Zomaar een prikkllende én ontwapenende opmerking van Ed van der Elsken …
„Kijk niet zo chagrijnig, schat”
Eigenlijk gaat mijn boek daarover, maar eigenlijk ook weer niet.
Van der Elsken keek naar een stad die nooit stilstaat. Of dat Parijs of Tokio was, maakte hem niet uit. In Amsterdam, die hij beschouwde als zijn stad, slenterde hij zijn hele leven. Hij keek niet zozeer naar de formele situaties, maar veel meer naar een werkelijkheid die zich als een theater toont. Daarmee wordt de straat een belevingswereld en geen feiten weergave.
De rauwe rafelranden van de Zeedijk, de verliefde stelletjes die de rest van de wereld vergeten, de brutale blik van de jeugd die de straat opeist alsof het hun eigen slaapkamer is. Net zoals het naoorlogse Amsterdam voor van der Elsken een theater was, heb ik geluisterd naar de verhalen van nu. Naar de Amsterdammers gekeken, zijnde de acteurs die zonder tekst hun eigen theater vorm geven, nog steeds.
Geïnspireerd door de expositie van Van der Elsken in het Rijksmuseum keek ik opnieuw naar mijn eigen werk. Het resultaat is een selectie Amsterdamse beelden uit 2024-2026. Het curatorproces deed ik niet alleen; ik ging de discussie aan met allesweter Constantijn Severijn. Een waardevolle sparringpartner, maar de fotograaf behoudt altijd het laatste woord. Dus Constantijn: bedankt, maar ik ga weer solo. Wie het cryptische spel in deze tekst doorziet, verdient absoluut een griffel.

In het nawoord van het boek schreef ik …
doe vooral niet (te) normaal
Het vreemde, het surrealistische, het alledaagse Amsterdam van de periode 2024–2026 bleek een theater waarin de ‘oude’ regisseur ontbreekt, maar het toneel onverstoorbaar doorspeelt.
Nu de foto’s hun definitieve plek op dit papier hebben gevonden, blijft de stad buiten gewoon doorrazen. De fluisterstille bakfietsen zoeven verder over de klinkers, de toeristen roeren zich nog steeds luidruchtig en de kleine liefdevolle momenten blijven je bekoren. De straten stromen vol en lopen weer leeg, als een perpetuum mobile.
Tijdens het maken van dit boek heb ik gemerkt dat de geest van Ed van der Elsken nooit echt uit de stegen en over de grachten is verdwenen. De decors zijn gemoderniseerd, de mode is veranderd, maar de hartslag van Amsterdam is onveranderd rauw en teder tegelijk.
Het ‘normaal’ waar we zo vaak toe worden opgeroepen, bleek ook de afgelopen jaren een rekbaar begrip. De gewone mensen en ook de excentriekelingen. de ogenschijnlijke normale situaties en ook de abnormale gebeurtenissen zijn ook nu nog de wezenlijke fundamenten van deze stad. Zij bewijzen dat rafelranden niet verdwijnen, maar zich hooguit anders voordoen.
Zwart-wit fotografie filtert de ruis van de moderne tijd en brengt het beeldend naar de essentie die van der Elsken ving. Naar de blik, de houding, de onderlinge spanning en de verstilling. Dit boek is geen kopie of naäperij van van der Elskens erfenis. Het wil zeker ook niet in verhouding daarmee staan. In alle bescheidenheid, het is mijn werk kijkend naar de straat van nu en naar de wat onverwachte, vreemde situaties. Én met de fotografie van van der Elsken als inspirerend idee in mijn achterhoofd.
Met dank aan de acteurs van de stad, die onbewust hun rol hebben gespeeld in mijn theater van de straat. Aan hen wil ik zeggen: blijf dwalen, blijf liefhebben, blijf mopperen, blijf eigenzinnig en doe vooral niet (te) normaal.

Ik maakte het boek voor mijzelf, 85 foto gedrukt in boek van 180 pagina’s, 300 x 300 mm met hardcover gedrukt bij mijn huisdrukker uit Groningen, RussellPrint. Zo’n koffietafelboek is met de huidige prijsstelling van papier en inkt welhaast te duur voor een grote productie. Als je (toch) een indruk van het boek wilt krijgen kun je hier een stuk of vijendertig pagina’s bekijken.