STRAATFOTOGRAFIE wat wel of niet

foto peter van tuijl/straatbeeld rotterdam 2014

Afgelopen dinsdag gaf ik een lezing over STRAATFOTOGRAFIE in FOTOGRAFENCAFE KAMPEN in de prachtige schouwburg aldaar. Een mooie belangstelling; de filmzaal was met zo’n 100 aanwezigen mooi gevuld. Om in één uur alles over straatfotografie te vertellen is natuurlijk ondoendlijk. In de meeste lezingen, die meer het karakter van een workshop hebben, is twee uur nog aan de krappe kant. Toch, de reacties achteraf gaven me de indruk dat de breedte van de lezing goed gekozen was en dat er veel inspirerende straatfotografen voorbij waren gekomen. Dé straatfotografie bestaat niet en de keuze voor het presenteren van verschillende fotografen met elk hun eigen beeldtaal bleek dus goed uit te pakken.

In de lezing komt ook aan de orde wat wel en niet mag, weliswaar in Nederland!
Daar mag wettelijk veel, heel veel zelfs. In deze tijd waar vrijheid van meningsuiting aan de orde van de (internationale) dag is, zijn wij koploper. In de meeste landen gelden heel beperkende regels m.b.t. het fotograferen op straat.
Overigens ook in de lezing kwam aan de orde het morele aspect. Elke fotograaf (net zoals elke andere kunstenaar) bepaalt wat hij/zij wel of niet wil laten zien en welke foto hij/zij wel of niet wil maken en publiceren.

Gisteren ontving ik mijn digitale nieuwsbrief van PHOTONMAGAZINE. Een aanrader, want elke week krijg je veel vak- en ander nieuws (o.a. ook vele nieuwe exposities) in je digitale brievenbus.
Deze keer een interessant artikel over de straatfotograaf dat ik u niet wil onthouden.

PhotoNmagazine heeft beslag weten te leggen op een schrijven van de Commissaris van Politie Haaglanden betreffende een klacht van iemand die werd gedwongen om een foto te wissen. De foto was gemaakt van het optreden van enkele politieagenten.

Een van de agenten sommeerde degene die de foto maakte om deze terstond te wissen. Toen de maker van de foto weigerde dit te doen werd hij aan zijn jas beetgepakt ter hoogte van de nek. De fotograaf heeft daarna onder fysieke dwang de foto verwijderd.

Het gevolg was een klacht bij de klachtbehandelaar van bureau Segbroek.

Naar aanleiding van de klacht kreeg het ‘slachtoffer’ een schrijven van de commissaris van politie waarin deze uitleg gaf waarom het optreden van de bewuste politieagent niet rechtmatig was en buiten zijn boekje was gegaan.

Klik hier voor het bewuste document. Uit privacyoverwegingen zijn de namen van de betrokkenen onherkenbaar gemaakt.
Voor wie regelmatig wordt geconfronteerd met vergelijkbare situaties is het wellicht een idee om een exemplaar van dit document in de fototas te hebben en te tonen bij ‘voorkomende voorvallen’.

de grens voorbij


Komende weekend staat Berlijn in het teken van 25 jaar ‘after the wall’. VANGENTVANTUIJL waren in 2011, 22 jaar na de val, in Berlijn en interviewden een flink aantal mensen die de DDR tijd nog hadden meegemaakt. Van voormalig DDR sergeant-majoor, kunstenaar, oud gevangenen tot o.a. de directeur van het Stasimuseum én de gewone mens op straat. “Wat heeft het u gebracht en verlangt u terug naar die tijd”, zo vroegen we hen. Interviews en foto’s, ook oude foto’s die VANGENT maakte nog voordat de muur gevallen was, zijn opgenomen in dit documentaire boek “DE GRENS VOORBIJ”. Gratis te downloaden via de site www.fotopetervantuijl.nl of via Blurb.com. In dat laatste geval, krijg je een mooi gedrukt boek maar ja, daar betaal je dan wel voor.

