# 1. PERFECT DAY

# 1 Perfect Day

Txema Salvans [1971 Barcelona] is een Spaande fotograaf die gedurende meerdere jaren aan projecten werkt. Aan ‘Perfect Day’ werkte hij gedurende 15 jaar en legt hij op een enigszins tragikomische manier het leven aan de Middellandse Zeekust vast. Desondanks is er geen druppel oceaanwater te zien. Salvans is een doorgewinterde -maar warmbloedige- fotograaf die naar mijn mening in zijn fotografie een hele mooie balans tussen landschap en de menselijke aanwezigheid weet te creëren. Daardoor krijgen de beelden ook een enigszins surrealistisch karakter. Tegelijkertijd is de nabijheid van de mens van dien aard dat hetgeen hij of zij uitvoert, bezig houdt, bijdraagt aan die vervreemding. Daar waar bijvoorbeeld Parr vaak binnen de anderhalve meter ‘schiet’ is Salvans de observator die wikt en weegt. Als je de beelden ziet lijkt er ook een soort van tijdloosheid te ontstaan, een zekere ontkenning van de tijd. Perfect Day is als boek in eigen beheer verschenen.

foto uit het boek Perfect Day | copyrights Txema Salvans

Klik hier voor een bezoek aan de website van Salvans

Op zijn site is veel te zien! Ook andere interessante thema’s die ook in boekvorm zijn weergegeven. De moeite van het bekijken waard.

Misschien wil jij ook wel een serie maken over een Perfect Day in jouw buurt. Wat denk je van 15 uur in plaats van 15 jaar. Verras je zelf en anderen!

Mijn kleinzoon en ik

Het is drie uur in de ochtend. In het schemerduister van de woonkamer lig ik te luisteren naar zijn ademhaling. Hij slaapt naast me in z’n reiswiegje, dat op de grond staat. Als ik vanaf mijn plek op de bank naar hem kijk zie ik hoe zijn hoofdje net boven de lakens uitsteekt. Een klein, kaal, rond koppie dat vredig ligt te slapen. Zijn ademhaling is snel, zoals dat gaat bij pasgeboren baby’s. Ik moet eraan wennen, bij elk kreuntje schrik ik wakker uit m’n lichte slaap. Acht weken oud is Berend nu, mijn kleinzoon. Boven in onze slaapkamer ligt mijn lief, alleen in ons eigen bed. Ze is herstellende van een forse burn-out en het leek ons beter dat ik beneden zou slapen. Zo’n kleintje heeft in het begin veel zorg en aandacht nodig en voor haar is slaap nu het allerbelangrijkste. Om half vier wordt het tijd om zijn flesje klaar te maken. In het donker schuifel ik door de kamer naar de baby-tas. Het splinternieuwe aankleedkussen ligt al klaar op tafel en de afgepaste hoeveelheid babymelk staat naast een pak luiers. Als het flesje klaar is en Berend een schone luier heeft, ligt hij op m’n arm stil te drinken. Z’n kleine hand komt net uit het mouwtje van het witte truitje. Het maakt een vuist alsof hij al z’n kracht verzamelt om zo goed mogelijk te drinken. Het is een klein mannetje, vijf weken te vroeg geboren, maar hard bezig om op gewicht te komen. Elke keer als ik naar hem kijk overvalt me dat gevoel van stille bewondering. Misschien is het de kwetsbaarheid van zo’n klein mensje of is het de ontmoeting met het begin van nieuw leven? Nee dit gaat verder. Nadat hij z’n flesje heeft leeggedronken hou ik hem nog even voor me. Hij past precies in m’n handen. Als ik z’n hoofdje ondersteun wrijft hij slaapdronken met zijn vuistje over z’n neus. Dan ineens gaan z’n ogen open. In het schemerdonker zoekt hij mijn gezicht. Ik weet dat hij me niet scherp kan zien, maar het moment is zo bijzonder. Voor het eerst voel ik de intimiteit, de band tussen mij en m’n kleinkind. Er vormt zich iets in m’n keel dat ik maar moeilijk kan wegslikken en ergens ontstaat een druppel die langs m’n wang naar beneden glijdt. Mijn kleinzoon en ik, het is prachtig, maar lastig om er woorden aan te geven.

Tekst en foto | © Ton Constandse

FOCUS op anderhalve meter

cover van het digitale boekje | © Peter van Tuijl

De wereld is vanaf maart 2020 veranderd. Het dagelijkse leven wordt gedomineerd door een virus. De werkelijkheid is een pandemie, een theater waarvoor het virus het script schrijft. In dat theater speelt iedereen een rol. De beleidsmakers een andere dan bijvoorbeeld de horeca ondernemers.

Het virus is onzichtbaar. Hoogstens kunnen artsen, intensivsiten en microbiologen het onderscheiden. Maar iedereen ziet wel wat het uitricht. Onze samenleving is van de ene op de andere dag in bepaalde mate op slot. We zijn in mineur, bang voor de ziekte, het gevaar om op de IC geïntubeerd te moeten worden ligt op de loer.
We zijn dan ook anders gaan leven. Handen schudden, zoenen en de aai over de bol hebben plaats gemaakt voor het groeten op afstand, buiginkjes of digitale zoommeetings.

