd een sfeer van vergankelijk ademen. Het lijken soms momenten van niets, maar het zijn de serene individuele aanrakingen van een fotograaf die het alledaagse tot bijzondere kunst verheffen. Kawauchi laat zich inspireren door het moment, ‘haar zijn’ op dat ogenblik. Zoals ze zelf zegt, ik vergeet de wereld om me heen om te fotograferen wat ik zie en voel.

Het nieuwste werk van Rinko Kawauchi maakte ze tijdens haar eerste moederschapsjaren. In een dergelijke periode staat de dagelijkse beleving van de moeder zonder meer al op de voorgrond. Een fotograaf als Kawauchi maakt haar gevoel en beleving universeel en daarmee herkenbaar voor velen. Ook voor niet-moeders!

Bekijk zeker haar website voor een nader onderzoek, ga met haar op pad én raak geïnspireerd!

SPIJKERKWARTIER

Ik slenter al een jaartje door het Spijkerkwartier. Een wijk in Arnhem met een rijke historie, in allerlei opzichten. Slenteren heeft in zich dat je weinig doelgericht bent. Met mijn camera, zomaar kijken, wat me opvalt. Ik verwonder me over iets moois of omdat het een beetje vreemd is. Soms is het licht de aanleiding, een andere keer de verwaaide paraplu in de struik. In het volgende filmpje zie je waarschijnlijk wel wat ik bedoel met slenteren……

met op de achtergrond de stemmen uit een podcast van Marcel van Roosmalen en Nico Dijkshoorn

De afgelopen week heb ik de willekeur van het plaatjes maken een beetje achter me gelaten. Ik ben wat gerichter gaan fotograferen. Op zoek naar de mensen in het Spijkerkwartier. Ik heb winkeliers, kroegbazen, galeriehouders, toevallige passanten, kleine zelfstandigen en nog meer van ‘de-alles-en-nog-wat-mens’ gefotografeerd. De wijk krijgt nu meer een gezicht. De veelzijdigheid van het Spijkerkwartier krijgt wat vorm maar er is o zo veel meer te vertellen!

lekker in één van de zes buitentuinen!
Je kunt er hele gesprekken voeren … bij de kapper met de papagaaien
De striptekenaars in het prachtige historische pand
de hedendaagse architecten Hoogte-2

Ik wil graag meer gezichten! Gezichten van gewone mensen. ‘Spijkerkwartierders’ hebben verhalen, verhalen van toen maar ook van nu. Die verhalen wil ik graag horen en daarbij een mooi portret maken. Daar wil ik graag verder aan werken in deze reportage over het Spijkerkwartier.

Wie helpt me daarbij? Wil je op de foto en je verhaal met mij delen in pakweg een half uurtje. Stuur dan een mail naar info@fotopetervantuijl.nl of reageer op deze blog. Ik neem dan contact met je op en natuurlijk krijg je een mooie foto van mij! Bedankt alvast, Peter van Tuijl

Eerder maakte ik al reportages en documentaires [zie bijvoorbeeld HUIS&HABITAT] en ook fotografeer ik o.a. de bijzondere projecten van schrijver/schilder Jonah Falke voor zijn boeken en voor reportages in de Gelderlander.

GGB en de Huiskamer

GGB klinkt als een drug en voor fotografieliefhebbers is het dat misschien ook wel. GGB staat voor Grote Galerie Beurs. UNSEEN pakt dit jaar na het faillissement (2020) weer flink uit, alhoewel met minder vierkante meters. Hedendaagse fotografie en vintage prints allemaal tezamen in de Westergasfabriek, vertegenwoordigd door meer dan honderd internationale galeries. Van Seoul, Zurich, Berlijn tot Utrecht, en natuurlijk Amsterdam zelf.

UNSEEN 2021 | © Peter van Tuijl

Ik heb er prachtig werk gezien en minder dan voorgaande jaren onbegrijpelijk werk.  Ook iets minder druk dan voorgaande jaren maar wellicht komt dat door de ‘veilige tijdsloten’. Het bood wel meer kijkcomfort en ik heb menigeen gesproken die erg enthousiast was over deze UNSEEN. Je kunt er gemakkelijk de hele dag ronddwalen, maar mijn kijktijd is beperkt tot maximaal drie uur. Dan heb ik het wel gezien. Geen spijt van, hoogtepunten genoeg. Ik heb kaarten of foldertjes meegenomen van de Sandau&Leo Galerie met werk van Ingar Kraus, het humorvolle werk van Isabelle Wenzel, Fatima Zohra Serri (lees over de vrouw die bariieres openbreekt binnen en buiten het museum), Lisandro Suriel (FOAM talent), Yoshiki Hase en de Nederlandse fotograaf Lara Verheijden (die overigens één van de genomineerden was voor de Rabo talent Portrait Price). O, ja ik nam ook nog de grote -bijna A0 formaat- krant van de Noorse Galerie Vasli Souza mee.

de nieuwe kunst op UNSEEN 2021 | © Peter van Tuijl

Maar och, dat gesjouw met papier hoeft tegenwoordig niet meer zo. Unseen bracht geen catalogus uit dit jaar maar alle werken zijn eenvoudig (echt heel goed!) te vinden op galerieviewer. Als je niet geweest bent, kijk naar alles wat je gemist hebt. Een voor degenen die er wel waren kunnen na dat hele geweld aan beelden zo’n geheugenopfrisser wel gebruiken.

UBSEEN 2021 | © Peter van Tuijl

De volgende dag op naar het kleinschalige van de Huiskamer. De Huiskamer is een groep van (nu) negen fotografen die gehuisvest zijn in Breda. Hun jaarlijkse expositie is een feestje vanwege de diversiteit van de fotografen en de kwaliteit van het werk. Allemaal toppers wat mij betreft.

in de ruimte waar de film (rechtsonder een piepklein stukje ervan) van ton Dirven werd getoond
HOW IT FEEL | © Peter van Tuijl

Dit jaar was ik bijzonder gecharmeerd van een van de films ‘how it feel’ van fotograaf Ton Dirven, de outcast van Kreuzberg van John Moest, ‘je mag er zijn’ van Ton Wolswijk waarmee zij in 2020 de nominatie voor FotoNationaal ontving en de serie van Peter Willemsen. Peter stelde zijn foto’s ten toon in een apart ‘hok’ van het stadskantoor.

bezoekers in ‘de vogelkooi’ van Peter Willemse | © Peter van Tuijl

Als je binnenkwam hoorde je de vogels fluiten. Logisch er hingen twee vogelkooien, echter de vogels bleken van papier. Links een reeks portretten die al meteen opvielen door hun uitsnede en beeldkracht. Rechts foto’s in een reportage van vogelaars die van vinken en kanariepietjes houden en met elkaar proberen het optimale fluiten in de buitenlucht te bereiken. Nee, nu zonder gekheid. Peter Willemse heeft een prachtige documentaire serie gemaakt die op de Huiskamer-expo ook nog eens als een installatie werd getoond. De reportage gaat over de Surinaamse vogelliefhebbers (en kwekers) van voornamelijk Surinaamse zangvogels. De twa twa, Picolet en Djack fluiten heel prachtig zo lees ik op de website van de vogelvereniging Beef-Free uit Den Haag.