ONMACHT


Ik heb lang getwijfeld of ik deze foto, die ik in 2000 maakte in Berlijn, wel moest plaatsen. Ik was met de groep journalistiek ten tijde van de tweede Intifada op Alexanderplatz in Berlijn getuige van een grote demonstratie van Palestijnen. Ruim 5000 demonstranten protesteerden luidkeels, maar zeker gedisciplineerd. Ik maakte ruim 200 (analoge) foto’s en bij thuiskomst koos ik er aanvankelijk één uit die m.i. de hele tragiek tot uitdrukking bracht. Een prachtige jonge vrouw die fel en verdrietig een spandoek omhoog hield met de tekst ‘Sharon Mörder’. Het was een emotierijke foto die het menselijke verdriet en de woede in zich had en liet zien wat er die dag feitelijk op die demonstratieplek gebeurde. Het was een beeld van de demonstratie maar ik wilde meer. Eigenlijk wilde ik de onmacht van het conflict, de oorlog, het ‘onoplosbare’, het verderf en ellende in beeld brengen. Na ruim een half jaar nadat ik de foto’s had gemaakt ben ik met de negatieven aan de slag gegaan. Gekopieerd op vlakfilm, bekrast, bestookt, verbrand als een soort van onmacht en verkrachting van het beeld. Zie het als een parallel voor wat er aan de hand was. Uitkomst uiterst onzeker! Uiteindelijk leverde het vijf verschillende afdrukken op, unicaten, op die ik later gescand heb.

Mijn kennis over het conflict acht ik te beperkt om echt inhoudelijk te beargumenteren wiens schuld het allemaal is en wat er moet gebeuren. Toch begin ik steeds meer afkeer te krijgen van hetgeen de regering van Israël meent te moeten doen. Afkeer, is misschien nog iets te eufemistisch uitgedrukt. Een strook van pakweg 15 bij 50 kilometer met ruim 1,6 miljoen mensen op een dergelijke manier aanpakken is meer dan verontrustend, zeker als de legitimatie is om ‘de vijand’ te vernietigen. Wie is de vijand? Vaders, moeders en kinderen die in een VN-school bijeengebracht zijn en waarvan de coördinaten al meerdere malen door de VN zijn doorgegeven aan de Israëlische generaals of kolonels. Nogmaals ik ben geen deskundige maar slechts een onmachtig mens die iets ziet gebeuren dat moet stoppen maar wat al een halve eeuw doorgaat. Als ik de tweede foto in deze blog aan anderen liet zien werd vaak de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog gemaakt, een soort van iconisch beeld dat verwijst naar Anne Frank. Dit is een Palestijns meisje, ik weet niet hoe ze heet of waar ze nu woont. Gewoon een kind van pakweg 12 jaar. Destijds [oktober 2000] fotografeerde ik haar tijdens de eerder genoemde demonstratie. Ik hoop dat het goed met haar gaat en ik wens dat dit boven-proportioneel geweld stopt! Onmachtig blijf ik hopen.

LEKKER HAPJE


Er zijn tijden geweest dat de winkelier zijn stoep sneeuwvrij maakte of de takken weghaalde als die met de storm van de bomen gewaaid waren. Ik meen zelfs dat ze dat deden nog voordat de oudjes uitgegleden waren of de brandweer nog niet ter plekke. Er zijn trouwens nog steeds wel winkeliers die dat doen. In het Centraal Station staken de schoonmakers. Ik denk dat ze het verdienen om te staken vanwege de verdienste en de zeer matige arbeidsomstandigheden. Dat daarmee de lekkere hapjes minder lekker ogen, lijkt me duidelijk. Winkelier, kleine zelfstandige, pak de bezem, een zak en los tijdelijk een probleem op uw stoep op. De schoonmakers en de reizigers zijn u dankbaar, ook voor de lekkere hap.

NIEUWE BONDSMEESTERS

Gisteren zaterdag 8 maart was de jaarlijkse ballotage van de BMK (bondsmessterklasse van de FOTOBOND) in het Fotomuseum te Rotterdam. Uit 38 inzendingen koos de jury bestaande uit Corinne Noordenbos, Sterre Sprengers, Martijn van den Broek, Carel van Hees en Hans Roozenboom 4 inzendingen waaraan het predicaat BMK werd toegekend. Het zijn Petrie Coomans, Rudi Kleingeld, Herman Schartman en Kees Schothorst.
Als kandidaat BMK werd geselecteerd het werk van Bas Berkhout, Henk Langerak, Jan Pieter Leupen, Cobi Neeft, Cees Oomes en Frans Smets.
Allen van harte proficiat met deze prachtige onderscheidingen in de fotografie!
Na afloop de opening van Vivian Sassen, de moeite waard om nog eens terug te gaan en nog eens goed te kijken. Zoveel gezien gisteren!