Hoe lang het gaat duren weten we niet. Alle ogen zijn gericht op de wetenschap. Wanneer is er het vaccin. Nu medio juni lijken mensen anders om te gaan met de dreiging. Sommigen zijn het zat. De economie is in gevaar en onder dat mom lijkt de gezondheid niet meer op nummer één te staan. De vakantievloot komt weer op gang om het seizoen te redden. We kunnen weer vliegen. Men zegt dat vliegtuigen verrewegst het meest veilig zijn als het gaat over de virusbescherming in het openbaar vervoer.
De vrije wereld lonkt en de mens wil zich bevrijden van het C-juk. Althans een groot aantal.

We gaan het zien of de anderhalve meter economie, met of zonder masker, een garantie voor de toekomst zal zijn.

Klik hier om een kijkje in het boek te nemen!

met de ziel onder de arm op anderhalve meter

De kleine Christo

bos Anholt | 1 juni 2020

Gisteren op een van mijn ‘klassiekers’ in Corona tijd Ulft-Anholt-Ulft, kwam ik hem tegen. Midden in het bos, ‘de kleine Christo’. Het kan bijna geen toeval zijn. In mijn jonge jaren was ik al weg van de kunstenaar die alles wilde inpakken wat groots was.

Het project ‘5600 Cubicmeter Package’ op de wereldvermaarde kunsttentoonstelling de Documenta IV  (1968) in Kassel was zijn eerste project waarvan ik hoorde. Dat was ook de start van mijn bewondering voor zijn conceptuele kunstuitingen. Maar Christo (en  zijn vrouw Jeanne-Claude) waren in mijn ogen ook wetenschappers. Kunst en toegepaste wetenschap vormden de basis voor hun geweldige projecten die jarenlange voorbereiding vergden en soms slechts een week te zien waren alvorens ze het ‘wereldtoneel’ weer verlieten.

Dat ik een enkele dag na zijn overlijden in het bos bij Anholt de kleine Christo ontdekte moet aan het toeval worden toegeschreven. Dit, in omvang, petieterig ‘kunstwerkje’ staat er al even. Mooi te wezen voor wie het wil zien en net als ik een verbinding legt met een niet bestaande bedoeling. Kunst bestaat bij gratie van de ratio; als eerbetoon aan de Christo’s.

[Christo Vladimirov Javacheff | Gabrovo 1935 – New York 31/05/2020]

Corona ook fascinerend

 arts-microbioloog Els in gesprek met Jonah Falke

Met arts-microbioloog Els Denie (36) loop ik door het laboratorium. Je hoort er het bonzen en schudden van de machines die menselijke sappen tot cijfers reduceren. Er heerst een ontspannen sfeer, die doet denken aan een houtwerkplaats, er staat nog net geen radio aan. Maar uiteraard zijn er geen timmermannen in stofjas, slechts laboranten in lange witte jassen die heen en weer schuifelen met reageerbuisjes.

Als Els vertelt kwispelt haar paardenstaart mee. Net als bij een hond is het makkelijk te zien waar zij vrolijk van wordt: praten. Het is mijn ouderwetse misvatting dat een microbioloog de godganse dag door een microscoop naar bacteriën tuurt. Haar werk bestaat voor het grootste deel uit overleggen.

‘Dit zijn voor ons heel interessante maar ook lastige tijden,’ zegt ze opgetogen. ‘Nou ja, het is fascinerend om te zien wat een ziektekiem nou eigenlijk doet.’ Ze verontschuldigt zich bijna. Dat lijkt me onnodig. Agenten zonder boeven zullen zich ook gaan vervelen. ‘Dit is waarom ik mijn vak koos. Hoe snel kun je schakelen bij nood? Dat is wat m’n werk maakt, maar wat nu ook zwaar is. Het is dubbel.’

Dat werk van een arts-microbioloog beslaat het proces van diagnostiek en preventie tot behandeling. ‘Je kijkt op basis van iemands klachten waar een ziektebeeld bij kan passen en welke testen je hiervoor moet inzetten. Ook hou je in de gaten of de testen die je op het laboratorium verricht een betrouwbare uitslag geven. Bij een besmettelijke ziekte kijk je wat voor maatregelen je treft op een afdeling, waar  stel je quarantaine in? Wij hebben daarin een adviserende rol. Voor het hele ziekenhuis maak je een gezamenlijk plan. Van de beveiligers, receptionisten, verpleegkundigen, artsen tot de schoonmakers.’

‘Verschilt je werk erg van normaal?’

‘Dit virus ken je niet. Nu vraagt men: hoe gaat de toekomst eruit zien? Dooft de besmettelijkheid uit? Wordt het een seizoensgriep als influenza? Of moet je de risicogroepen blijven afschermen? Daarnaast is er het gebrek aan beschermingsmaterieel. Je moet creatief zijn in hoe het veilig blijft voor patiënt en medewerker. Los van covid-19 wil je voorkomen dat iemand besmet wordt in een ziekenhuis. Dat zijn basisregels.’

‘Heb je ook een ethische rol?

’Ja, maar we hoeven geen knopen door te hakken. Je hebt eigen waardes die je daarin meeneemt maar risico’s kun je nooit tot nul beperken. Wat erg speelt, en waar je een gevoel over kunt hebben, is dat er nu geen bezoek mag komen. Dat is pittig. De weging tussen omgeving en de patiënt. Als je bepaalde keuzes maakt die moeilijk zijn, is het essentieel om het waarom ervan te blijven uitleggen.’