Peter schrijft mij: “Als ik vanuit Kijkduin naar Delft rijd heb ik ze vaak zien staan op een grasveldje aan de Lozerlaan in Den Haag, al die vogelkooitjes. Meestal in de zomermaanden komen de leden van Beef-Free bij elkaar om hun hobby te beoefenen. Het kweken, houden en trainen van hun TwaTwa. Een klein Surinaams zangvogeltje dat moet gaan fluiten. Op het veld word een competitie gehouden tussen de vogels wie het meeste fluit in 15 minuten. Het is een serieuze bezigheid waar voor de eigenaren toch wel wat op het spel staat. Een winnende vogel wordt dan weer wat meer waard. De Surinaamse eigenaren zijn zeer vriendelijk en hebben mij toegang gegeven tot hun veld om de foto’s te mogen maken. Het project is nog niet afgerond en zal ook in 2022 nog door gaan.”  Deze foto van de ‘vogelkooi’ van Peter Willemse | Peter van Tuijl

Van de hectiek van Unseen naar de relatieve rustige huiskamer, overigens wel met fotografie die ook daar het hart sneller deed kloppen. Dat dan weer wel.

20 eenentwintig nabij Hilvarenbeek

BERT en HENK krasse knarren

donderdag 2 september 2021, nabij Hilvarenbeek

Henk en Bert

Fietsend door de uitgestrekte Brabantse velden -tussen de weilanden met koeien- zag ik ze. Aanvankelijk als twee stipjes in een bijna onmetelijk groen vlak, dichterbij werden het twee mannen met zonnekleppet op campingstoeltjes en een vliegtuigje. Een model zweefvliegtuig met in de kist nog een paar. “Deze was stuk en heb ik gerepareerd”, sprak de langste van de twee. “We gaan even kijken of nu alles goed werkt.” Goh, leuke hobby, was mijn reactie. Henk, de langste vroeg of ik uit Eindhoven kwam. Ondanks dat ik al meer dan dertig jaar in de Achterhoek woon en werk, is het Woensels dialect kennelijk nog steeds hoorbaar. Als snel vertelde Henk en Bert over hun hobby. Model zweefvliegen heeft iets beta-achtigs met wetenschappelijke en meteorologische aspecten. De hobby is betaalbaar mede omdat ze hun vliegtuigen zelf bouwen. Ze zijn niet radiografisch bestuurd. “Wij maken gebruik van de luchtstromingen en onze vliegtuigen vliegen ongeveer 3 tot 5 minuten zelfstandig. Ze landen dan pakweg een kleine twee of drie kilometer verderop. Op onze leeftijd nog een flink stuk lopen. Vroeger hollend, nu meer wandelend”, aldus Bert. Henk wordt dit jaar 91 en Bert is net 90. Eerder fotografeerde ik in Middelburg de oudste middenstandster die nog 6 dagen in de week in haar winkel staat, mevrouw Nes 99 jaar oud. Ook Leo in Rijen, een modelbouwer (dat behoort tot het toeval) én winkelier van 83 die zowel de shop als de website beheert, eveneens 6 dagen in de week. Nu dan misschien wel de twee oudste model zweefvliegers in Nederland. Bert en Henk, krasse knarren.

Henk

Henk en Bert, met een positieve mindset. Met een beetje pijn in de benen vanwege de oude bloedvaten en een iets lager tempo, maar nog steeds met plezier in hun hobby en gelukkig in het leven staand, mede door de al jaren bestaande vriendschap.

Henk en Bert
Bert
Bert

EMEKE LUISTERT NAAR DE NATUUR

De kerkklok slaat zes uur als ik aanbel bij een voormalige slagerij in Brummen. Kunstenaar Emeke Buitelaar en Henk Venhorst wonen hier sinds kort.

Column Jonah Falke logeert

OERVROUW EMEKE showt haar schilderschort

De kerkklok slaat zes uur als ik aanbel bij een voormalige slagerij in Brummen. Emeke en Henk wonen hier sinds kort. Henk is overtuigd vegetariër, laat me een betegelde ruimte zien en zegt: ‘Hier heeft bloed gevloeid.’

De afgelopen halve eeuw woonde hij in een klein bos tussen Netterden en Gendringen, de plek waar ook zijn opa, vader en negen broers en zussen opgroeiden. Het kan vroeger nooit stil geweest zijn in dat huis, maar ook als je in grote familie opgroeit, kun je het zwijgen gaan verkiezen. De stilte lijkt nog steeds in hem te zitten. Later zou Emeke me toefluisteren: ‘Henk is een man zonder woorden.’

Ze ontmoetten elkaar op een datingssite. Henk was de eerste en gelijk laatste man die haar kon bekoren. Emeke gelooft niet in toeval, ze is een aanhanger van ‘holistisch denken’: verbanden en betekenissen worden gezocht en gevonden in alle gebeurtenissen.

Emeke verruilde Almere voor het bos in Netterden. Ze praat graag, draagt gewaden, lijkt de belichaming van spiritualiteit, maar is gelukkig niet van het betweterige soort.

Emeke showt het gewei op de logeerkamer van Jonah

Na het eten geeft Emeke me een rondleiding door het huis. Ze verteld me over een medicijnwiel: ‘Indianen gingen niet naar de dokter, maar luisterden naar de natuur. Als je op zo’n wiel staat, ben je in het centrum van het universum.’ Henk roept van onderaan de trap: ‘Ik ga even een endje fietsen.’ ‘Hij heeft hier niks mee,’ zegt Emeke. ‘Maar we respecteren elkaar helemaal.’

Ze laat me haar schilderijen zien, maar mijn oog valt op een foto. Op vijfentwintig jarige leeftijd ontmoette ze de schilder Anton Heyboer. ‘Op deze foto zie je onze eerste ontmoeting, in 1993. Ik kwam er om de witte neushoorn te redden.’

‘Pardon?’

‘Ik wilde geld inzamelen met een schilderij, voor het WNF. Ik vroeg of hij mijn schilderij wilde signeren, zodat het voor meer verkocht kon worden. Dat vond hij niks. Dus gingen we samen schilderen.’

De samenwerking heeft tot het einde van zijn leven geduurd. Heyboer ontsnapte aan een Berlijns werkkamp tijdens de oorlog: een Poolse schoonmaakster smokkelde hem in een container naar buiten. ‘Ik deed Anton aan die Poolse schoonmaakster denken. Zijn redding.’

Emeke in haar atelier met links een schilderij van Anton Heyboer

Heyboer wilde geen ramen of wc in zijn huis of atelier, want daar zou de energie wegvloeien. ‘Dan zou de wereld te veel binnen komen.’

‘Zelfs geen toilet?’

‘Een kamer met schelpenzand, om op te gaan zitten.’

‘Als een kat?’

‘Ja, dat deed je dan gewoon daar,’ lacht ze.

Heyboer woonde zoals bekend met vijf vrouwen. Hij ging maar een keer met een bruid naar bed, ‘want hij wilde ook die energie in de schilderijen stoppen.’

‘Heb jij nooit een bruid van hem willen worden?’

‘Jij wilt toch ook niet met iedere vrouw die je tegenkomt trouwen?’

We bekijken stapels schilderijen die ze samen maakten. Emeke’s werkplek is het tegenoverstelde van de bedompte wereld van Heyboer: de voormalige slagerij is licht, kaal, schoon en overzichtelijk.

Na het fietsen komt Henk even bij ons staan. Ik vraag of hij zijn ouderlijk huis mist. ‘Veel onderhoud, en een mens wordt niet jonger.’

Er zal een windmolenpark komen in de buurt van het bosje.

Henk voelt zich een beetje schuldig tegenover de mensen in Netterden; hij is een gewone sterveling, die het verliest van het systeem. ‘Mensen dragen nu een pak, maar veel verder in de ontwikkeling dan het recht van de sterkste zijn we nog niet. Dat is Darwin,’ zegt hij. 

‘Denk je nog vaak aan dat bos?’

‘Nee, de natuur is hier ook prachtig, en om de hoek.’

Ook dat is Darwin: zij die zich aanpassen, overleven.

Emeke en ik drinken thee en luisteren naar een cd met liederen van Anton Heyboer. Als je geen tempo of toonsoort afspreekt, is niets verkeerd. Heyboer zingt als een kraai, maar wel met een overtuiging waar het velen aan ontbreekt. ‘Hij ging in alles voorbij aan mooi of lelijk, er bestond geen goed of slecht. Ik vind dat ontroerend, als je zo kunt leven en denken.’

Het holistisch denken van Emeke is besmettelijk: op het moment dat ik in het bed stap, slaat de kerkklok elf keer. Maar wat dat betekent, hoef ik niet te weten.

Deze column werd op 25 augustus 2021 gepubliceerd in de Gelderlander [Tekst Jonah Falke, Fotografie Peter van Tuijl]

Een bijzondere dag

WORLD PHOTOGRAPHY DAY

Voor de fotografie is 19 augustus bijzonder omdat de Franse overheid op die dag in 1839 het daguerreotypie vrijgaf voor algemeen gebruik! Een Daguerreotypie is een koperen plaatje dat met een laagje jodium lichtgevoelig is gemaakt. Het wordt met kwik ontwikkeld nadat het plaatje ‘belicht’ is. Deze methode werd uitgevonden door Louis Daguerre.

de Nederlandse kust, zomer 2021 | © Peter van Tuijl

Het koperen plaatje is vervangen door de mobile met een geweldig beeldschermpje iets groter meet dan de oude daguerre-fotootjes maar bijna net zo plat is. Apple heeft het zelfs aangedurfd om als eerste te spreken van Retina schermen ter evenaring van de kwaliteit van ons netvlies. Het netvlies -een mirakels dun laagje- is heel gevoelig voor licht door de fotoreceptoren. Wie weet worden die over een poosje wel pixels genoemd, alhoewel de informatie die de menselijke receptoren kunnen opslaan en interpreteren, vele malen groter zijn dan de pixels in je camera. Het wachten is nu op de ingebouwde chip die foto’s maakt op het moment dat we denken aan een foto. Ook het afspelen van de foto’s kan vanaf dan gebeuren in de cinema van ons brein. Lang leve het individualisme. Kijk naar de foto, misschien zijn we er niet zo heel ver meer vandaan. “Kunnen de dag van de fotografie ook wel afschaffen”, zei Sombermans

Dag Fotografie dag!

# 13 Fotografie van het leven in de persoonlijke nabijheid

MAARIT HOHTERI

Maarit Hohteri is geboren in Helsinki (1976) en studeerde in 2002 af aan de zogenaamde Helsinki School.

The Helsinki School

De ‘Helsinki School’ vertegenwoordigt een geselecteerde groep fotografen die aan de Aalto University School of Arts, Design and Architecture, zijn opgeleid. De Helsinki School staat voor een specifieke benadering van het onderwijs waarin denken en samenwerking niet altijd op een harmoniemodel gestoeld hoeft te zijn. De nadruk lag niet alleen op het fotografie-onderwijs sec, maar ook op het breder bevragen van kunst en ideeën in termen van hun inhoud en betekenis. Bovendien hanteerde men een hoge kwaliteitsstandaard. Deze aanpak heeft ervoor gezorgd dat de fotografen die afgestudeerd zijn een groot scala aan thema’s uitwerken en daarbij een persoonlijke beeldtaal hanteren. Het credo van de Helsinki School is dat elke generatie de tijd en ruimte heeft om zichzelf uit te vinden en te leren van de anderen en uiteindelijk zich persoonlijk uit in de kunst en in de fotografie.

Oscar, Torrevieja, 2008 | © Maarit Hohteri

Dit lanceerde een reeks eigenzinnige individuele en groepstentoonstellingen -aanvankelijk in de Scandinavische regio- maar later ook daarbuiten. Bovendien werden een flink aantal boeken gepubliceerd door uitgever Hatje Cantz.

De fotograaf Hohteri is dus een exponent van deze Helsinki School die binnen fotografieland zelfs wel een stroming wordt genoemd, zoals bijvoorbeeld de Dusseldörfse Schüle (opgezet/gesticht door het echtpaar Becher, beiden professor aan de academie in Dusseldörf). Ik denk dat dit niet helemaal opgaat omdat de thematiek en vooral de werkwijze te divers (en persoonlijk) zijn. De enorme eigenzinnigheid en hoge kwaliteit van het fotowerk van de reeds van afgestudeerde fotografen daarentegen zijn naar mijn idee echt de verdienste van de academie.

Jadranka, Belgrado, 2010 | © Maarit Hohteri

Maarit Hohteri fotografeert haar leven en de mensen om haar heen. Ze legt feiten en emoties vast van momenten in haar persoonlijke ervaring die niet per se van bijzonder belang zijn. Ze verzamelt beelden van haar privéleven die een soort visueel dagboek vormen, een persoonlijk archief dat zich uitstrekt van het begin van haar studie aan de University of Art and Design Helsinki tot op de dag van vandaag. 

Als de snapshot-achtige foto’s van Maarit Hohteri formeel verwant zijn aan het werk van de Amerikaanse kunstenaar Nan Goldin, is haar artistieke benadering veel minder existentieel. Vergeleken met de wereld die wordt vertegenwoordigd in het werk van Goldin, dat meestal mensen afbeeldt die aan de rand van de samenleving leven (drugsverslaafden, travestieten, enz.), is de wereld van Maarit Hohteri minder gewelddadig en destructief. Omringd door jonge bohemiens die met hun vreemd gekleurde haar, piercings en tatoeages provocerender lijken dan ze in werkelijkheid zijn, lijkt het milieu van Maarit Hohteri meer beschermd en onschuldiger dan dat van haar beroemde leeftijdsgenoot. 

In haar werk vertelt Maarit Hohteri het verhaal van haar leven, met familie en vrienden, door middel van foto’s van zowel banale als bijzondere gebeurtenissen. In haar regie ontmoet de kijker mensen, neemt deel aan feesten en discussies, maakt kennis met het leven op de universiteit of wordt getuige van beautydutjes van meisjes. De mensen, plaatsen en emoties op de foto’s zijn allemaal authentiek; niets is opgevoerd voor de camera. Maarit Hohteri is gewoon getuige van deze gebeurtenissen. Met haar werk heeft Maarit Hohteri niet alleen een kostbaar verslag van haar eigen leven gemaakt, maar ook een kroniek van haar generatie. Kijk op haar website voor meer foto’s en info.

HET IS OOK FIJN ALLEEN TE ZIJN

Het begin van het paradijs zou zomaar in een vakantiepark in Lochem kunnen liggen. Op deze plek ontmoeten eenzaamheid en samen zijn elkaar.

door Jonah Falke

Frederike en Zarah bekijken elkaar met verrekijker, refererend aan vriend en schrijver A.L. Snijders’bundel ik leef aan de rand van de wereld | foto’s © Peter van Tuijl

Het is bloedheet. Ik loop langs een drukke weg, maar kijk goed om me heen, want hier, ergens tussen de velden, schreef de recent overleden schrijver A.L. Snijders zijn oeuvre bij elkaar.

In het paradijs geloof ik niet meer, maar het voormalige receptiegebouw van een vakantiepark aan de rand van Lochem, had het begin kunnen zijn. Oude bomen, twee katten, een hond en Frederike (40) en haar dochter Zarah (18) wachten me op. Alle deuren staan open en Billy Holliday zingt. Frederike zegt dat er veel eenzame mannen op het vakantiepark wonen. Ik aai een kat, maar wordt gewaarschuwd: het beest heeft eens de slagader van de dierenartsassistente doorgekrabd. ‘Dat ging bijna mis. De kat staat daar nu op een zwarte lijst.’ Dat er in het paradijs eenzame mannen en gevaarlijke dieren wonen, verbaast me niet.  

Zarah hoorde gisteren pas van mijn komst. ‘Mijn moeder heeft wel vaker mensen uit het boekenvak over de vloer. Soms vind ik dat ongemakkelijk, maar jij bent wel oké, volgens mij.’ Frederike kondigde schrijver Arnon Grunberg eens aan, en zei toen dat ze jaloers was dat hij zo dichtbij anderen komt, door in andere werelden te duiken. ‘Daarom heb ik jou ook uitgenodigd.’ Ik zeg dat Grunberg ook bij mij het besef aanwakkerde dat het verhaal niet alleen thuis te vinden is.

We praten over de psychiatrie. Frederike en ik zouden in een ander leven hulpverlener willen zijn. Dochter Zarah is als kind in aanraking gekomen met jeugdzorg en zal wel hulpverlener worden. Na de zomer begint ze met studeren. Zarah zoekt een kamer in Arnhem. Frederike herkend haar vrijheidsdrang. Ze ging op haar vijftiende uit huis.

‘Ik ben wel blij dat je niet meteen naar de andere kant van het land verhuist.’

‘Als we twee oude dametjes zijn, gaan we toch weer samenwonen, mam?’

‘Ja, zoveel leeftijdsverschil is er ook niet.’

Frederike raakte op haar eenentwintigste per ongeluk zwanger en beviel toen de relatie alweer over was. Op haar zestiende begon ze als boekverkoopster in Lochem, ze werkte er tot een paar maanden terug. Nu werkt ze in boekhandel Praamstra in Deventer. Ze behaalde alleen een basisschooldiploma maar heeft zich de wereld in gelezen.

Tijdens het eten komt A.L. Snijders ter sprake. Frederike was bevriend met hem. Ze spraken en zagen elkaar geregeld. Dat hij er niet meer is, is nog te abstract om iets eenduidigs over te zeggen. ‘Als we rouwen, rouwen we om het verlies van de ander én om het verlies van een deel van onszelf,’ schreef mijn voormalige uitgever, tegenwoordig manager Oscar van Gelderen eens.

Na het eten gaat Zarah op studentenkamers reageren. Ze zegt: ‘Ik wil best soms samen eten met huisgenoten, maar ik vind het ook fijn om alleen te zijn. Ik wil niet ergens wonen waar je steeds bang moet zijn dat er iemand op je deur klopt.’ Frederike en ik lachen instemmend. Frederike heeft überhaupt nog nooit samen gewoond, ikzelf heb een latrelatie. Het zijn – en blijven – van een individu is onvermijdelijk.  

We laten de hond uit, maar het beest weigert snel. Ze heeft iets aan haar poot, maar ook veel gevoel voor dramatiek, volgens Frederike. We lopen verder zonder de hond.

Als we het vakantiepark weer naderen, haalt Frederike een dik pak post uit de brievenbus. ‘Al een tijdje niet geleegd.’ Zarah steekt haar hoofd uit het dakraam en zegt: ‘Mam, ik mag op mijn eerste kijkavond komen, bij iemand die Zwaan heet. Bijzondere naam, hè?’ We gaan zitten, drinken koffie, Frederike bladert door de post en dan wordt het stil. Het rouwkaartje van Snijders is aangekomen. Het is alsof zelfs de vogels even stoppen met zingen. Aan jaartallen is niets abstracts.