Verhalen uit Debbeshoek

Vanochtend werd het magazine ‘VERHALEN UIT DEBBESHOEK’ gepresenteerd. De eerste die een exemplaar kregen waren natuurlijk de 10 bewoners die met hun verhaal in het magazine kwamen. Ad Bouw interviewde de mensen en dat leverde fraaie open verhalen van de mensen op. Ik vond het fijn om hier de portretten bij te kunnen maken en de vormgeving van het magazine voor mijn rekening te kunnen nemen. Een plezierige samenwerking ook met de medewerkers die aan het project mee vorm gaven.

Lies en Lubbe hebben voor het eerst het magazine in hun handen. Benieuwd, snel kijken dus!

De directeur overhandigt Bertus een exemplaar. Bertus heeft een mooi verhaal verteld.

Het magazine ‘VERHALEN UIT DEBBESHOEK’ is verkrijgbaar in het verzorgingshuis Debebshoek te Ulft.

Fotografische Installatie

Als jurylid van de Bondsfotowedstrijd ben ik in de afgelopen weken enkele afdelingen ‘in geweest’ om de foto’s toe te lichten. Niet alleen de prijswinnende, -de zogenaamde bronzen, zilveren en gouden stickers-, maar ook de inzendingen van de clubs uit de desbetreffende afdelingen. Dat laatste vind ik het meest plezierig omdat je het dan hebt over de foto’s van de fotografen die doorgaans allemaal in de zaal zitten. Bij de stickerfoto’s is dat slechts in een enkele geval aan de orde. Bij de bespreking van het ‘eigen werk’ van de aanwezige fotografen ervaar ik vaker een grotere betrokkenheid vanuit de zaal. Afgelopen week echter alleen de prijswinnende foto’s in het Brabantse Wagenberg besproken. Het was een beamerpresentatie, en dat vind ik altijd wat minder dan “het echte werk”, de prints of afdrukken dus. Bij het bespreken van de stickerfoto’s is het doorgaans niet zo lastig om iets over techniek, vorm, inhoud en originaliteit te kunnen zeggen. Nagenoeg alle foto’s zijn door de drie juryleden (Mariska Lansbergen en Frank Boots waren de andere juryleden) zodanig hoog gescoord dat ze de prijs met overtuiging verdienen. Natuurlijk komt het voor dat een enkel beeld naar mijn idee of naar het idee van de andere juryleden te hoog beloond is. Het jureren van een bondsfotowedstrijd, überhaupt het jureren van foto’s is geen jurysport. Bij voetbal of hockey win je omdat je meer gescoord hebt, bij zwemmen of atletiek omdat je sneller was of hoger kon springen. Bij het jureren krijgt een foto van de drie juryleden samen bijvoorbeeld 22 punten en verdient daarmee brons. Een andere foto scoort een punten minder en valt buiten de prijzen. Kun je zeggen dat die foto minder is? Nee natuurlijk niet, als het zo eenvoudig zou zijn. Als jury let je op een aantal aspecten. Ik zei al, de techniek en de vorm vind ik belangrijk maar nog meer van belang is de inhoud. Wat wil de fotograaf met zijn/haar foto laten zien, welk verhaal wordt er verteld, roept de foto een emotie of gevoel op. Ook belangrijk vind ik een zekere nieuwwaarde van de foto. Natuurlijk alles is al wel eens gefotografeerd en op meer dan een manier. Kun je dan nog wel origineel zijn? Harry Callahans (1912-1999) lijfspreuk, enigszins vrij vertaald, was: “‘Foto’s die me prikkelen zijn foto’s die iets zeggen op een andere manier. Niet om het anders willen zijn maar omdat het individu, de fotograaf, het is die iets vertelt op zijn manier.”‘ Met andere woorden laat zien wat je beweegt in je fotografie, wat vind je belangrijk of spannend en blijf daarbij dicht bij je ‘eigen ik’, je emotie of je verhalen. De foto van Ariejan van Twisk die brons behaalde, vind ik een goed voorbeeld. Het is een foto waarmee Ariejan flink aan de slag geweest is. Standpunt gewikt en gewogen, het kader onderzocht, de kleurbalans preciseren. O ja, stoeltje erbij, wankel evenwicht. Labiel en stabiel tegelijkertijd of toch meer stabiel. Harmonieus en rust maar tegelijkertijd ook veel spanning. Komt dat alleen door het stoeltje of ook door de paar natte plekken en de blaadjes (whatever it is). Een foto die je in eerste instantie om zijn vorm, compositie, kleur zou kunnen beoordelen en die bij een wat diepere beschouwing (de tweede laag) iets prijs geeft van stabiliteit of labiliteit, van fotobeeld verwordt tot een visualisatie van een zelf bedachte installatie, een wankel evenwicht. Daarnaast vertelt de foto nog iets over de context van wonen. Dergelijke strakke verbanden zijn te vinden in de Westerse woonomgeving anno nu. En tenslotte doet het te kleine stoeltje bijna surrealistisch aan. Van wie is het, de kleuter van om de hoek of is het een verzinsel van de fotograaf. Een foto die zich niet beperkt tot de vorm of de schoonheid op zich maar uitnodigt tot een beschouwing van verschillende aard en daarbij zelfs vragen oproept die alleen door de fotograaf te beantwoorden zijn. Volgens mij heb je dan terecht een bronzen plak.

Volgende week nog naar Limburg om daar de foto’s uit de afdeling te bespreken en daarna nog Rotterdam. Dan is de Bondsfotowedstrijd wat mij betreft even passé.

Meester in de fotografie

De Nederlandse Fotobond voor vrijetijdsfotografen stelt jaarlijks de toppers onder haar ruim 8000 leden in de gelegenheid werk in te zenden om het predicaat BMK te verwerven. De Bonds Meester Klasse is een kwalitatieve hoge onderscheiding op het gebied van de (vrijetijds)fotografie. De inzending bestaat uit minimaal 12 foto’s, of een vergelijkbaar werkstuk waarbij hoge eisen worden gesteld aan de inhoud van de serie. Door een jury, bestaande uit professionals, wordt gekeken of iemand in staat is om op een consistente wijze een verhaal te verbeelden, een idee uit te werken in een serie foto’s in een herkenbare stijl of beeldtaal. De fotograaf moet iets te vertellen hebben met zijn/haar foto’s. In de vrijetijdsfotografie zien we nogal eens dat fotografen de schoonheid tot uitgangspunt van hun fotografie nemen. Als het ‘verhaal’ blijft steken in de esthetica, zonder verdere inhoudelijke boodschap, dat valt zo’n serie te licht voor het predicaat BMK, zo is ook afgelopen zaterdag gebleken bij de finale jurering. In de afgelopen jaren hoorde je afgewezen fotografen dan ook weleens brommen dat alleen inzendingen in de categorie sociale fotografie maar kans hadden om BMK te worden. Niets is minder waar, zo is afgelopen zaterdag gebleken. Juist de series met een eigen autonoom verhaal worden hoog gekwalificeerd.

Voor de titel BMK werden 63 series ingezonden. In de preselectie werden door de jury 20 series afgewezen. De 43 overgebleven inzenders hebben afgelopen zaterdag hun serie in een persoonlijk gesprek toegelicht aan één van de juryleden. Daarna ging de gehele jury in conclaaf, bekeek elke serie nogmaals om gezamenlijk tot een oordeel te komen. Ik was erbij en mijn conclusie is dat dit heel zorgvuldig gebeurde met volop argumenten over en weer daar waar dat nodig was. Streng en eerlijk, zo oordeelde de jury naar mijn overtuiging. Eerlijk omdat op argumenten en deskundigheid werd beoordeeld. Streng omdat uiteindelijk aan slechts drie inzenders het predicaat werd toegekend. Dat was in andere jaren wel eens anders, alhoewel ik me ook herinner dat er zelfs een jaar is geweest dat niemand de titel kreeg.

Groot applaus dus ’s middags bij de openbare bespreking voor de nieuwe BMK-ers, Femke de Wit, Arold van der Aa en Willem Melching.

foto FEMKE DE WIT uit de serie ‘depression and agony’

Femke de Wit heeft met haar serie ‘Depression and agony’ een persoonlijk document gemaakt. De serie doet een beroep op het invoelend vermogen en zal bij de aandachtige beschouwer zeker de nodige emotie oproepen, los nog van de vraag of een letterlijk verhaal zich aandient. Dat hoeft ook niet, foto’s die alle antwoorden geven, zijn mijn inziens weinig interessant. De gekozen beeldtaal is krachtig en mysterieus tegelijk en voedt het zoekend karakter van de serie.

foto AROLD VAN DER AA met Jan uit de serie portretten

Arolds portretten hebben een rauwheid en een fijnheid tegelijkertijd. De fijnheid wordt verkregen door het gebruik van de technische camera en de techniek van natte collodium plaat. Het rauwe door de wijze waarop de personen in beeld zijn gebracht, zonder franje, eerlijk, puur zonder opsmuk of tierelantijnen, verwijzend naar karakter of persoonskenmerken. Een eigen beeldtaal met een tikje Stephan Vanfleteren, zo wist de jury te vermelden.

foto WILLEM MELCHING uit de serie ‘de helaasheid der dingen’

Er is een boek en film met de titel ‘de helaasheid der dingen’ van Dimitri Verhulst. Ik ben het boek nu aan het lezen. Dimitri Verhulst keert in zijn boek terug naar zijn geboortegrond. Je maakt kennis met zijn vader en zijn nonkels [ooms] die het zuipen tot het hoogst haalbare in het aardse bestaan hebben verheven met alle gevolgen vandien. Willem heeft het boek niet gelezen noch de film gezien maar vond het gewoon een leuke titel. Ondanks dat de foto’s geenszins de wereld van Dimnitri Verhulst laten zien is er een overeenkomst. De gelijkenis heet absurditeit. Willem toont ons op een bijna objectieve manier de banaliteit van de dingen die we doen, de dingen die we mooi vinden, de dingen die we belangrijk achten. Door zijn beelden te bekijken ontstaat er een ontspannen glimlach op het gezicht van de beschouwer. Maar je moet niet vreemd opkijken als even later er een frons boven de ogen verschijnt.

De jury dit jaar, allemaal bovenste beste professionals, waren: Corinne Noordenbos (fotograaf en hoofddocent KABK Den Haag), Claudia Küssel (curator FOAM), Reinout van den Bergh (fotograaf en curator foto en film Bredaphoto) en Hans Rooseboom (curator Rijksmuseum).

Ook van harte proficiat aan de kandidaat BMK-ers. Naast de drie hoogste laureaten werd nog aan 11 personen het kandidaat-BMK predicaat toegekend. Het is eigenlijk een tijdelijk BMK-schap. Deze kandidaat-BMKers zijn gedurende twee jaar volwaardig lid van de BMK en kunnen in die periode verder werken om het predicaat BMK te behalen. Het zijn Bas Berkhout, Diana Bokje, Yolanda Geldof, Janet de Graaf
(is reeds BMK 2012), Marcel Hoogendijk, Remco Molkenboer, Norman Post, Petra
van der Punt, Wouter Scheen, Albert Smit en Annelies van der Vliet.

13×13 BERLIN

Vanaf vandaag staat het boek 13×13 BERLIN op BLURB.COM

Het boek geeft een impressie van dertien fotografen die in oktober 2012 Berlijn gedurende vijf dagen ‘onveilig’ maakten. De 13 fotografen zijn lid van de landelijke gespreksgroep journalistiek van de Fotobond. Het zijn: Ton Mijs/Cobi Neeft/Anneth Bons/Carol Olerud/Wil
Vrancken/Frans Rentink/Peter van Tuijl/Harry Sikkenk/Frank Detrixhe/Janny
Wierenga/Wim Groeneveld/Willem Melching/Jan Hendrik van der Veen. De landelijke gespreksgroep telt op dit moment ruim dertig leden en komt jaarlijks vier keer bij elkaar om werk te bespreken. Daarnaast maakt een wisselende groep van ongeveer 15 fotografen een vijfdaagse reis naar een stad of gebied omdat fotografisch in beeld te brengen, ieder vanuit een eigen invalshoek.

Voor wie in het boek wil kijken: http://nl.blurb.com/books/4107403-13-x-13-berlin

honden op de richel

Wat beweegt deze honden om op de smalle richel te gaan lopen? Waar zijn hun bazen die hen voor een val behoeden? Volgt die tweede slaafs zijn voorganger? Met moeite vond ik in de oude doos (nou ja een foto uit 2010) dit beeld waar ik mijn verhaal aan kan ophangen. Jammer dat ik deze mooie labradors gebruik voor de vreselijke boosheid die ik in me voel. Ik ben namelijk een hondenliefhebber en onze laatste hond was Thomas, een pracht labrador. Eigenlijk had deze blog ’tuig van de richel’ moeten heten. Want daar gaat het me om. Met plaatsvervangende schaamte heb ik gisteren het verhaal van Femke Halsema aangehoord inzake de verrijking bij de voormalige grote scholenkoepel Amarantis. Vervolgens lees ik vanochtend, tot afschuw, het commentaar van de mooie meneren die naar eigen zeggen toch netjes binnen de normen van de wet zijn gebleven. Kennelijk is de wettelijke norm de enige norm voor deze mannen. Er is toch ook nog zoiets als een moreel normbesef. Bovendien zeker als je ‘de zaak onderwijs’ dient, mag je verwachten dat er iets van wat je vroeger als voorbeeldgedrag beschouwde, niet alleen bij docenten en directies aanwezig is maar ook bij de bestuurders. Bestuurders die in mijn ogen destijds niet meer wisten, zich niet meer beseften, welke zaak ze dienden. Dát ze een zaak dienden, namelijk de randvoorwaarden scheppen voor goed onderwijs. Op plekken waar grootheidswaanzin zichtbaar wordt is de ‘betrokkenheid bij de zaak’ niet meer aan de orde. In die gevallen dat zelfverheerlijking of zelfverrijking aan de orde zijn, is het zicht op de werkelijkheid totaal verloren gegaan. Fotografen zijn doorgaans mensen die ook een eigen werkelijkheid scheppen maar nagenoeg in alle gevallen ongevaarlijk voor de omgeving. Egotrippers met twee leasewagens, een OV-jaarkaart (1e klas daar ben ik van overtuigd) en zes jaar een adviseurschap met behoud van alle revenuen én salaris, zijn het slechtste voorbeeld dat jonge (en oude) mensen zich kunnen wensen. Met plaatsvervangende schaamte zo schreef ik hiervoor. Ik ben ruim 28 jaar eindverantwoordelijk schoolleider geweest, met veel plezier. Ik zou het zo weer doen. Het enige voordeeltje waarvan anderen en ook ik binnen de school van mochten profiteren was het zogenaamde fietsenplan. Met een belastingvoordeel een fiets kopen en dan heilig, d.w.z. schriftelijk verklaren, dat je minimaal 3 keer per week met de fiets naar school zou komen. O, ja de minimale afstand tussen woonplek en school moest dan wel 4 km zijn, anders moest je ‘om fietsen’. Als schoolleider werd ik geacht daarop toe te zien. Ik heb nooit bij de poort gestaan om te turfen of Piet of Mariet voor de tweede of derde keer die week met de fiets was. En misschien ben ik ook weleens in gebreke gebleven en met slecht weer of geen zin de auto gepakt, mijn eigen auto wel te verstaan. Van het budget van het ministerie werd jaarlijks een klein bedrag gedoteerd aan het personeelsfonds voor een extra borrel of als bijdrage aan het Kerstpakket à 7 euro vijftig. Ik wil me zelf en vele anderen niet op de borst kloppen. Hier en ook op heel veel andere plaatsen, op nagenoeg alle plaatsen in het Nederlandse onderwijs, is zelfverrijking niet aan de orde of aan de orde geweest en zijn en worden geen guldens of euro’s over de balk gesmeten maar netjes gebruikt. Des te belangrijker is het dat deze mooie meneren hun straf niet ontlopen. Als de wettelijke norm niet toereikend is, zouden ze zich in ‘shame’ als verstotenen moeten gedragen in plaats van te kakelen dat ze niets te verwijten valt en netjes binnen de normen zijn gebleven. Ik realiseer me dat ik de foto van de labradors misschien niet had moeten gebruiken. Dat ik geen ander bijpasend beeld had is feitelijk ook al geen argument. Misschien kan ik mezelf overtuigen door het feit dat ik de indruk heb dat de tweede hond de eerste hond slaafs volgt. Dat is kennelijk ook het geval geweest bij Amarantis. Je hoopt dat ergens in een organisatie er een laag is waar het besef is dat iets echt niet kan en dat het kritisch vermogen en het lef dan dusdanig zijn dat dergelijke misstanden aan de kaak worden gesteld. Maar ja, wellicht was dat kritische vermogen er wel maar reikte de macht van de bestuurders zover, waren de democratische mogelijkheden zo beperkt en was de werksfeer zo verziekt dat weldenkende mensen geen poot aan de grond kregen. Misschien had de scholengroep beter gedijt onder de naam Amarilis. De Amaryllis is namelijk een bescheiden potplant die als ze goed verzorgd wordt jarenlang steeds opnieuw bloeit. Want dat is wat je het onderwijs gunt!