DIERENKRONIEK IV door Jonah Falke

Omdat het in dit asiel verouderd is, valt de liefde nog meer op

Op het industrieterrein, tussen een benzinestation en een sportschool, bevindt zich in de bosjes het asiel. Alles gaat op afspraak, om de boel zo rustig als mogelijk te houden voor de dieren. Vrijwilligster Carmen Mecking (61) komt me tegemoet. Ze draagt een pet en heeft haar nagels mooi groen gelakt. Ze vertelt over de “buiten”  katten die we in een buitenverblijf zien zitten, maar zegt dan snel: ‘Zelf ben ik ben helemaal verhondst.’  

De hokken en het gebouw zijn verouderd. Er is meer geld van sponsoren nodig om de boel op te knappen. Uiteraard weegt het lot en het welzijn van de dieren het zwaarst. Geldgebrek maakt creatief. Alles wordt benut. Daarnaast zijn dieren – en misschien deze medewerkers ook wel – niet in de eerste plaats bezig met esthetiek. Het primaire belang van de dieren is onderdak en voedsel. Voor de medewerkers draait het om dierenliefde.  

Carmen volgde de opleiding “Hersenwerk voor honden”. Ze heeft bij een hondenschool les gegeven maar is na verloop van tijd tot de conclusie gekomen dat ze liever één op één met honden werkt.

De liefde voor het dier heeft ook treurigs. Ik kan me namelijk nooit aan de indruk onttrekken dat de dierenvriend – op wat voor manier dan ook – een beetje teleurgesteld is geraakt in de mens. Hoewel het vormgeven aan deze teleurstelling me erg bevalt. Geen liefde zonder melancholie. En omdat het in dit asiel verouderd  is, valt de liefde nog meer op.

We lopen langs de hokken van honden die wachten op een ander leven. ‘Mensen zeggen vaak dat ze een dier redden uit het asiel, dat is natuurlijk niet zo,’ benadrukt Carmen. ‘Hier wordt er ook goed voor hen gezorgd.’ Alle honden blaffen verwachtingsvol naar ons. Dat niet alle honden gelijke kansen krijgen is net als in de mensenmaatschappij, de mooie, slimste, snelste hebben een streepje voor. Maar voor Carmen, zijn álle dieren gelijk, en ze richt zich het liefst op de wat moeilijkere dieren.

Ze masseert ze, doet ‘hersenwerk” knuffelt en speelt met ze. Waaronder Lizzy, de hond die al het langst in dit asiel woont. Ze praat over Lizzy alsof het een boezemvriendin is. Om Lizzy niet te overprikkelen laat ze me haar niet zien. Maar bij het minste geluid slaat ze al aan. In de ren waar ze samen is met Lizzy, is het gras verlopen en liggen tientallen verscheurde knuffels. De restanten van een slagveld. ‘Maar,’ zegt Carmen, ‘ik wordt altijd blij als ik Lizzy helemaal rustig maak.’

Een andere hond waarmee ze werkt is Jody. Op een veldje aan de achterkant van het dierencentrum komt ze met haar aanlopen. Jody is opgewonden omdat er vreemden aanwezig zijn, dat ervaart ze als onprettig, volgens Carmen. Dat laat ze merken door aan de lijn te trekken. Als je niet beter weet zou je denken “wie laat wie uit”.

Het hersenwerken begint; snoepjes worden verstopt tussen keukenrollen, ballen in een bak of in een soort dweil zonder steel. De hond zoekt en wordt steeds rustiger. Carmen zegt: ‘Dit spel kun je ook met konijnen en kippen doen. ‘Van deze oefeningen worden ze mentaal heel erg moe .

Vijf tot tien minuten hersenwerken staat gelijk aan ongeveer een half uur lichamelijke inspanning’.

‘Zou het ook iets voor mensen zijn, mentaal moe gemaakt worden?’ vraag ik.

‘Ik denk het wel. Probeer het eens.’ 

Volgens de regels staan we buiten de weide en kijken door de afrastering heen naar Carmen en Jody. Alles zit achter slot en grendel, overal slaat een hek achter je dicht. Ik vraag me af wie er opgesloten zit. De dieren, de mensen of de wereld?

Bij de uitgang staan aan de andere kant van het hek twee opgewonden mensen te wachten. Ze zeggen: ‘We komen een hond halen!’ Gehaast schieten ze door het hek. Als ze konden kwispelen, zouden ze het doen. 

Deze vierde dierenkroniek verscheen 19 augustus 2022 in de Gelderlander. Tekst Jonah Falke | Fotografie Peter van Tuijl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.