‘Denk je na over mensen die nu een ‘offer’ brengen?’

‘Zeker, je wordt dokter om iedereen te helpen, maar ons vak brengt ook met zich mee dat je niet altijd elk individu kunt genezen. Voor dit virus bestaat er momenteel geen behandeling, je kunt enkel ondersteuning geven, zoals bijvoorbeeld zuurstof. Die worsteling is voor de mensen die aan het bed staan, of wanneer je als naaste thuis zit, nog veel groter.’

We lopen naar de corona-afdeling. Eindelijk, zou ik haast willen zeggen. Ik kom al weken in ziekenhuizen voor deze reportages maar ik ben niet eerder op deze afdeling geweest. Maar de werkelijkheid tempert mijn wilde fantasieën over zo’n afdeling: de receptioniste zit er achter plexiglas, op de grond ligt een afzetlint, er hangt een A4tje met ‘LET OP CORONA: personeel omkleden,’ en aan het eind van de gang lopen mensen gehuld in beschermingspakken, ze kijken me schichtig aan, je hoort hun pakken ritselen. Naast me staat een schaars gevulde kast met beschermingsmiddelen. Droog zegt de receptioniste: ‘We gaan weer ombouwen, Els.’ Dat is goed nieuws. Els legt uit dat het betekent dat er meer kamers voor regulieren patiënten vrij gemaakt kunnen worden. Het rode afzetlint zal naar achter schuiven. Het besmette gebied wordt kleiner. ‘Maar we weten nu ook hoe je snel opschaalt,’ zegt Els. Alles wordt berekend, voorzien en uitgedacht hier, maar als ze wegloopt kijk ik haar na en haar paardenstaart kwispelt speels in de lucht. Dit lijkt het enige oncontroleerbare aan haar te zijn.

Dit was de laatste coronakroniek van schrijver/columnist Jonah Falke in de Gelderlander. Deze kroniek verscheen op zaterdag 23 mei 2020.

Tekst Jonah Falke | Fotografie Peter van Tuijl

Niets spectaculairs aan

zegt Moniek, laborante aan het SKB in Winterswijk

Coronakroniek door Jonah Falke

Bijna overal waar ik kom ben ik een zelfverkozen buitenstaander. Iemand die vertrekt voor het té gezellig wordt. Toch heb ik een zwak voor kleine hotels en vliegvelden. In zo’n hotel is de portier vaak niet te beroerd om een praatje te maken en op een klein vliegveld lacht de douanebeambte nog weleens naar je. Vandaag bezocht ik het Streekziekenhuis Koningin Beatrix in Winterswijk en kwam ik erachter dat dit ook voor een klein ziekenhuis geldt: het blijkt geen fabriek te zijn en de patiënt geen nummer. Het is een plek waar het minder opvalt dat je een buitenstaander bent. Althans voor even.  

Moniek en de Winterswijkse Piet Mondriaan | © Peter van Tuijl

Bij de ingang trof ik röntgenlaborant Moniek en ze keek me aan alsof ze me al heel lang verwachtte. Het was haar vrije dag maar ze had snel haar werkkleding aangetrokken, om zich van de patiënten of bezoekers te onderscheiden.

‘In een groot ziekenhuis is iedereen verantwoordelijk voor een klein onderdeel van het geheel. Het voordeel van het Koningin Beatrix Ziekenhuis is dat je van heel veel iets weet,’ zei Moniek. ‘We doen alles met dertig mensen op de röntgenafdeling, die breed inzetbaar zijn.’ Het klonk als een familiebedrijf. Toen ik vroeg hoe ze hier terecht kwam zei ze dan ook: ‘Een tante van mij werkte hier en zei: “Is dat ook niks voor jou?”’

Ter illustratie van het ‘familiebedrijf’-gevoel vertelde ze over een anesthesist van de OK die op de IC werd ingezet. ‘Dat lijkt lastig, IC-medewerkers weten wat ze aan elkaar hebben, maar zij zei: “Die sfeer daar is zo fijn, ook al werk ik er niet. Je bent zo ingewerkt en voelt echt de meerwaarde van dat je er staat.’ Over het algemeen zijn het rustige dagen voor Moniek. ‘We zitten op vijftig procent van onze ziekenhuiscapaciteit.’ Zoals altijd bestaat haar werk ook nu uit het maken van MRI- en CT-scans en het doen van borstonderzoek. ‘De wachttijd is korter omdat er minder patiënten naar het ziekenhuis komen. We kunnen daardoor sneller mensen helpen, dat is een klein gunstig bijeffect.’

De nieuwe machine waarvoor een aparte unit in het SKB is gebouwd.
Over een paar weken wordt de o.a. door Moniek in gebruik genomen | © Peter van Tuijl

Om een coronadiagnose te bevestigen moet er een foto gemaakt worden. ‘Dan hijs ik me in zo’n beschermingspak en ga ik er met het röntgenapparaat naartoe. Het enige hectisch moment is als de patiënt verslechterd, dan moet de patiënt opgehaald worden en maken we een scan. Alle gangen moeten dan vrij zijn in verband met het vervoer van de patiënt.’ Afstand houden lukt niet altijd tijdens het werk. ‘Als je reguliere patiënten ophaalt uit de wachtkamer zeggen ze: “Ik ga je geen hand geven, hoor.” Maar als je het onderzoek uitvoert laten ze het allemaal gebeuren. Soms moet ik ze even aanraken.’