Als ik in bed lig, komt er een dier aanrennen. Ik ben bang dat de kat me zal bespringen, en bedenk me dat ik één oog wel missen kan. Ik zet me schrap, maar het is de hond. Na een korte inspectie met wat gesnuffel, vertrekt ze weer. Leven is uiteindelijk ook niet meer dan bedenken wat je kunt of moet missen. Na een korte inspectie vertrek je weer, zoals een snuffelende hond of logé dat doet.

Dit artikel verscheen in de Gelerlander op 11 augustus 2021 in het kader van de zomercolumns Jonah logeert | Tekst Jonah Falke en fotografie Peter van Tuijl.

HOOP

Iedereen kent het begrip hoop. Ik hoop dat mijn foto expositie veel positieve respons zal hebben, een ander hoopt op de hoofdprijs in de Postcodeloterij en weer een ander hoopt op een positieve reactie op een Tinder bericht.

Hoop is ook verbonden met de traditie in het christendom als christelijke deugd naast geloof en liefde. Hoop is een ‘hoge vorm’ van wensen. Dat kan passief, afwachtend, zonder inspanning zijn; zoiets van ‘het zal mijn tijd wel duren’. Hoop afgeleid van hopen kan ook gezien worden -letterlijk- als een werkwoord. Persoonlijke inspanningen die bijdragen aan het realiseren van hetgeen men hoopt te bereiken. Daar moest ik aan denken bij het zien van het filmpje over het maken van de tentoonstelling HOOP in de Heilige Driehoek in Oosterhout. Op hun website lees ik: “Stichting Kunst in de Heilige Driehoek realiseert elke twee jaar een biënnale van internationale allure. Deze bijzondere kunstmanifestatie vindt plaats in het gebied ‘De Heilige Driehoek’, in Oosterhout (NB). Het is de enige plek in Nederland waar nog een combinatie van drie actieve kloosters bestaat. Het unieke kloostergebied dient als inspiratie voor hedendaagse kunst. De Biënnale met het thema HOOP kun je bezoeken van 10 juli t/m 15 augustus 2021.”

Het mooie aan de film is dat je niet alleen kennis maakt met de achterliggende gedachten van de kunstenaars maar ook ziet hoe de curatoren (Hendrik Driessen voormalig directeur van museum De Pont en Rebecca Nelemans zelfstandig curator) de expositie voorbereiden en welke keuzes ze maken. Een aanrader om met hen op pad te gaan in de zoektocht naar de inrichting van deze bijzondere expositie waarin kunst en omgeving op elkaar afgestemd zijn! Even 20 minuutjes kijken dus …. 

DE HUISKAMER

De goeie kamer van destijds beschouwden mij ouders niet al de huiskamer. De goeie kamer was voor de zondag na de mis of als er doordeweeks bezoek kwam. De keuken was feitelijk de huiskamer. Als je op ‘huiskamer’ googelt, dan krijg je een forse reeks van restaurants, brasserieën, buurtcafés en alles wat daar een beetje in de buurt komt.

Ook in het weekend van 17, 18 en 19 september aanstaande ben je welkom in de Huiskamer. Je krijgt daar waarschijnlijk ook wel een kop koffie en mogelijk zelfs een glaasje prik. Maar in dat weekend én in die huiskamer is het te doen om heel andere versnaperingen. U wordt namelijk getrakteerd op prachtige foto’s. De huiskamer is een fotogroep die tot de Nederlandse top in de vrijetijdsfotografie behoort. Een bezoek raad ik dan ook bijzonder aan!

foto op de poster is van Mariëtte Aernoudts

Jonah Falke logeert

Sinds 1666 is elke reiziger welkom, nog steeds!

Een bijzondere uitspanning, al vanaf 1964. Gemaakt tot wat het nu is door een buitengewone man. De vader van Ben Kaak.

“Als er iemand kwam, was hij zo blij …”

De huidige uitbater Ben Kaak, “Mijn vader was een vrijdenker”.

Op de dag dat ik logeer in Hotel de Roode Leeuw wordt er een boek over de roemruchte, voormalige eigenaar Stef Kaak gepresenteerd. Naast hoteleigenaar was hij de man die Kaak – een multinational op het gebied van broodbakmachines – groot maakte. Hij was iemand waar meer anekdotes over te vertellen zijn dan er dagen in het jaar zitten.

In de schaduw van een bedrijvenhal wordt het eerste exemplaar uitgereikt. Er zijn oud werknemers, managers en ook de familie Kaak is aanwezig. De vrouwen zien er onberispelijk uit. De mannen proberen het wel en dragen een colbert en blouse, eronder een spijkerbroek en leren schoenen, maar de schwung ontbreekt. Ze lijken het met tegenzin te dragen. Niemand wil voor ijdeltuit versleten worden.

Na een glas champagne verdwijnt iedereen met een boek onder zijn arm van het bedrijventerrein. Ik ga naar de plek waar sinds 1666 een herberg stond. Als de stadpoorten sloten, konden reizigers toch nog ergens overnachten. Tegenwoordig is het een hotel, maar het ziet er nog steeds uit zoals het er voor de oorlog uitzag. Een etablissement met dik tapijt en vriendelijke medewerkers. Hier zet de schwung wél door. Sleets is het allerminst. Sommige dingen hebben weinig vernieuwing nodig en zijn niet ten gronde gericht door de terreur van trends.

INBOEDEL

Ben, de jongste zoon, is sinds 2010 uitbater van het hotel met zijn vrouw, Hanneke. Ze geven me een rondleiding. Vader Stef kocht het pand in 1964. ‘Als er iemand kwam was hij zo blij, dat hij bijna alles gratis weg gaf. Dat sprak zich rond en zo kwam de loop erin. Toen het teveel werk werd, is hij het gaan verhuren.’ Maar Stef bleef onderdeel van de inboedel. Hij had een eigen hotelkamer, at er dagelijks en als iedereen sliep zat hij buiten op het terras om de boel in de gaten te houden. ‘Eigenlijk kon dat niet, maar zijn idee was dat hij uiteindelijk verantwoordelijk was als de huurders zouden vertrekken.’

