Chez Nous

Vandaag het boek van Chris Keulen in de bus. Heerlijk de humor met een schurend randje. Chris spaart de Belg, de Duitser, noch de Hollander. We komen er allemaal zodanig vanaf dat een grimas niet misstaat. Een mooi voorbeeld van het werken aan een thema, jarenlang. Ik ben blij met dit boek. Onvervalste Nederlandse Fotografie helemaal Chris Keulen met een knipoog naar Martin Parr.

VERZAMELEN

De een spaart postzegels, de ander sigarenbandjes of punten voor de Jumbo of C1000. ‘Puntensparen’ kan lucratief zijn, postzegels wellicht ook nog wel als je aan in-en verkoop doet. Mogelijk dat dit zelfs voor sigarenbandjes geldt ondanks dat mijn kistje van vroeger bij een of andere verhuizing bij het oud vuil is achtergebleven. Anton spaart ook, of beter hij schrijft geschiedenis. Al jaren schrijft hij dagelijks berichten van teletekst over in zijn dikke spiraalschrift. Hij is inmiddels aan zijn derde map bezig. Hij maakt geen autobiografie maar zijn werk is wel autobiografisch. De fotograaf die documenteert laat zien wat hij/zij belangrijk vindt. Anton doet niet anders; hij toont zijn interesses, de dingen die hem aangaan of na aan het hart liggen via zijn spiraalschrift.
‘vreemdgaan zit in de hersenen’ uit het spiraalschrift van Anton
‘een nieuw verhaal’

Regelmatig ontmoet ik Anton, maak een babbeltje en meestal maak ik wat foto’s. Zo ook gisteren tijdens mijn ‘rondje-Varsselder’. Anton was bezig met de noten te rapen. “Het notenblad houdt het ongedierte weg, ja ja van die dingen” verklaart Anton als hij wijst op de vier kolossale bomen op zijn erf.
Anton is een prater die regelmatig zijn woorden kracht bij zet door “ja ja, van die dingen” te roepen. Daarbij wordt de tweede ja een verlengde ja, zoiets van jaaa. Daarmee overtuigt hij zichzelf het meest van zijn waarheid. Och, krachttermen, versterking van ‘de waarheid’, is ons mensen niet vreemd. Zelfs politici en wetenschappers blijken de waarheid geweld aan te doen en maskeren dat door het hanteren van krachttermen. Maar goed terug naar Antons noten. Van de noten gaat het al snel naar zijn nieuws van de dag en het blijkt dat zijn persoonlijke geschiedschrijving in het spiraalschrift er nog een andere uitingsvorm heeft bijgekregen. Hij verzamelt nu ook, in zijn ogen belangwekkende, krantennieuws. Hij troont ons, mijn vrouw wandelt deze keer ook mijn rondje, mee naar de bovenverdieping van zijn huis, “dat staat toch allemaal leeg, ja ja als je de ruimte maar hebt. Ja ja ik bewaar alles zodat de mensen kunnen zien wat er allemaal aan de hand is in de wereld. Want ge geleuft het toch niet.”
Niet een netjes uitgeknipt krantenartikel maar hele kranten met zwaar montagetape zijn tegen de muren van de leegstaande kamers, hokken en gangen geplakt. Allemaal nieuws vanuit de streek, de Achterhoek. “Ja, ja hedde de gelezen daor in Bredevoort, …………”. Het ene nieuwsfeit volgt het andere op ……… Anton blijft een markante man, die leeft in zijn eigen wereld met een eigen ‘vrije’ nieuwsgaring. Ik maak graag praatjes met hem en werk gestaag door aan mijn fotoverzameling van hem en zijn buurman, zijn broer Jan.
‘de nieuwsfeiten op een rij’

De Zutphense in het gemeentehuis

Afgelopen vrijdag de expositie “KIJKEN OM TE ZIEN” geopend. Prachtig werk hangt er in de witte vleugel van het gemeentehuis van ZUtphen. Het fotografencollectief bestaat 90 jaar, geenszins grijs maar springlevend. Voor wie wil gaan kijken (doen!) de gegevens vind je op de website van het fotografencollectief. Kun je gelijk ook kijken naar hun ander werk.
Opvallende verschijning wat mij betreft is Jenne Bleijenburg. Kijk maar eens naar haar werk.
foto Jenne Bleijenburg titel zusjes

UNSEEN

Veel te zien ondanks de titel UNSEEN tijdens de fotofair in Amsterdam. Heb dan ook fragmentarisch rondgekeken. Me vergaapt aan fantastische foto’s van fotografen die ik al wel kende zoals de tweelingen van Anders Petersen.
foto Anders Petersen
Of het nieuwe werk van Christina de Middel. Als je haar (nog) niet kent moet je beslist op haar website kijken. Ze is BOOMING, deze Spaanse!

foto Christina de Middel

De fotografen die ik niet kende en waarvan het werk me op een of andere reden opviel heb ik in mijn aantekenboekje gezet. Dus ik kijk later uitgebreider naar onder andere Koen Hauser, Isabelle Wenzel, Sacha Weidner en Lonneke de Groot.
Een impressie gemaakt die dag. Heerlijk mijn laatste foto van die dag….. een samenloop van omstandigheden.

Voor als je verder wilt kijken ….

To STOOP and STOOP not

Bukken of niet bukken, ja toch maar bukken. Ik wil weten wie de fotograaf is, wat hem of haar bewogen heeft. Noorderlicht Fotomanifestatie 2013 vraagt wat van de bezoekers. Kijken of niet kijken, er zijn of er niet zijn. To Have and Have Not gaat over de wereld van de rijkste 1% van de wereld, intrigerende beelden. Gepimpte dames in boudoirs of op de schoot van ‘Strauss-Kahn-figuren’. De locatie is schitterend, alhoewel afgelegen: de oude ontmantelde suikerfabriek in Groningen. Wat dat betreft past één van de hoofdexposities over de suikerindustrie wereldwijd daarin natuurlijk uitstekend. Een expositie van een stuk of 10 fotografen met beelden van de slavernij tot aan megalomane platen van snoeprolletjes. Carl de Keijzer met een beeldtaal die je van verre herkent. Het individu is direct aanwezig terwijl de ruimte waarin de ‘socios’ verkeert onherroepelijk en ondubbelzinnig mede de inhoud bepaalt. Die balans tussen omgeving en individu zorgt steeds voor een verhalen en veelzeggende inhoud. In een andere hal Kadir van Lohuizen fotografeerde de familie Rharih in 1993 en nu opnieuw, een indrukwekkende eerlijke fotoreportage. De versmelting van culturen naast eigenheid van de identiteit die ons allen niet vreemd is. Onze fotograaf, want zo mag je haar wel noemen als je fotograaf des vaderlands bent, Ilvy Njiokiktjien, is er ook met de familie. Portretten van verjaardagen van 0 to 100 jarigen. Een twintigtal hangen in de geïmproviseerde kantine, de moeite waard. Het broodje, de soep en de witte wijn trouwens ook. Er is nog veel meer te zien. Kijk maar eens op de website. Ik zou gaan kijken als ik u was. O, ja en als je nog wat meer wilt weten van de fotograaf des vaderlands koop dan deze maand het fotoblad FOTOGRAFIE met een prachtig artikel van de hand van Ton van Vroonhoven over haar met mooi gedrukte beelden. Kijken, kijken dus!

in de tuin van Bernardus

Voor de zesde keer heeft het Oost Gelders Fotografen Collectief een buitenexpositie in de historische tuin van Bernardus gemaakt. Geopend tijdens de nacht van de poëzie omdat de foto’s zijn gemaakt op inspiratie van gedichten. Zo hebben we de tachtigers ‘verbeeld, een andere keer waren het de vijftigers en weer een andere keer naar aanleiding van gedichten die in de verzamelbundel van Komrij stonden. Afgelopen jaar was het de overleden volksdichter Willem Wilmink. Voor de uitgave 2013 – 2014 hebben we elkaar vrijgelaten in de keuze van de dichter maar was er wel een centraal thema ‘verlangen’. Ik had de expositie nog niet volledig gezien, enkel fragmenten tijdens de voorbereiding en bij de opening moest ik verstek vanwege vakantie elders. Vanmiddag dus op pad naar Bredevoort. Eerst nog even bij de schitterende locatie van Galerie FOTO 21 die momenteel volledig verbouwd wordt. Het was een mooie locatie voor fotografie maar het wordt nu helemaal top. Een echte ontmoetingsplek met vier expositieruimten plus een geweldig restaurant waarin ook exposities zullen worden gehouden. Medio september is het zover en gaat de ’tent’ open. Ik ben er van overtuigd dat velen de weg naar deze pracht locatie zullen weten te vinden en kunnen genieten van mooi fotowerk en ook nog eens van een aangeklede lunch of koffie plus! Maar goed, de tuin in dus. Heerlijk dwalend tussen het groen verscholen de foto’s die, ondanks de afmetingen van 50×70, in dat grote bos een bescheiden plaats innemen. Misschien ook wel goed dat je je als het ware even een op een met de foto en het gedicht waant. Even niets buiten dat. Joop Koopmanschap die gedichten van Tjitske Jansen heeft uitgekozen. Joop vertelde tijdens een van onze bespreekavonden dat hij contact met haar had gehad en dat ze super enthousiast reageerde. Drie foto’s van een ruimte, enigszins historisch aandoend, met een zekere intimiteit waarin een jonge vrouw figureert. Verdikkeme het is Tjitske. Hij heeft haar sfeervol en in de geest van haar eigen gedichten geportretteerd. Heel veel foto’s van mijn mede OFC-leden ken ik en toch is er steeds naast de herkenning een verrassing. Paul van Hulzen is de architectuur fotograaf bij uitstek. Niet voor niets sleepte hij de hoogste internationale onderscheiding in 2012 weg als architectuurfotograaf. In de tuin hingen drie zeegezichten. Geen architectuur en toch op grote afstand herkende ik het werk al als dat van Paul. De vlakken, de kleuren maken de zeegezichten tot bijna architectonische werken. Het feit dat de fotopanelen ook nog eens met drieën pontificaal naast elkaar maakt het totaal nog sterker. In het midden van de expositie ontmoet ik een vrouw. “Komt u ook naar de foto’s kijken”, spreek ik haar aan. “Nee”, antwoordt ze me, “ik ben hier van de stad”. Ja inderdaad Bredevoort een gat van niks heeft stadsrechten en was een belangrijke garnizoensplaats in de tachtigjarige oorlog. Nu is het ‘de boekenstad’ van Nederland en trekken er het hele jaar door boekenliefhebbers door het stadje op zoek bij de vele antiquariaten en boekhandelaars naar het boek dat nog gemist wordt. Ineke, want zo is haar naam, vertelt me dat ze elke dag wel met haar scootmobiel even een rondgang door de tuin van Bernardus maakt. “er effen uit, de frisse lucht in is goed voor een mens”, zegt ze blijmoedig. Ineke is niet piep maar zeker niet oud, zeker jonger dan ik ben. Ze vertelt me dat ze een jaar of tien geleden geopereerd is aan haar hoofd en dat de operatie niet helemaal goed is gegaan. Ik heb flink moeten revalideren en ook best lang maar nu kan ik bijna alles weer, behalve dan dat ik aan een zijde een verlamming aan been en arm heb. Misschien kan ze de compassie met haar situatie van mijn gezicht aflezen, waardoor ze snel vervolgt: “maar er zijn veel meer dingen die ik wel kan dan niet”. Ze maakt een opgeruimde indruk en vertelt over haar man en kinderen. “Als ik bij mijn zoon ben en weer naar huis ga, maak ik altijd het V-teken. Ik weet ook niet waarom. Vrede hè, vrede is belangrijk in het groot maar ook in het klein.” Ware woorden van Ineke. Was iedereen maar zo. Vrede, begrippen die je vandaag aan de dag niet snel te binnen schieten als je het acht-uur aanzet of de krant openslaat. Ik vraag Ineke of ik een foto van haar mag maken voor één van mijn foto’s in de tuin. Ik vertel haar over de dichteres Kira Wuck, haar jeugd, haar gedichten die afwisselend surrealistische zinnen en situaties combineert met het dagelijkse leven, als een twist. Ik vertel dat ik van Kira een portretfoto heb gemaakt, vorig jaar tijdens de nacht van de poëzie waarin ik geprobeerd heb het dubbele van haar gedichten in de foto tot uitdrukking te brengen. Als je die foto wil zien en de recensie over Kira wil lezen klik dan hier.
Inmiddels zijn we bij de foto aangekomen met het gedicht van Kira Wuck dat me geïnspireerd heeft tot deze foto. Wasdagen was het gedicht. Het naakte onderlijf van een etalagepop, de jurkjes op de hangertjes. Een combinatie die net zo absurdistisch lijkt als de gedichten van Kira Wuck. Ineke poseert, maakt het V-teken voor mij en met de publicatie van deze foto voor ons allemaal. Vrede! Mooi gedaan Ineke.

Photography EXTENDED

In Museum Valkhof te Nijmegen tot en met 27 oktober FOTOGRAFIE met VOORBEDACHTE RADE

Nederlandse geënsceneerde fotografie met bekend en minder bekend werk van Erwin Olaf, Ruud van Empel, Eelco Brand, Sylvie Zijlmans, Risk Hazekamp, Willem van den Hoed, Hendrik Kerstens, Gerco de Ruijter, Jaap Scheeren, Eva-Fiore Kovacovsky en Koen Hauser. Teun Hocks is feitelijk ook opgenomen in de expositie met werk dat tot de collectie van het museum behoort. Bedachte fotografie, de ene keer in het concept, een andere keer in de bewerking of combinaties, zowel digitaal (het meeste) als analoog (Risk Hazekamp). De moeite van een bezoek waard!
foto Sylvie Zijlmans: guilty 2009

foto risk hazekamp: rolling stone 2009 [autoportrait]

het onbegrijpelijke niets

Het
onbegrijpelijke niets

Ik
fotografeer al vanaf mijn veertiende. Altijd iets, de ene keer een landschap,
een andere keer een bloem of een kamer en heel vaak mensen. Mensen onderweg,
onderweg van niets naar iets en weer naar niets. Dat iets is natuurlijk wel het
meest interessante, alhoewel het niets ons voorstellingsvermogen ook te boven
gaat. In mijn eerste onderwijsjaren stelde ik de brugklasser steevast de vraag wat
het grootste getal was. Brugklassers hebben een getalbegrip dat qua omvang nog enigszins
beperkt is. Vraag ze naar de afstand tussen de maan en de aarde of dichter bij
huis tussen Amsterdam en Eindhoven en je krijgt de grote verschillen in hun
antwoorden. Vraag zeker niet of ze willen schatten hoe oud je bent. Zo’n
grootste-getal-vraag leverde steevast een getal op dat nog uit te spreken was,
sommige slimmeriken zochten hun uitvlucht tot het bord om anderhalve meter
cijfertjes achter elkaar te plaatsen. Toch was er altijd een getal dat met één
erbij nog groter was. Het alles was niet te vangen, net zomin als het niets.
Als ik dan de stap maakte naar het universum en de eindigheid of juist de
oneindigheid aan de orde stelde, werd het altijd rumoerig in de klas. Weten we
niet om te gaan met alles of niets? Om ze weer stil te krijgen vertelde ik het
verhaal van de ‘platlanders’. Platlanders waren mijn handigheidje om dingen die
je niet kon snappen toch met enig begrip te omgeven, misschien wel om duidelijk
te maken dat je niet alles kunt snappen maar dat het wel zou kunnen als je in
een andere wereld zou leven. Ik weet wel
dat velen daarvoor een godsbeeld hanteren, nog wel heel verschillende zelfs. Dat
is geloven wat je niet kunt begrijpen. Platlanders zijn geen goden maar laten
wel zien dat er iets kan zijn dat jij op deze aarde niet ziet maar wat wel in
een begrip gevangen kan worden. Een platlander is een wezen dat slechts twee
dimensies heeft. Dus lengte en breedte. Een platlander ontbeert zoals wij de
dimensie hoogte. Daarmee hoort hij niet in onze wereld, heeft hij een wereld
voor zichzelf tussen ons in. Zonder dat we het in de gaten hebben zijn er
miljoenen platlanders, zij leven hun eigen leven in hun eigen wereld. Weliswaar
vlakbij de onze maar ongestoord en onzichtbaar voor ons drie-dimensionale wezens. Op het moment dat
je het ontbreken van de derde dimensie accepteert verhef je het niets tot iets.
Het was een katholieke school waar ik destijds werkte en dus frommelde ik oneindigheid
en dergelijke ook gauw onder de noemer van het geloof. Dat was meestal de
zwakke afsluiting van het platlandersverhaal. Tot dat moment hingen ze aan mijn
lippen, dan werd het weer rumoerig.

Fotografen hebben
wel wat gemeen met platlanders. Het ontbreekt ons eveneens aan de derde
dimensie en slechts de suggestie daarvan doet ons werk leven.

De feitelijke reden van deze blog ligt in het gegeven dat ik
afgelopen zondag al wandelend nadacht over het niets. Het niets houdt gelijke
tred met het alles. Je zou kunnen zeggen dat het niets en het alles elkaar in
evenwicht houden zonder te weten wat beide componenten betekenen. Het duister
van het niets is even ondoorzichtig als het licht van het alles. Als fotograaf manoeuvreer
ik daar tussen, immers ik fotografeer het iets.

Eigenlijk dacht, dat je hoe je het ook wendt of keert, je altijd
iets fotografeert. Ik zou weleens niet-iets willen fotograferen. Kan dat wel. Als
ik nou niet zou kijken wat ik fotografeer en alles goed zou vinden, wat er ook
op stond, zou ik dan niet-iets hebben gefotografeerd? Het antwoord is evident.
Ik moet een ander model ontwikkelen, net zoals bij de platlanders, om het iets
en het niets van elkaar te kunnen onderscheiden. Tot op dit moment is het me
niet gelukt. Ook niet met de exercitie tijdens mijn wandeling, denk ik. Maar enfin, het was mooi om even te denken over het niet-iets.

Ik neem me voor ……. Vanaf dit punt
loop ik 29 stappen naar links, daar maak ik met mijn ogen dicht een foto. Ik
houd mijn camera met gestrekt armen op buikhoogte en maak de foto. Dan loop ik
de 29 passen terug naar de weg en vervolg mijn wandeling met 100 passen.
Kijkend want anders rijden ze misschien wel van de sokken, ondanks dat ik op dreven en lanen achteraf in de Achterhoek wandel. Weer hetzelfde ritueel, 29 stappen naar links, enz, enz. Zo heb ik iets gefotografeerd zonder dat ik weet; ik had net zo goed niets kunnen
fotograferen. Is het iets daarmee toch niets geworden?

focus on it

De f van focus is nog net zichtbaar aan de rand van de foto. Deze foto gaat over de focus. Over het gericht zijn op ….. Ja waarop eigenlijk. Waar is de vader op gericht of waaraan loopt het kind te denken. Is vader misschien in gedachten verzonken. Mensen lopen soms doelloos rond, een andere keer spelen zich de grootste verhalen in hun hoofd af terwijl jij ze tegenkomt, terwijl je een foto van ze maakt. Een enkele keer wordt iets van de gedachten, slechts een spoor, zichtbaar in het beeld. Noem het emotie als je wilt, de foto heeft iets wat boven het directe beeld is verheven. Er is een moment dat je als fotograaf ook maar moeilijk kunt bepalen. Zelfs als je als fotograaf erop uit bent, -de focus op hebt-, om dat soort beelden te maken. In een moment van pakweg een honderdste seconde is het gebeurd. In minder dan een tel leg je iets vast dat van een ander is. Je ziet alleen de buitenkant en vermoedt iets dat zich afspeelt in het binnenste. Daarmee worden het eigenlijk een soort van portretten. De fotograaf had de focus erop gericht maar ook gewoon geluk dat de een honderdste seconde juist het goede tijdstip was. Het moment waarin de expressie van man en kind de focus had. Waarop, we zullen het nooit weten.

Verhalen uit Debbeshoek

Vanochtend werd het magazine ‘VERHALEN UIT DEBBESHOEK’ gepresenteerd. De eerste die een exemplaar kregen waren natuurlijk de 10 bewoners die met hun verhaal in het magazine kwamen. Ad Bouw interviewde de mensen en dat leverde fraaie open verhalen van de mensen op. Ik vond het fijn om hier de portretten bij te kunnen maken en de vormgeving van het magazine voor mijn rekening te kunnen nemen. Een plezierige samenwerking ook met de medewerkers die aan het project mee vorm gaven.

Lies en Lubbe hebben voor het eerst het magazine in hun handen. Benieuwd, snel kijken dus!

De directeur overhandigt Bertus een exemplaar. Bertus heeft een mooi verhaal verteld.

Het magazine ‘VERHALEN UIT DEBBESHOEK’ is verkrijgbaar in het verzorgingshuis Debebshoek te Ulft.

HET NATIONALE EUROSONGFESTIVAL

Hoe nationaal is Europa. Behoorlijk is mijn idee. Ik leid dat af aan zowel de verhoging van de Europese begroting als aan de uitslag van het Eurosongfestival. Kijk naar de stemming in het Europese Parlement waar het aantal voorstemmers voor verhoging van de begroting hoger was dan de tegenstemmers. Wiedus, het aantal ‘ruifeters’ overtreft het aantal dat het voer aansleept. Voer en ruif zijn ingegeven vanwege de subsidies aan de boeren, maar dat terzijde. De stemming bij het Eurosongfestival verloopt daar enigszins parallel mee. Grensverleggend songfestival, ja aan m’n hoela. Elkaar punten toeschuiven zul je bedoelen. Van Griekenland hadden we weinig te verwachten, van Spanje evenmin, België, ja die hielp ons aardig in het zadel maar dan Duitsland, die liet het weer driftig afweten. We zijn toch ook buren. Het naoberschap was in dit geval ver te zoeken. Och, ik moet eerlijk bekennen het heeft niet mijn grootste interesse. Ik heb Anouk gezien, lekker gezongen, mooie stem, tussen twee krimi’s op Canvas door. Ze heeft wel wat, die mooie eigenzinnige Anouk.

In juli en augustus (vanaf 22 juni om precies te zijn) exposeren Freek Miggelbrink, René Moorman, Stan Bouman en ik foto’s van het Huntenpop festival gemaakt in de afgelopen jaren. Met zijn vieren zijn we al jaren de vaste fotografen van Huntenpop, zowel in de frontlinie als backstage. We hangen samen zo’n 60 foto’s weg, van 40×50 cm tot de A0 platen. Mooi in de Dru Cultuurfabriek in Ulft, tussen de theaterzaal en de popzaal, voor iedereen vrij toegankelijk. Nee, deze foto van Anouk komt er niet te hangen. Vond het wel een mooi beeld, maar ja de scherpte was net niet optimaal voor een A0-plaat. Belooft een mooie expositie te worden en de 40×50 foto’s zijn te koop. Voor een goed doel, voor verder onderzoek naar de ziekte Cystic Fibrosis (taaislijmziekte). De voorzitter van het Huntenpopfestival, zelf belast met deze ziekte, gaat binnenkort 440 km fietsen in 24 uur, eveneens voor dit doel. Als je daarover meer wilt weten bekijk dan het filmpje op Youtube hierover.

Fotografische Installatie

Als jurylid van de Bondsfotowedstrijd ben ik in de afgelopen weken enkele afdelingen ‘in geweest’ om de foto’s toe te lichten. Niet alleen de prijswinnende, -de zogenaamde bronzen, zilveren en gouden stickers-, maar ook de inzendingen van de clubs uit de desbetreffende afdelingen. Dat laatste vind ik het meest plezierig omdat je het dan hebt over de foto’s van de fotografen die doorgaans allemaal in de zaal zitten. Bij de stickerfoto’s is dat slechts in een enkele geval aan de orde. Bij de bespreking van het ‘eigen werk’ van de aanwezige fotografen ervaar ik vaker een grotere betrokkenheid vanuit de zaal. Afgelopen week echter alleen de prijswinnende foto’s in het Brabantse Wagenberg besproken. Het was een beamerpresentatie, en dat vind ik altijd wat minder dan “het echte werk”, de prints of afdrukken dus. Bij het bespreken van de stickerfoto’s is het doorgaans niet zo lastig om iets over techniek, vorm, inhoud en originaliteit te kunnen zeggen. Nagenoeg alle foto’s zijn door de drie juryleden (Mariska Lansbergen en Frank Boots waren de andere juryleden) zodanig hoog gescoord dat ze de prijs met overtuiging verdienen. Natuurlijk komt het voor dat een enkel beeld naar mijn idee of naar het idee van de andere juryleden te hoog beloond is. Het jureren van een bondsfotowedstrijd, überhaupt het jureren van foto’s is geen jurysport. Bij voetbal of hockey win je omdat je meer gescoord hebt, bij zwemmen of atletiek omdat je sneller was of hoger kon springen. Bij het jureren krijgt een foto van de drie juryleden samen bijvoorbeeld 22 punten en verdient daarmee brons. Een andere foto scoort een punten minder en valt buiten de prijzen. Kun je zeggen dat die foto minder is? Nee natuurlijk niet, als het zo eenvoudig zou zijn. Als jury let je op een aantal aspecten. Ik zei al, de techniek en de vorm vind ik belangrijk maar nog meer van belang is de inhoud. Wat wil de fotograaf met zijn/haar foto laten zien, welk verhaal wordt er verteld, roept de foto een emotie of gevoel op. Ook belangrijk vind ik een zekere nieuwwaarde van de foto. Natuurlijk alles is al wel eens gefotografeerd en op meer dan een manier. Kun je dan nog wel origineel zijn? Harry Callahans (1912-1999) lijfspreuk, enigszins vrij vertaald, was: “‘Foto’s die me prikkelen zijn foto’s die iets zeggen op een andere manier. Niet om het anders willen zijn maar omdat het individu, de fotograaf, het is die iets vertelt op zijn manier.”‘ Met andere woorden laat zien wat je beweegt in je fotografie, wat vind je belangrijk of spannend en blijf daarbij dicht bij je ‘eigen ik’, je emotie of je verhalen. De foto van Ariejan van Twisk die brons behaalde, vind ik een goed voorbeeld. Het is een foto waarmee Ariejan flink aan de slag geweest is. Standpunt gewikt en gewogen, het kader onderzocht, de kleurbalans preciseren. O ja, stoeltje erbij, wankel evenwicht. Labiel en stabiel tegelijkertijd of toch meer stabiel. Harmonieus en rust maar tegelijkertijd ook veel spanning. Komt dat alleen door het stoeltje of ook door de paar natte plekken en de blaadjes (whatever it is). Een foto die je in eerste instantie om zijn vorm, compositie, kleur zou kunnen beoordelen en die bij een wat diepere beschouwing (de tweede laag) iets prijs geeft van stabiliteit of labiliteit, van fotobeeld verwordt tot een visualisatie van een zelf bedachte installatie, een wankel evenwicht. Daarnaast vertelt de foto nog iets over de context van wonen. Dergelijke strakke verbanden zijn te vinden in de Westerse woonomgeving anno nu. En tenslotte doet het te kleine stoeltje bijna surrealistisch aan. Van wie is het, de kleuter van om de hoek of is het een verzinsel van de fotograaf. Een foto die zich niet beperkt tot de vorm of de schoonheid op zich maar uitnodigt tot een beschouwing van verschillende aard en daarbij zelfs vragen oproept die alleen door de fotograaf te beantwoorden zijn. Volgens mij heb je dan terecht een bronzen plak.

Volgende week nog naar Limburg om daar de foto’s uit de afdeling te bespreken en daarna nog Rotterdam. Dan is de Bondsfotowedstrijd wat mij betreft even passé.

Bertus Driever

Bertus Driever is nog net geen 100. Geboren in Ulft in 1914, dus nog een jaartje en dan is het zover. Bertus loopt met de rollator door de kamer, doet ook zijn boodschappen nog en is heel goed bij de pinken. Ad Bouw, oud collega en thans auteur van verschillende boeken interviewden 10 bewoners van het verzorgings- en verpleeghuis Debbeshoek in Ulft. Het zijn gewone mensen en ondanks dat er slechts een ‘gap’ van ongeveer een generatie tussen hen en mij in is, zijn het bijzondere verhalen. De tijd van voor de tweede wereldoorlog, ja Bertus is zelfs ten tijde van de de eerste wereldoorlog geboren. Onderwijs en opleiding was slechts weggelegd voor de notabelen of voor hen die priester moesten worden. De anderen gingen na de zesde klas aan de arbeid. Omstandigheden in de fabrieken die nou niet aan al te hoge gezondheidseisen voldeden. Zware arbeid, meer dan 50 jaar lang soms. Bertus heeft het iets slimmer aangepakt. Als zoon van een boer ging hij na de lagere school in de leer bij een timmerbedrijf en na een jaar of vijf ging hij naar de avondschool in Arnhem om daar polytechnisch geschoold te worden. Toen naar de DRU, het bedrijf dat Ulft ‘groot’ heeft gemaakt. De emaille pannen, baden en kachels van de DRU zijn wereldberoemd geweest en het bedrijf DRU-verwarming bestaat nog steeds, gevestigd in Duiven. Bertus werd modellenmaker bij de DRU. Zijn handen legden de basis voor de deksels en pannen. De modelmakers stonden in hoog aanzien. Zij waren de technici en stonden ver af van de koepelovens met hun moordende temperaturen en walmende gassen. Ondanks dat Bertus zijn verhaal een poos geleden al aan Ad had gedaan, deed hij het nog eens dunnetjes over tijdens mijn fotosessie met hem. Heerlijke verteller, met twinkelende oogjes en beweeglijke handen die nog steeds model stonden voor zijn persoonlijke geschiedenis.

De verhalen en foto’s worden gebundeld in een boekje “VERHALEN UIT DEBBESHOEK”. Vandaag de fotografie en vormgeving afgerond en ge-upload naar de drukker. Op 21 mei een feestelijke presentatie, natuurlijk met Bertus en al die andere geweldige verhalenvertellers.

Lies Nieuwenhuis is trots op haar leeftijd; 91 jaar jong. Nog elke dag twee keer een half uur op de home trainer. Ad vroeg haar naar wat ze nog weet van haar prille jeugd.

Lies vertelt dat er winkeltjes waren vlakbij de grens en dat er veel gesmokkeld werd, vooral koffie en tabak. Dat ze na de lagere school naar de naaischool ging in Gendringen en dat ze daarna, amper 14, in betrekking is gegaan naar Den Haag. Daar heb ik wel heimwee gehad naar Megchelen. ‘VERHALEN UIT DEBBESHOEK’ is een aubade aan de oudere mens!

PROJECT 2.0

Project 2.0 ORANJE

Vandaag, 30 april, wisseling van de wacht. De republikein die ik gisteren ontmoette, wilde desondanks best poseren voor de etalage van Galerie PROJECT 2.0.

Van project 2.0 naar de Twee Pauwen, eveneens een galerie in Den Haag. Toeval? Och toeval bestaat niet zei mijn opoetje al, toen ik nog maar net kwam kijken. Voor degenen die ‘geloven’ in de monarchie, veel plezier en de anderen sterkte. Maak het niet te bont met z’n allen.

reFRAME

REFRAME foto peter van tuijl/met gebruikmaking van een foto van Isabelle Wenzel

Reframe, herkaderen, nieuwe kaders. Het klonk me veelbelovend in de oren. Gisteren daarom de laatste mentoraatsavond bij Kemfodia in Eersel maar eens gecombineerd met exposities van het festival Reframe. De laatste trends in de fotografie, zo werd aangekondigd. Daar wil je toch zeker bij zijn. Het uitgangspunt is de veranderde rol van de fotografie. Niet zozeer als doel maar als medium. Het medium waarin de fotograaf zich verbeeldt. REFRAME richt zich meer op de autonome fotografie en niet zozeer op het documentaire. Van wat ik gisteren zag klopt dat heel aardig. Eerst maar eens naar de TU, eens een oud stekkie. In het gloednieuwe hart van de campus van de Technische Universiteit Eindhoven, het in oktober 2012 geopende metaforum, was de eerste expo die ik bezocht. “What You See What You Get”, toegegeven dat klinkt meer als waarheidsgetrouwe weergave, documentair dus, dan als autonoom. Edoch de werkelijkheid is een andere. Degenen die in het metaforum metersgrote foto’s laten zien zijn allemaal fotografen die de werkelijkheid naar hun hand zetten. Wat echt is, blijkt gemanipuleerd en wat heel onwerkelijk lijkt, blijkt de echte werkelijkheid te zijn. De fotografen maken niet alleen intrigerende beelden maar spelen ook met de vraag naar het werkelijke bestaan ervan. Daarmee wordt een nieuwe laag aan de beschouwing toegevoegd, “een kijkspel dat dwingt tot precies kijken”, zoals de mooie kleine gratis brochure vermeldt. Niet alleen een gratis brochure maar alles is gratis aan Reframe en dan ook nog eens klinkende namen. Wout Berger, Kim Boske, Denis Darzacq, Ruud van Empel en zo kan ik nog even doorgaan, niet de minste! Op dat moment was ik naast een groepje jongelui de enige bezoekers. Ze sjouwde met een geweldige grote filmcamera rond. “Meneer, mogen we u interviewen en filmen”, zo spraken ze me aan. Natuurlijk deed ik graag mee aan de opdracht die deze studenten van de opleiding St Lucas moesten uitvoeren. Voor wat hoort wat en de knaap met de gele broek moest er aan geloven bij de foto van Isabelle Wenzel, de fotograaf die ook de coverfoto van het tabloid bij de tentoonstelling leverde.

foto Isabelle Wenzel

Mijn tweede halte betrof het TAC NU. Nou daar was het ook smullen, zowel van de fotografie als van de speciale Reframelunch. Er schijnt ook nog een Reframe daghap te zijn voor na vijf uur van de kok Joam. Tweedejaars en vierdejaars studenten van de MBO-opleiding St Lucas pakken uit in de eerste zaal van het TAC, al zeer de moeite waard en veelbelovend. Hele lekkere fotografie zowel qua idee als wat betreft de uitwerking. In de grote expositieruimte zie je echt heel vernieuwende, conceptuele fotografie. Van schattige cavia’s gevouwen tot niet bestaande verminkte exemplaren die zelfs weerzin kunnen oproepen en tot een metershoge ‘uitdraai’ van foto’s die door ‘Google geleverd worden’ als je een abstract woord intikt, zoals bijvoorbeeld ‘empathie’.

Ook Paul Bogaers is vertegenwoordigd, nu met driediminsionaal werk en Erik Klein Wolterink met zijn gemonteerde keukenfoto’s en …. nog veel meer. Gaan kijken dus.

Tenslotte rondde ik mijn ‘Tour d’expo’ af bij Galerie Pennings. De sympathieke galerie die al bestond in de jaren zeventig/tachtig in de exclusieve meubelzaak van Harry Pennings. Grote fotografen zoals van der Keuken, de Nooijer en Giacomelli exposeerden destijds hun werk. Hoe Harry Pennings het fikste weet ik niet maar de Italiaan Giacomelli was zelfs tijdens de opening aanwezig. Harry Pennings droeg in 2005 zijn galerie over aan Petra Cardinaal die nog steeds de scepter zwaait en expositie maakt zowel met veelbelovende nieuwe fotografen als toonaangevende, ‘gelande’ fotografen. Tijdens Reframe ook weer een aantal interessante werken aan de muur. Opvallend vond ik het werk van Helena van den Enden, donkere landschappen, plekken, waar gefotografeerd is bij het licht van de nacht. Ook fascinerend vond ik het werk van Edwin Rontberg en Barnet Kansil. Ga ook hier kijken en vraag galeriehoudster Petra Cardinaal naar uitleg, dat doet ze met veel plezier!