Ik knikte en dacht: leven is je eraan overgeven, aangeraakt en misschien zelf vies worden. Voor de zekerheid vroeg ik of ze bang voor besmetting is. ‘Mijn eigen angst wordt minder, gewoner. Doordat je merkt dat je niet ziek wordt. Maar de angst om besmet te worden neemt toch ook af als je in een supermarkt komt?’

© Peter van Tuijl

Ze stelde voor om me nog even de verbouwing van de röntgenafdeling te laten zien, die nu aan de gang is. We liepen om het ziekenhuis heen. In de verte hoorde je een cirkelzaag en piepte een vrachtwagen die achteruit reed. Straks komt hier een gebouw waar PET-scans plaats zullen vinden, vertelde ze luchtig: ‘Je bindt radioactieve stof aan een eiwit en waar een tumor zit wordt het eiwit meer ingebouwd. De scan kijkt waar die stof zit. Als je die radioactieve vloeistof krijgt ingediend, moet je vier uur stilliggen, daarom komen er kamertjes om de scanner heen waar mensen een bed krijgen.’ Zowel die scanner zelf als dat hij uit deze rommelige bouwplaats zal worden opgetrokken klonk futuristisch, maar Moniek leek zich nergens over te verbazen. Tot slot zei ze dat ze morgen weer een nachtdienst zou draaien: ‘Soms zit je hele nachten te wachten tot er iets gebeurt.’ Als Moniek zoiets zegt klinkt het wachten op het onheil haast aanlokkelijk. Ze maakte alles onspectaculair en dát vond ik bijzonder. Zoals het orkestje op de Titanic vrolijk en kalm doorspeelde alsof er niks aan de hand was terwijl er een ijsberg naderde.  

Publicatie in de Gelderlander 11 mei 2020

Niet bang

Verpleegkundigen specialisten Inge en Trudy palliatieve zorg | © Peter van Tuijl

Als je bang bent, kun je hier niet werken!

We nemen plaats op een bankje tussen de mensen die op een taxi wachten. ‘Onze komst betekende vroeger altijd slecht nieuws, maar momenteel is dat anders,’ zegt Inge en Trudy knikt. Alle medewerkers prijzen de ongekende saamhorigheid op de werkvloer, maar nu zie ik die met eigen ogen: als zussen vullen verpleegkundig specialisten en palliatief medewerkers Inge en Trudy elkaar natuurlijk aan. In hun werk geven ze het einde een gezicht dat niet afschrikwekkend maar vriendelijk is.

‘Het is belangrijk dat we goed aangekondigd worden. Tegenwoordig zijn we het ondersteunend én palliatief team,’ zegt Trudy. ‘Dat heeft met de grilligheid van corona te maken. Soms krabbelt iemand op, en overlijd dan toch nog onverwachts. Of we zien herstel bij iemand die uitzichtloos ziek leek. We herkennen geen patronen.’

Nabestaanden zijn niet te vervangen, maar door de veiligheidsvoorschriften staan ze noodgedwongen het dichtst bij. ‘Maar we zijn erg begrensd,’ zegt Inge. ‘Beeldbellen is fijn maar dat is wat anders dan elkaar zien en niks hoeven te zeggen. Door al die bescherming hebben we alleen ogen om te communiceren, dat is allemaal inhumaan, maar binnen de grenzen doe je wat je kunt, dat is de uitdaging. Deze crisis geeft een nieuwe dynamiek en dat maakt ons vak interessant. Er ontstaat veel reuring, dat leidt ook naar nieuwe, mooie, ontwikkelingen.’

Trudy: ‘We zien bijzondere mensen en horen hun verhalen. Iedereen heeft een verhaal en daar staat geeft dat altijd betekenis. Er wordt ook veel gelachen met elkaar. Zelfspot is belangrijk. Ook bij patiënten. Dat legt de nadruk op het leven dat er nog is. Humor is een verpleegkundige interventie.’ Wat die ‘betekenis’ van aan het bed staan precies is, laat ik graag in het midden. Net als humor moet je het niet willen uitleggen. Je zou slechts kunnen zeggen dat leven een wrange grap is.

Inge begint breeduit te glimlachen als ik vraag waarom ze dit werk wilde doen. ‘Ik ben jong mijn moeder verloren, ik zag wat goede begeleiding doet, hoe je afscheid kán nemen. Als het sterven menswaardig gebeurt, dan gaan wij fijn naar huis.’ Toch blijft deze situatie ongekend. ‘Als het stof rond corona straks gedaald is dan zien we pas zien wat het echt gaat betekenen,’ zegt Trudy. ‘We krijgen een hele nieuwe generatie met een trauma. Het treft hele gezinnen, dat is ook anders nu. Eerder was iemand ziek en stonden de naasten nabij. Nu heb je nabestaanden die niet bij het sterven waren, of de angst van naasten als ze wel op bezoek mogen komen. Los van de IC, op de covid-afdeling krijgen mensen net zo’n trauma. Zoals we het in de maatschappij doen met alle regels, is echt nodig, soms denk ik weleens men zou moeten zien hoe verschrikkelijk deze ziekte is. Dan zou je de regels met gemak volhouden.’ Maar geleidt door angst worden ze niet. ‘Als je bang bent kun je hier niet werken. En dit is ons werk, dit is wat we heel goed kunnen,’ zegt Trudy.