Hij leefde zoals je het zou willen: een eigen universum scheppend buiten de marge. Naast een slimme handelaar, was hij iemand met een groot hart. Hij gaf een miljoen aan zijn werknemers en met Kerst een half varken. Van bureaucratie moest hij niets weten. ‘Hij was niet links of rechts, maar een vrijdenker.’ Dat blijkt ook wel als je in de ontbijtzaal zit. De portretten van de sprekers die hier door de jaren kwamen, hangen aan de muur, van Joris Luyendijk en Femke Halsema tot Pim Fortuyn kort voor zijn dood, en Ayaan Hirsi Ali, voor ze vluchtte. ‘Hirsi Ali bleef slapen. Alle gordijnen waren de hele dag gesloten en drie vluchtauto’s stonden constant op de wacht. Voor Wilders kregen ze de beveiliging niet rond.’

de gasten in de Roode Leeuw

De rest van de dag zit ik op het terras. Kijkend naar de gasten besef ik me dat je er weinig aan hebt om uitgesproken links of rechts te zijn; de gastvrijheid overheerst, iedereen is welkom, zoals vroeger, wanneer de stadspoorten gesloten waren. Je kijkt uit op een kruispunt – waar het ongeluk altijd op de loer ligt. Er staat een verkeersbord met de woorden: ‘Kijk of je gezien wordt.’ Hier hoef je je nooit te vervelen, dus waarom zou je vertrekken? Een leven zonder risico is het leven niet waard. Het is iets dat iedere ondernemer weet.

Al woont Ben hier niet zoals zijn vader dat deed, zijn lach is altijd ergens te horen in het hotel. Hij komt bij me zitten. Ik was hier voor het laatst in de lockdown. Ben heeft weinig talent voor somberte, maar de globalisering kwam ook in Terborg tot stilstand. De wereld is overal. Het werd onaangenaam stil.

Nu is de wereld terug. Dat stemt Ben vrolijk, maar hij zegt ook een tikje bedrukt: ‘Corona heeft de mens niks geleerd. In de jaren zestig waren er drie miljard mensen. Nu bijna acht, en jaarlijks komen er negentig miljoen bij. Als je daar goed over nadenkt, wordt je daar niet vrolijk van. Je kunt er maar beter om lachen.’

Aan het ontbijt kijkt Pim Fortuyn me aan. Ik denk terug aan de boekpresentatie. Het was een blik in de toekomst: de kleinkinderen stonden met een even heldere en onbevreesde blik als hun opa beleefd te luisteren naar de ouderen. De kunst afkijken en bedenken hoe het anders kan op deze wereld.

Ben Kaak en zijn vrouw Hanneke op de logeerkamer van Jonah Falke

Tekst door Jonah Falke – fotografie Peter van Tuijl

Deze zomercolumn verscheen in de Gelderlander van woensdag 4 augustus 2021

Gelukkig

De lockdown hield ons in juni op bekend terrein. Weg in eigen land. Alles lijkt dan een excuus voor de fotografie. Een simpel mand pruimen, een vogel in de lucht of een klein museum met de resten van de looproute. Alles lijkt goed, als er maar gefotografeerd kan worden.

In Veere – een toeristisch plaatsje – zit een echtpaar, wachtend op de koffie. Zo te zien duurt het knap lang of is er misschien iets anders aan de hand. Zonder dat ik de reden weet maak ik er een foto van. We hebben allemaal weleens even een chagrijnig moment, ik ook. Overigens dat hoeft hier niet eens het geval te zijn. We hebben ons oordeel vaak snel klaar. Ik maak de foto veel meer vanwege de dame op de achtergrond. Het valt op dat zij de houding van de man bijna kopieert. Terwijl ze niets met het echtpaar te maken heeft. Kijk dat noem ik nu toeval, het toeval van het kleine moment. Toevalligheden zijn heel vaak bepalend om de foto te maken, zeker voor straatfotografen. Gary Winogrand heeft eens gezegd dat de straatfotograaf die aarzelt altijd te laat is. Hij kan het weten want gedurende zijn niet al te lange leven – hij stierf al toen hij 56 was – maakte hij bijna 6 miljoen foto’s waarvan hij er ongeveer een half miljoen niet eens gezien heeft. In de laatste jaren van zijn leven fotografeerde hij uitsluitend, hij nam niet eens de moeite om zijn films te ontwikkelen, laat staan dat hij er afdrukken van maakte. Dus beter één teveel geschoten, denk ik dan. Ik weet zeker dat niet iedereen het hier mee eens is. De landschapsfotograaf zal er heel anders over denken en de fotograaf die het stilleven fotografeert kan moeilijk anders om het een ‘stil leven’ te laten zijn. Een straatfotograaf werkt meer impulsief en als je naar de analoge contactstroken kijkt van de straatfotografen van weleer dan zie je daar de situaties in de straat aan je voorbijtrekken, beeld na beeld vaak een heel rolletje van 36 stuks negatieven lang. Kijk maar eens naar het grote Magnum boek (betaalbare paperback uitgave) met de contactbladen van verschillende fotografen. Ook kun je op de site van Magnum een kijkje nemen waar verschillende contactsheets worden aangeboden voor aardige prijzen. Als je wilt verzamelen of alleen wilt kijken.

Overigens op de site van fotograaf Eric Kim kun je een heel inspirerend boek downloaden over straatfotografie en het belang van contactsheets. Überhaupt is een bezoek aan het adres van zijn website en vooral zijn blog een feest, waarschijnlijk ook voor jou.

Terug naar het toeval. De betekenis van situaties worden soms groter gemaakt door het toeval. Er worden verbindingen gelegd die er niet zijn. De suggestie van de foto gaat verder dan de bestaande werkelijkheid. Ik ben er blij mee.

Even verder tref ik een tafereeltje dat ik interpreteer als stilte voor de storm. Ik wil het wel uitschreeuwen: “mensen wees of wordt vrolijk, het is zomer”! Maar ik houd mijn mond en maak de foto, toeval opnieuw.

Ik zoek de liefde, het geluk. Dat moet ook in toeristisch Veere te vinden zijn, zeker op zo’n mooie zonnige zomerdag. Juist dan en daar!

Gelukkig, het geluk lacht me toe! Paul Young zong het al: “Love is in the air” in Veere.

Rondkijken, rondhangen, rondlopen …. deze keer in Veere op zoek naar het geluk van alledag!

Voor de komende periode wens ik iedereen veel toeval en geluk toe!

Wandelen, geen kunst aan

Met zo’n uitspraak moet je voorzichtig zijn. Voordat je het weet sta je op de lange tenen van een serieuze kunstenaar. Richard Long is er zo een!

Alle foto’s Middelburg: ‘walk along lines’ summer 2021 | © Peter van Tuijl

In de jaren zestig van de vorige eeuw vierde de ‘bedachte’ kunst -de conceptuele kunst-  hoogtij.  Land art was toen eveneens een kunstuiting in de lijn met minimal art of art povera. Richard Long (Bristol 1945) verhief het wandelen tot kunst en hij was niet de enige.

In absolute zin was het wandelen an sich de kunstuiting voor de land-art kunstenaars. Maar ook werden er wel ingrepen in het landschap verricht, vaak vanuit een bepaalde maatschappijkritische houding of vanuit de drang om nieuwe elementen aan het landschap toe te voegen. Om ‘de kunst’ aan anderen te kunnen overdragen – immers kunst moet toch overdraagbaar zijn – maakte deze kunstenaars – en ook Richard Long dus – foto’s tijdens de wandelingen en verzamelden ze objecten.

Long creëerde al tijdens zijn studententijd zijn eigen zogenaamde olifantenpaadje op het grasveld bij de universiteit. Elke dag liep hij over het nieuw te vormen pad en zijn creatie fotografeerde hij elke dag.

Jan Dirk van der Burg is thans Fotograaf des Vaderlands. Een van zijn projecten was ‘het olifantenpaadje (2011). Veel van zijn werk is typologisch van aard en in zijn werk weet hij de dagelijkse dingen op een bijzondere manier te tonen, met humor met een filosofische ernstige ondertoon voor wie er zo naar wil kijken. Hij maakt van veel van zijn projecten een boek. Kijk op zijn website voor meer informatie.

Een olifantenpaadje -soms ook wel afstekertje of afsnijdertje genoemd is een niet-officieel fiets- of wandelpad dat bedoeld en onbedoeld door gebruikers van de reguliere fiets- en wandelpaden in de loop van de tijd wordt gecreëerd. Van A naar C via B is altijd langer dan van A naar C. Daar hoef je zelfs de stelling van Pythagoras niet voor te kennen. Nog sterker het is één van de axioma’s in de wiskunde. De kortste verbinding tussen twee punten is een rechte lijn.

Nog even terug naar de landschapskunstenaar Long. Hij maakt in het landschap bijzondere sculpturen die hij daarna fotografeert. Hieronder staat daarvan een fotovoorbeeld. Maar op zijn website vind je er nog veel meer ….

In de aard der dingen: kunst over mobiliteit, lichtheid en vrijheid. Eenvoudige creatieve handelingen van wandelen en markeren over plaats, plaats, tijd, afstand en meting. Werkt met grondstoffen en mijn menselijke maat in de realiteit van landschappen. De muziek van stenen, paden van gedeelde voetsporen, slapend bij het gebrul van de rivier. [© Foto en tekst Richard Long]

De Nederlandse fotograaf Michel Szulc Krzyzanowski maakte vanaf 1975 tot midden jaren tachtig een groot aantal foto’s waarin het landschap een belangrijke rol speelde. Eigenlijk moet het preciezer geduid worden. Zijn foto’s gingen over tijd, ruimte en licht en waren altijd in een reeks gemaakt. Deze sequenties zijn wereldberoemd geworden. Zijn ingrepen op het landschap waren fotografisch van aard en het uitgangspunt voor hem was de fotografische reeks, anders dan bij de land-art kunstenaars. Alhoewel de verschijningsvorm veel overeenkomst heeft is het uitgangspunt anders, dat van de fotograaf tegenover dat van de landschapskunstenaar.

Op zijn Website schrijft Michel Szulc Krzyzanowski “Het maken van sequenties was een hulpmiddel in mijn persoonlijk groeiproces. In 1985 constateerde ik dat het belemmerend zou gaan worden wanneer ik daarvoor sequenties zou blijven gebruiken. De effectiviteit nam namelijk sterk af. Ook kreeg ik het gevoel dat na 14 jaar sequenties maken, alles wat er in die specifieke beeldtaal te zeggen valt door mij was vastgelegd. Ik wilde niet in herhalingen gaan vallen en doorgaan met het variëren op oude ideëen. Ik wilde geen epigoon van mezelf worden. Ik wilde verder groeien en nieuwe fotografische wegen inslaan.

Wandelen is niet alleen kunst maar kent ook een wetenschappelijke insteek. Mijn Iphone telt mijn stappen maar evenzeer mijn trapbewegingen en neemt aan dat beide bewegingen hetzelfde resultaat te moeten geven als het gaat om de afgelegde weg. Als ik 40 km heb gefietst geeft mijn stappenteller steevast ongeveer 10 km aan. Volgens recent wetenschappelijk onderzoek zou een hoog aantal stappen per dag de kans op een langer leven sterk vergroten. En hiervoor zou je niet eens 10.000 passen per dag hoeven te zetten. Mogelijk dat de Iphones van de toekomst de gedane stappen meteen omzetten in verlenging van het leven in minuten en seconden. Waarschijnlijk is het ingewikkelder, maar ja vliegen naar de Maan, Mars of Venus was lange tijd ook niet eenvoudig.

In de afgelopen weken heb ik wat meer opgelet…. Het wandelen is niet hetzelfde als het lopen. Het ‘grote lopen’ doe je in de stad of op je werk, wandelen in het bos en de heide of tijdens de lunchpauze met je collega in de nabijheid van het complex of de winkel waar je werkt. Lopen is voortbewegen zonder waarneming of mijmering. Het dient het doel om ergens te komen en je ding te doen. Wandelen is je ding doen. Misschien een op zichzelf staande kunst.

de kunst van het wandelen

versus het fysieke van het lopen

In de voetsporen van een ander, een miniwandeling of loop, niet in het museum als ‘landart’ maar gewoon op straat in Middelburg.

de kunst van het wandelen of toch het fysieke doelbewuste voortbewegen van A naar B | © Peter van Tuijl

‘sisters, walking simultaneously and yet differently within a second’, Antwerpen 2021 | © Peter van Tuijl

DE TWEEDE LEG … KRONKELS EN SPINSELS

Twee boekjes van fotovrienden krijgen in een tijd van een paar weken. Lekker is dat. Een boekje (vanwege de maat van 21 x 21 cm, spreek ik van boekje) vol met fotografie van John Moest. De titel van het boek is ‘de tweede leg’. Door het volk wordt hierover heel verschillend gedacht. Van het sneue type die -op leeftijd- voor de tweede keer opnieuw de pampers of poepluiers (oei, dat is ook weer achterhaald, maar als ‘milieubewussie’ noem ik het toch maar even) staat om te doen of te verschonen tot ‘hij is nu weer helemaal tot bloei gekomen in zijn nieuwe vaderrol’.

Van mij mag het allemaal, ik hoop oprecht dat de mens gelukkig is of wordt in het leven dat hij/zij leeft. Maar het boekje van John gaat niet over ‘de nieuwe vaders’ maar om foto’s waar hij tot dan niet -of nauwelijks- naar omgekeken had. De afvallers, het niet relevante misschien zelfs het betekenisloze beeld die bij nader inzien, zoveel jaar later, tot een hogere orde verheven worden. We kennen allemaal de relatieve waarde van het moment. Honger maakt rauwe bonen zoet. Als ik naar mijn oude negatieven of digitale bestanden kijk, komen allerlei herinneringen boven die dat ene specifieke beeld overstijgen. De foto krijgt een andere dimensie en een nieuwe betekenis door de tand des tijds. Misschien is ook je opvatting veranderd ten aanzien van de fotografie op zich. Ging het je pakweg 25 jaar geleden misschien om een mooie esthetische plaat te maken, terwijl je nu veel meer geleid wordt door de emotie die een foto bij je oproept. Door het boekje van John heb ik met veel plezier gebladerd en gekeken temeer daar de combinaties van foto’s op de dubbele pagina’s elkaar ook nog eens lekker versterken qua verhalende betekenis. En dat allemaal op een van mijn favoriete terreinen gemaakt, de straat!

Drie pagina’s uit ‘de tweede leg’ | © John Moest

Het andere boekje is van Jac Mostert en is getiteld ‘kronkels en spinsels’. Jac is fotograaf maar in dit boekje staat geen enkele foto. Nou ja, de omslag is wel een foto. In het boekje staat alleen maar tekst. Zelfverzonnen uitspraken, bijna allemaal als dubbelzinnen. Een enkele keer heeft hij zijn vondsten in drie zinnen aan het papier toevertrouwd. Het is niet dat je even op een regenachtige achternamiddag gaat zitten om ze te verzinnen. Het moet een jarenlange verzameling van observaties zijn geweest die geleid hebben tot dit soort uitspraken. Wat dat betreft is het eigenlijk net als fotografie: gegoochel met de werkelijkheid. Er valt je iets op en je maakt er een foto van. Er valt je iets in of je ziet wat en je maakt er een ‘dubbelzin’ van.

Het boekje heeft als ondertitel ‘Perfectie bestaat. Alleen in de geest.’ Eigenlijk ook een dubbelzin!

De eerste uitspraak ‘In Nederland vangen wij boeven. Met een schepnet met grote mazen.’ Niet alleen grappig maar ook maatschappijkritisch? Of dan de meer filosofische uitspraak  ‘Als je met het verleden bezig bent. Sta je met je rug naar de toekomst.’ Zo kan ik nog even doorgaan met uit het boekje van Jac te citeren. Er staan in totaal meer dan 600 uitspraken in! Vooruit nog een paar met toestemming van Jac.

‘Je kunt van bomen wel planken maken. Maar van planken geen bomen.’ En om in het kader van het -voor Oranje zo teleurstellend- EK voetbal te blijven: ‘Het is moeilijk. Om een schaduwspits op het veld te dekken.’ Ik moet er niet teveel op een dag lezen want dan is mijn dag tekort. Dus af en toe lees ik er een voor aan mijn vrouw.

Een foto moet ergens over gaan

Dat lees ik op de site van een van mijn collegae fotocoaches. Ik ben het daar hartgrondig mee eens. Soms schep je een verhaal zo van de foto af. De actiefoto van een sporter die stuiterend van de adrenaline juichend de finishlijn passeert, laat zich eenvoudig lezen. Een melancholisch portret zal minder het verhaal vertellen en meer een gevoel of emotie bij een beschouwer doen oproepen. Deze beide voorbeeldfoto’s gaan, op verschillende gronden, ergens over. Ik maak nu een strikt onderscheid maar zo simpel hoeft het natuurlijk niet te zijn. Vaak is er sprake van ‘en-en’. Zowel bij de ‘verhalende’ foto als de meer emotioneel gerichte foto moet de beschouwer niet alleen open staan bij kijken naar de foto, maar ook een foto willen zien. Zien is meer dan kijken alleen. Zien streeft naar het geven van betekenis van het kijken. Kijken doe je met je ogen. Zien is een rationele én emotionele bezigheid. Deze dubbele bezigheid veronderstelt kennis en vaardigheid en heeft van doen met competenties als aandacht, openstaan voor het andere en sensitief reageren. Foto’s zijn er in vele ‘soorten en maten’ en we zien naast de verhalende en de emotioneel getinte foto’s ook de abstracte non-figuratieve foto’s voorbij komen. Gaan die ook ergens over? Niet over de situatie, het verhaal, ook niet over de emotie zoals zichtbaar in bijvoorbeeld het portret, een landschap of stilleven. Het portret, landschap, stilleven verwijzen naar de werkelijkheid, naar het ‘herkenbare’ (of minder herkenbare). In de meeste abstracte foto’s ontbreekt die verwijzing. Heel vaak zoeken we toch een parallel met de wereld om ons heen. De abstracte foto die op een landschap lijkt of verwijst naar het universum. Als zelfs dat niet aan de orde is, lijkt de foto elke betekenis verloren te hebben. Dat moet je natuurlijk niet aan de maker vragen. Voor hem of haar is er wel degelijk sprake van een betekenis. Vaak als uiting van een creatief proces, vaak ook als uiting van een innerlijke beleving, vaak ook als een esthetische schepping van vlakken, lijnen, kleuren en wat dies meer zij. Bij dit soort foto’s telt de waarde van het proces of de gemoedstoestand waarin het gemaakt is dan wel het esthetische dat de de foto vertegenwoordigt. Daarom wil ik de uitspraak ‘een foto gaat altijd ergens over’ enigszins nuanceren in ‘een foto heeft altijd betekenis’.

Zelfs als we denken dat een foto nergens over gaat, heeft de foto naar mijn idee nog steeds betekenis. Altijd voor de maker én (hopelijk vaak) voor een beschouwer die herkent (of erkent) wat de maker heeft beroerd of waarom hij/zij het gemaakt heeft.

Deze foto maakte ik vorige week van enkele krakers die vlak aan de boulevard in Noordwijk zich enkele panden hebben toegeëigend. Uiterst vriendelijk stonden ze mij te woord. Een van hen maakte de opmerking dat de meeste mensen hun geen blik waardig keurden en ik hen zomaar aan sprak. Enfin het verhaal in de foto is wel duidelijk zichtbaar onder andere door alle huiselijke spullen voor de deur en bovendien is hun houding er een van alledaagse gezelligheid. In het pand was Viev1 gevestigd. Ik heb even opgezocht waarvoor Viev1 staat. Daarmee krijgt de foto nog net weer een ander ‘verhaal’. Grappig hoe dingen bij elkaar kunnen komen.

Viev1 personal training en bootcamp heeft maar één missie – jou helpen bij het streven naar een gezonde en energieke leefstijl. Hoe druk je ook bent, wat je conditie ook is en welke budget je ook hebt, wij zorgen er samen voor dat sport een vast onderdeel wordt van je leven. Een routine waar je naar gaat hunkeren.” [citaat van de website van VIEV1]