Over een half jaar weet Marjan of haar winkel blijft!

Als u bij het onbemande benzinestation aan de Vragenderweg in Lichtenvoorde stopt, vindt u op de plek waar vroeger de pompbediende zat een tweedehandswinkeltje. U moet goed kijken want het zit ook nog eens verdekt opgesteld tussen een witgoedhandel en een autowasstraat.

Net als de spullen in de winkel is de uitbater, voormalig psychiatrisch verpleegkundige Marjan, klaar voor een tweede leven. Althans, dat is het idee. Marjan ziet er vermoeid uit en lijkt alles spannend te vinden. Het eerste leven heeft haar vermoeid en het lonkende tweede leven maakt nerveus, denk ik. Van de gemeente en het UWV mag ze een half jaar proberen of de winkel aanslaat.

Als u stopt bij het 24-uurstankstation in Lichtenvoorde loopt u óók de kans om Marjan tegen te komen. ‘Daar werk ik nog een paar dagen in de week.’

‘Heb je een fascinatie voor pompstations?’

Ze lacht: ‘Nee, puur toeval.’

Het voordeel van in een tankstation werken blijkt: ‘Zowel leuke als onaangename mensen zijn binnen twee minuten weer weg.’ Ze lijkt te zeggen: de psychiatrische patiënten bleven vaak te lang. Maarin haar tweedehandswinkel blijven de meeste klanten hangen. Tot haar vreugde. In het midden van de ruimte staat een tafel die fungeert als ontmoetingsplek: ‘De tafel is wel te koop maar eigenlijk wil ik hem niet kwijt. Mensen vertellen hier vaak meer dan de psychiatrische patiënten deden, echt verbazingwekkend hoe ze uit het niets beginnen te praten.’

Trots laat ze me de spullen in haar winkeltje zien. Alles is brandschoon en netjes gesorteerd. Ze pakt een geblokt keukenschortje op en zegt: ‘Veel dingen die hier staan zijn van mijn ouders. Ik heb pas hun appartement leeggehaald. Mijn vader zit in een verzorgingshuis en mijn moeder is overleden. Beiden dement. Eigenlijk had ik al jaren geleden afscheid genomen van mijn moeder, gesprekken konden we niet meer voeren. Ze speelde wel altijd met dit schortje in haar schoot.’

Ik vraag of ze het vervelend vindt om dingen te verkopen waar een herinnering aan kleeft. Ze wijst naar haar moeders kaptafel en zegt: ‘Met die kaptafel heb ik bijvoorbeeld niks, dus daar kan ik iemand anders blij mee maken.’ Ik kijk in de spiegel van de kaptafel waarin haar moeder zich vroeger heeft proberen mooi te maken. Net als het geheugen is haar moeders schoonheid langzaam vervlogen en tot slot begraven. In het spiegelbeeld staat nu dochter, Marjan. Ze heeft het schortje in de hand, ruikt er even aan en zegt dan zacht: ‘Het ruikt nog altijd naar mijn moeder.’

We vallen stil en dan zegt ze dat het schortje niet te koop is.

Week 5 Kringloop 2e Jansje te Lichtenvoorde door Jonah Falke

Foto’s Peter van Tuijl

Deze column verscheen in de Gelderlander op 10 augustus 2019