Toch vermoedt ze wel een weerslag op de medewerkers: ‘Je moet met z’n allen op de been blijven. In de crisis kun je best denken, hop aanpakken, maar we zijn al vijf weken onderweg en dit duurt nog even. Naar de medewerkers in het ziekenhuis hebben wij ook een ondersteunende rol. Met dit collectieve trauma zullen we wat moeten maar nu staan we nog middenin de acute fase. Er gaan mensen vastlopen, dat kun je al aanvoelen.’ Ik vraag naar het gevaar van zorgverlening, dat je altijd anderen helpt maar jezelf vergeet. ‘De balans vind ik door thuis te komen, het erover te hebben met mijn lief, dat is genoeg,’ zegt Trudy en Inge vult aan: ‘Of met de kinderen spelen, hun vieze broek verschonen.’ Als we het ziekenhuis inlopen voor een foto spreekt een wachtende mevrouw Trudy aan. Ze buigt naar de vrouw en zegt: ‘Zo zien we elkaar weer. Zit je lekker in het zonnetje?’ ‘Ja, fijn voor ik op gehaald wordt.’ ‘Geniet ervan en we zien elkaar.’ ‘Ja,’ lacht de vrouw. ‘Dat zeker.’ Door wie ze opgehaald wordt en ze een naaste, patiënt of nabestaande is, blijft onduidelijk.

Inge kijkt in de lens en zegt glimlachend tegen de fotograaf ‘We doen het écht samen hier. Zet ons alsjeblieft niet als engelen of helden neer want dat zijn we niet.’  

Tekst Jonah Falke | fotografie Peter van Tuijl

Dit artikel is verschenen als Cornakroniek in de Gelderlander van 7 mei 2020

vrijheid

Als we niet in C-tijd beland waren, was de expositie van het Oostgelders Fotografen Collectief vandaag in de sjieke kamer van café Schiller in Aalten van start gegaan. De tien leden van het OFC zouden allen op hun eigen wijze het thema ‘VRIJHEID’ verbeeld hebben. Helaas, veel is anders en dus nu even niet!

In december maakte ik in dit kader portretten van Bianca Pauline Buitenhuis nadat ik al eerder een artikel had geschreven in IN BEELD (magazine Fotobond) over haar geweldige fotografie. Voor wie wil kijken naar het werk van Bianca Pauline kan terecht op haar instagram-account. Geïnspireerd door haar werk én verhaal maakte en koos ik deze foto’s voor het thema ‘VRIJHEID’.

h e r w o n n e n

h e t v e r d w e n e n z e l f


door pijn verlamd
je beeld verbergen
ogen die niet meer sluiten
de spiegel geeft een monsterbeeld
 
een jaar lang verborgen
de spiegel beplakt
de wereld buitensluiten
verborgen voor eenieder die je liefhebt
 
wonderwel
angst maakt plaats
langzaam, langzaam
hoop glinstert
 
na het jaar
zie ik mezelf
nog getroffen
maar minder
 
ik sta stil
maar kijk voorwaarts
ben vrij om mezelf te zijn
dromend kiezen voor het nieuwe

[tekst en fotografie © Peter van Tuijl]

herinneringen I

Eind vorig kalenderjaar was ik begonnen aan het project herinneringen. Het was mijn bedoeling om jonge en oudere mensen te vragen naar herinneringen en de toekomst. De Coranacrisis stak daar een drietal interviews een stokje voor. Ook het project IN BETWEEN heb ik moeten stopzetten. IN BETWEEN gaat over mensen die in hun leven te maken hebben gehad met een zeer ingrijpende gebeurtenis. Ik hoop dat ik beide projecten weet kan oppakken na de C-tijd.

Hermien [Bontebrug 1927] | © Peter van Tuijl

Ik bezoek Hermien in het verzorgingshuis Debbeshoek in Ulft. Ze woont daar sinds het met haar man minder ging. “Vijf jaar geleden stierf Wim. Ons huwelijk was de gelukkigste periode van mijn leven. Maar ook nu is het oké en ik ben van plan om in ieder geval 100 te worden.”

Hermien was leerling aan de Vakschool in Terborg. Een vierjarige opleiding om coupeuse of hulp in de huishouding te worden. Een belangrijk deel van de oorlog zat ze op die school maar op het einde van de oorlog diende zij bij een familie in Zutphen en later in Gendringen. “De reis met de boemel tussen Zutphen en Bontebrug vond ik best wel spannend.

Eigenlijk was de oorlog in het begin in onze buurt best wel rustig. Er waren zo’n veertigtal jonge Duitse soldaten gelegerd in de zaal van het café vlakbij waar we woonden. Er waren ook wat soldaten ingekwartierd in ons huis. We moesten een deel afstaan.

Later tegen het eind van de oorlog kwamen er meer luchtgevechten. Ik kreeg weleens op mijn kop van mijn vader als ik pas na de derde sirene de schuilkelder in vluchtte. Bij onze buren was tijdens de oorlog een grote schuilkelder gegraven waar we wel met een stuk of vier families in konden. Er was ook een baby’tje en als we in de schuilkelder zaten ging ik bij de boer een kannetje melk voor haar halen. Ik weet nog wel dat ik me dan erg klein maakte. Maar ik geloof niet dat ik toen bang was.

Nu ik er zo over praat herinner ik me ook wel angstige momenten. Toen ik in 1944 als dienstmeisje werkte bij een ambtenarengezin in Gendringen mocht ik ’s avonds soms pas na acht uur naar huis terwijl de avondklok gold. Ik was als de dood voor de SS die mensen aanhielden. Ook was ik wel een beetje bang dat ze zouden ontdekken dat mijn vader stiekem naar Radio Oranje luisterde. Waar die radio precies verstopt werd wist niemand bij ons thuis behalve mijn vader natuurlijk. Toen de radio’s in beslag werden genomen hadden ze een hele oude ingeleverd en deze dus verstopt.

Toen ik op de Vakschool zat kwam het ook wel voor dat er plotsklaps een leerling niet meer kwam. Je wist nooit precies wat er aan de hand was, maar er werd wel gefluisterd dat het dan ging om kinderen van Joodse gezinnen. Gevlucht of veel erger, gevangen.

Ik was 16 toen we bevrijd werden. We zaten drie dagen in de schuilkelder en de kerk met de pastorie gingen in vlammen op. Bij Holtslag was het grote bevrijdingsbal. Ondanks dat ik al werkte was ik nog zo bleu dat ik de hele tijd aan de kant heb gestaan en gekeken naar het gespring en gehos van de mensen in de zaal.”

drie minuten wind

De wind in afgelopen week in drie minuten gevangen. De tijd doden of is het een ZEN bezigheid om hiernaar te kijken. Of gewoon stomvervelend. Wanneer heeft u voor het laatst iets stomvervelend gedaan, iets wat er eigenlijk niet toe doet? Het wordt pas iets als jij vindt dat het iets is.

Of is het gewoon een kwestie om jezelf in deze tijd tot rust te brengen en op de kleine dingen te letten. Dingen die je misschien niet feitelijk kunt zien maar wel allerlei andere dingen doen bewegen. Als ik gewoon naar het licht kijk, de beweging ervaar en een onnozel filmpje maak, kan ik zien dat de wereld nog steeds draait en beweegt. Ook in deze C-tijd.

zelfportretten geen exhibitionisme

Drie jaar geleden was ik rond deze tijd in Alicante. In een klein museum met moderne kunst trof ik een expositiewand met allemaal portretjes van vrouwen met een rood jurkje en een bijpassend sjaaltje. Het waren er zeker meer dan 200. De vrouwen leken op elkaar en toch ook weer niet. Er waren grote verschillen in haardracht, de huidtint, lipstick en uitdrukking. Vooral de uitdrukkingen spraken boekdelen. Het melancholische portret, maar ook vrolijk, uitbundig, ingetogen, verdrietig en daarnaast de slonzige uitdrukking en zelfs enkele dodelijk blikken van de ‘femmes fatales’. Ik ben de naam van de fotografe vergeten/kwijt, maar uiteindelijk bleek ze het allemaal zelf. Een prachtige reeks van iemand die naast de fotografie ook de kunst van het toneelspel verstaat. Als iemand weet welke fotografe ik bedoel, jou ik me aanbevolen.

Gisteren bij het surfen op zoek naar ‘fotografische kunst’ kwam ik een andere vrouw met een soortgelijke serie tegen.

© Tomoko Sawada

Tomoko Sawada

Tomoko Sawada [geboren in 1977] is een Japanse hedendaagse fotograaf en performancekunstenaar. Haar eerste expositie had ze toen ze 20 was. Inmiddels exposeert ze ook in Europa en Amerika en staat ze internationaal echt op doorbreken.

© Tomoko Sawada

In deze serie toont ze de (formele) foto’s die Japanse studenten maken na hun afstuderen. Het zijn portretten die ze gebruiken bij hun cv om na de studie ergens aan de slag te kunnen. In de serie maakt ze gebruik van de ‘conventies of afspraken’ die hiervoor gelden zoals kleding, neutrale gezichtsuitdrukkingen en kleding. Bovendien hanteert ze een nagenoeg vaste fotografische uitvoering die een parallel vertoont met foto’s uit de zogenaamde ‘pasfoto-hokjes’. De grote verandering zit vooral in haar kapsel, make-up en vooral gezichtsuitdrukkingen. Daarmee lijkt ze ook een statement te maken naar al die managers en personeelsfunctionarissen die de ‘pasfoto’ als uniek beeld zien om iemand wel of niet uit te nodigen voor een sollicitatiegesprek.

© Tomoko Sawada
Photographer Tomoko Sawada explains how self-portraits can reveal the relationship between our inner and outer worlds. She contemplates how embodying fictional characters in her work allows her to document the lives and culture of Japanese women.

© Sant Francisco Museum of Modern Art

PORTRETTEN in verschillende maten en soorten

Ik onderscheid drie soorten portretten. Populair het ‘kale’ portret, het ‘aangeklede’ portret en het ‘bedachte’ portret. Schiet nu niet meteen in een modellenstress, want het heeft niets van doen met bloot of niet bloot.

het kale portret

Het kale portret zie ik als het portret waarbij iemands wezen zichtbaar wordt gemaakt. Een mens is een complex wezen en naar mijn idee kun je never nooit in één enkel plaatje vangen. Dus iemands wezen, het zijn,  is veel te groot voor het kale portret. Een kenmerk van iemand of iemands stemming of gemoedsrust kan wel. Zoiets als .. Piet komt enigszins bedachtzaam over op die foto of kijk die oogopslag verraadt een zekere alertheid. Het kale portret vertelt iets over iemand zonder dat er een specifieke context wordt gegeven.

het aangeklede portret

Anders wordt het met het aangeklede portret. Daarin speelt de omgeving waarin de persoon is gefotografeerd ook een rol. Is het in een studio met attributen dan noem ik dat ook ‘aangekleed’. De context van de foto wordt mede bepaald door de omgeving. De man in een biljartzaal van verzorgingshuis, de dame achter de toonbank van een bloemenwinkel of de foto van de man in het buitengebied met twee vliegtuigjes uit een bouwpakket. Misschien herken je in de laatste beschrijving wel de ‘on-the-road-foto’ van de documentaire fotograaf Alec Soth.

