MIKADO

Uit de serie ‘Mikado’ | © Igor Omulecki

Deze foto en soortgelijke andere foto’s van de Poolse fotograaf Igor Omulecki kwam ik tegen in het maartnummer van het Duitse Fotomagazine PHOTONEWS [Zeitung für Fotografie]. Is het autonome kunst of vertelt de fotograaf iets over oorzaak en gevolg, heeft het met structuur van materialen te maken of gaat het gewoon over mooie kleurtonen. In ieder geval werd ik getriggerd om er langer naar te kijken en op zoek te gaan naar deze fotograaf. Igor Omulecki [Lodz, 1973] heeft er voor doorgeleerd om als kunstenaar door het leven te kunnen gaan. In 1994 behaalde hij het diploma aan het college voor theater- en filmkunsten, in 2015 een graad in de fotografie en in 2018 nog een mastergraad aan de academie voor de kunst in Szczenin. Ik ben niet echt op de hoogte van het kunstonderwijs in Polen om e.e.a. in te kunnen schatten maar er klinkt in ieder geval gedrevenheid en de wens tot vergroting van deskundigheid in door. Op zijn website zie ik dat hij in de laatste jaren veel seriematig werk maakt met een sterk conceptueel en autonoom karakter. Dat was eind jaren negentig nog net wat anders. Daar zie je vooral foto’s van mensen -vrienden wellicht- op een persoonlijke manier in beeld gebracht.

1997 © Igor Omulecki
2000 © Igor Omulecki

Over Mikado schrijft hij dat de inspiratie voor deze serie ontstond toen hij zijn zoontje van negen zag spelen en bouwen met houten materialen. Hij heeft vervolgens allerlei objecten -voorkomend in de natuur of in de ‘technologische wereld’- gefotografeerd en zijn foto’s als installaties met behulp van de computer opgebouwd. Zijn argumentatie of artistiek statement is …. “We benaderen computertechnologieën met afstand en wantrouwen. Hoewel we ze beschouwen als niet behorend tot de biologische wereld, sluiten we ze uit van de cirkel van de natuur. Dit begrip, waarin we sterk differentiëren tussen technologie en natuur, is gebaseerd op de overtuiging van wederzijds isolement van verschijnselen in onze wereld. We vergeten dat technologie een creatie is van een biologisch mens. Alle uitvindingen zijn geconstrueerd op basis van en lijken op onze zintuigen en mogelijkheden om ze te gebruiken. Op deze manier is technologie een uitbreiding en evolutie van de biologische wereld. Interessant is dat de mens als biochemisch fenomeen de neiging heeft om anorganische verschijnselen te marginaliseren. Alsof het universum alleen leven omvatte. Het is een egocentrisch en beperkt denken. Ik zie een man als een biologische machine.”

Zo dat is nog eens een mooie verklaring voor je werk. Wat ik misschien in eerste instantie zie als een spielerei of een ‘ver-weg-van-de-werkelijkheid- krijgt door dit statement een veel diepere betekenis. Soms heb je het verhaal van de fotograaf nodig om zijn strevingen en uitingen te kunnen begrijpen of er minstens begrip voor te hebben.

Alhoewel de vergelijking kant noch wal raakt doet dit me plotseling wel denken aan de poppen van Hans Bellmer uit de jaren 30-40 van de vorige eeuw.

The Doll c.1936 Hans Bellmer 1902-1975 Presented by Tate Members 2003 http://www.tate.org.uk/art/work/T11781

Bellmer [Katowic, Polen 1902- Parijs, Frankrijk 1975] zei destijds over ‘zijn’ poppen onder andere …..“Het geslacht is geprojecteerd op de oksel, het been natuurlijk op de arm, de voet op de hand, de tenen op de vingers. Zo ontstaat er een eigenaardige mengeling van echt en onecht, van wat mag en niet mag, waardoor het ene bestanddeel aan realiteit wint wat het andere daaraan inboet.” Wat destijds wellicht als ridicuul, minderwaardig of pervers werd gezien bleek voor Bellmer een artistieke uiting om de niet-werkelijkheid, de surrealiteit, weer te geven. Overigens in verschillende kringen werd hij door zijn uitleg er niet minder om verguisd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *