STAGE 2 VAN JONAH FALKE

WAARTOE EEN BIDPRENTJE VAN OMA AL NIET TOE KAN LEIDEN

door Jonah Falke

[Marijke: ‘al die kaartjes zijn een herinnering voor mij aan hen’ | alle foto’s Peter van Tuijl]

Op de uitvaart van mijn oma, in oktober 2018, beloofde iemand het bidprentje aan een mevrouw te sturen. Dit gebeurde niet. Ze heet Marijke en bestookte mij met berichten voor een kaartje. Ik vergat het steeds.
Toen de oproep verscheen, of mensen mij wilden uitnodigen om bij hen stage te lopen, meldde ook zij zich. ‘Ik ondersteun al vijftig jaar uitvaarten als organist, en jij hebt veel over je oma geschreven, dus je kunt wel even je best doen en dat kaartje sturen.’ Haar toon beviel me niet. Maar in plaats van haar te negeren stuurde ik een bidprentje en wilde ik stagelopen bij deze kuitenbijter. In de confrontatie toont zich soms de nuance.
Marijke, net zeventig, opent lachend de voordeur en zegt: ‘Ik weet niet wat je wilt met dit verhaal.’ We gaan de woonkamer in en ik vraag naar de verzamelwoede. ‘Ik heb duizenden bidprentjes maar ik ben geen verzamelaar. Ik had zo’n mooie band met je oma, ze mocht niet ontbreken. Al die kaartjes zijn een herinnering aan de relatie die ik met de mensen had. Soms pak ik er eentje uit de la en dan denk ik aan diegene.
Er is een gebrek aan organisten en daarom word ik vaak gevraagd. “In het
land van de blinden is eenoog koning.” Mijn werk verschaft zingeving, als ik
geen muziek maak kom ik amper in de kerk. Het is altijd bijzonder omdat een uitvaart eenmalig is. Je doet mensen een groot plezier met een mooie dienst. Ik mis zelden een uitvaart. Daarom gaan we ook bijna niet op vakantie, ik kan die nabestaanden toch niet in de steek laten?’


De dienstbare mens helpt met zijn daden ook zichzelf. Het lijkt me een logisch bijeffect. Dienstbaarheid klinkt wat weeïg maar je zou het als pre kunnen zien in dit geseculariseerde, individualistische tijdperk.
We gaan het souterrain in. Er hangt was, er staan dozen en twee reiskoffers. De bidprentjes puilen uit lades. ‘Als je wilt mag je wel een la op de kop zetten hoor.’ Ik onderdruk de behoefte om tussen de doden te graaien, alsof het een potje kwartetten is.

Marijke pakt één van de duizenden kaartjes en vertelt liefdevol over de dode die we zien en zijn zoon. ‘Sommige bidprentjes vatten iemands leven niet samen, maar deze wel.’


Een paar dagen eerder ging er in Rome een man tegenover me zitten tijdens een diner. Hij groeide op in Nieuw-Zeeland maar hij verhuisde naar Gendringen, tweehonderd meter van waar ik opgroeide, om zijn ouders te verzorgen. Die ontmoeting vond ik al wonderlijk maar dit kaartje blijkt van zijn overleden vader. Vol ongeloof staar ik Marijke aan in het souterrain vol wasgoed.

Ik werp een blik op de koffers in de hoek en dan weer op Marijke. Ze zal wachten tot er geen dode meer te bezingen is, pas dan kan ze gerust op reis.


Door Jonah Falke [publicatie Gelderlander 20 juli 2019]