© Alec Soth

Deze foto is een van de tweeënvijftig afbeeldingen uit het boek Sleeping by the Mississippi uit 2004 van Alec Soth. De kenmerkende foto van de serie toont Charles, een bebaarde man met bril en overall, tegen een winterse achtergrond op het platteland van Minnesota. In elke hand houdt hij een modelvliegtuig vast. Soth, geboren in Minnesota, vond Charles en alle andere onderwerpen in het boek terwijl hij tussen 1999 en 2002 langs de rivier de Mississippi reisde tijdens verschillende roadtrips. Met behulp van een grootformaatcamera met negatieven van acht bij tien nam hij de tijd om de camera op te zetten. de camera en fotografeer de ontmoete vreemden, waardoor beelden ontstaan ​​die rustig en weloverwogen lijken met onberispelijke details, maar toch ook enigszins dromerig. De serie presenteert fotografie als een bevrijdende, verkwikkende en ongecensureerde activiteit.

het bedachte portret

Tenslotte de bedachte foto. Het is de portret foto van de fotograaf zelf. De fotograaf wil iets tot uitdrukking brengen, iets vertellen en daarvoor maakt hij/zij gebruik van het portret. Het is de enscenering van het portret door de fotograaf geregisseerd. Van schaterende vrouwen tot snotterende mannen en van verdrietig kijkende pubers tot de fel begeerde oude vrijster. Let wel het zijn zomaar wat voorbeelden die laten zien dat de fotograaf een doel heeft en anderen vraagt om dat voor hem/haar uit te beelden. De mode fotografie, zeker de klassieke, was niets anders. En ja, natuurlijk kan met het bedachte portret ook gewerkt worden met attributen of speelt de omgeving mede een rol als het gaat over de context van het beeld. Een aantal jaar geleden zag ik een serie van de Amsterdamse fotograaf Govert de Roos. De Roos bekend vanwege zijn popfotografie en portretreeksen van bekende artiesten maakt een serie met bekende Nederlanders, allemaal verdrietig enkele huilend misschien moet je het wel jankend noemen. Waren ze allemaal echt zo verdrietig of was het fotograaf de Roos die iets tot uitdrukking wilde brengen. De reeks was een mooi voorbeeld van ‘bedachte’ portretten.

© Diana Arbus [1923-1971]

O ja, als je nu denkt dat deze driedeling gewoon lekker helder is, dan kom je bedrogen uit. In de fotografie is alles duidelijk en helder totdat je denkt dat je het begrijpt. Dan maakt begrip plaats voor twijfel. Zoiets bedoelde Diana Arbus misschien wel met de quotes ‘een foto is een geheim over een geheim, hoe meer het je vertelt, hoe minder je weet’ of ‘het belangrijkste om te weten is dat je het nooit weet’.

WERK: bieden van hulp

maar nu even niet !

Aan het eind van de middagpauze komen er dokters en zusters al pratend uit de natuur rondom het ziekenhuis. Een dokter heeft een verrekijker in zijn hand en zegt: ‘Er valt genoeg te spotten hier.’

Ergotherapeut Marion Straten toont het gebruik van de ergo-bezem | © Peter van Tuijl

Ook de kleine maar kwieke ergotherapeut Marion is een vogelliefhebber. Met haar Wijchens accent zegt ze: ‘Laatst zat er een specht in mijn tuin, toen was mijn dag weer goed. Kom je mee? De pruimenboom in onze ergotherapie-tuin staat in bloei.’ Ik volg gedwee. De pruimenboom is jong en er valt geen pruim in te bespeuren. Marion demonstreert een aangepaste bezem, met een gebogen steel, om je schouders te ontlasten. ‘Ik heb hem zelf ook.’ Ze is zo enthousiast, noemt meermaals de prijs, dat ik me sterk afvraag of ze aandelen in het bedrijf heeft.

Ze vertelt dat haar werk bestaat uit het aanbieden van hulp, aanpassingen of trainingen bij alle dagelijkse handelingen. ‘De meeste mensen beginnen te huilen bij de intake. We vragen: wat lukt niet en wat is belangrijk voor je? Bij mij gaat functionaliteit boven alles. Ik heb het mooiste werk van de wereld. 80% bestaat uit poliklinische behandelingen, maar dat mag al weken niet. We doen nu zoveel mogelijk telefonisch. Maar als dit straks afgelopen is, gaan we met volle vaart vooruit.’

Marion’s werk mag dan het maakbaarheidsideaal belichamen, zo kijkt ze niet tegen het leven aan. Haar menselijke tegenstrijdigheden doen me deugd. Ze zegt: ‘Persoonlijk denk ik dat corona voor sommigen misschien ook positief kan uitvallen. We leven in een tijd leven waar alles maar kan. Nu worden we teruggeworpen en zien we dat het ook zijn einde heeft en je moet nagaan of alles wel zo maakbaar is als gedacht.’

‘Is het makkelijker voor jou omdat je meer geconfronteerd wordt met verval?’

‘Nee, dat is persoonlijk. Ik ben heel fatalistisch. Ik denk als het mijn tijd is, dan ga ik.’ Ze zegt het vrolijk. ‘Ik reis heel graag maar of mijn vliegtuig nou neerstort of dat iemand de macht over het stuur verliest en me aanrijdt? Vandaag is er ook weer een mevrouw die gewoon op straat liep binnengebracht. Hoeveel mensen worden niet aangereden? Of toen dat vliegtuig in de Bijlmerflat vloog? Dan denk je dat je veilig thuiszit.’

‘Het is nergens veilig?’

‘Als het je tijd is, ga je.’

‘Ben je religieus?

‘Misschien, ik geloof wel in iets basaals als een god of een energie. Ik geniet gewoon in de tussentijd, zolang het kan. Ik was jong toen mijn moeder overleed. En door het werken in een verpleeghuis leerde ik dat mensen vaak denken: na mijn pensioen ga ik leven, maar dat haalden ze niet.’

Zij die het noodlot kunnen omarmen komen doorgaans vrijer, zo dan niet gelukkiger over, dan die zich krampachtig proberen te wapenen. Het is dezelfde vrijheid als [die van] alcoholisten die slordig met hun tijd en gezondheid omgaan in cafés, of de blinde zekerheid van gelovigen. In Knack schreef Saskia de Coster in een essay: ‘Wij vertrouwen ons lot niet meer toe aan een god of de goden die zullen beslissen of wij mogen leven of niet, maar wij willen zelf zo resoluut en daadkrachtig verzet bieden tegen het virus. In onze reacties zijn we sterk gedreven door controledwang en de keerzijde daarvan, angst voor het verlies van controle.’

Van die angst heeft Marion weinig last. Ze hoop dat alles snel weer opengaat. ‘We moeten toch immuun worden.’ Bovendien heeft ze veel reizen gepland. ‘De hele wereld trekt mij. Thuis ben ik heel knieperig: ik rij een oude auto en kleren boeien me niet, maar op reis heb ik dat niet. Door te reizen leer je Nederland ook beter waarderen. Sommige mensen lopen te zeuren over alle regels hier, maar de staat zorgt voor ons.’

Ironisch genoeg gaat haar eerstvolgende reis naar Columbia, waar onlangs ‘voedselrellen’ uitbraken omdat toezegde voedselpakketten niet arriveerden en in een gevangenis vielen er 23 doden door onrust. 

Tegen het noodlot kun je je niet beschermen maar de staat lijkt in de tussentijd een poging te doen om zijn burgers het gevoel van veilig te bieden, in dit deel van de wereld althans. Zonder cynisme wens ik haar veel plezier in Colombia en dan laat ik deze jaloersmakend vrolijke fatalist achter in Winterswijk bij de bloeiende pruimenboom.

door Jonah Falke | verschenen in de Gelderlander 27 april 2020

Geen 1-aprilgrap

Want op die datum kreeg ik een mailtje van Linda. Ze schreef: “Zojuist kwam ik op je website terecht en ik ben erg enthousiast om een samenwerking te starten. Wat een prachtige site heb je!”. Linda is Linda van de Fotofabriek, een van de vele online Fotoservices die Nederland rijk is. Ze stelde me voor om een hardcover fotoboek te maken en daarover, als een soort van tegenprestatie, in een blog te rapporteren. Ik schreef haar terug dat ik sinds een jaar of drie mijn kleine-oplage-fotoboeken naar volle tevredenheid laat drukken bij Drukwerknodig. Fotofabriek en Drukwerknodig zijn ‘afdelingen’ van drukkerij Russellprint. Overigens valt daar ook de afdeling Studentendrukwerk onder, waar de vele studenten in Groningen, de thuisbasis van Russellprint, hun scripties laten drukken.

Ik heb Linda een mailtje teruggestuurd dat ik een gratis fotoboek niet aan mijn deur voorbij kon laten gaan onder voorwaarde van mijn onafhankelijkheid in het te geven oordeel.

Gisteren viel het boek door mijn brievenbus. Hardcover glanzende omslag, in het formaat A4 liggend met een binnenwerk van 24 pagina’s mat papier en aan het begin en het einde van het boek zwarte schutbladen. Precies zoals ik het had aangevraagd waarbij het mat papier, ook wat dikker dan het standaardpapier, en de zwarte schutbladen opties zijn. Bij de bestelling van een boek kun je voor verschillende extra’s kiezen een dus aanpassen aan je persoonlijke voorkeur.

Het aanleveren van het boek kan door het uploaden van een Pdf-bestand of door gebruik te maken van het softwarepakket van de Fotofabriek. Ik maak nogal wat boeken, voor mezelf en anderen, en werk daarbij met het opmaakprogramma Adobe InDesign. Ook dit boek heb ik daarmee opgemaakt, maar vanwege de test heb ik ook een aantal pagina’s opgemaakt met het softwarepakket van de Fotofabriek. Dat is een gebruikersvriendelijk programma waarin alle gangbare boekontwerpen toegepast kunnen worden. Vergelijkbaar met de softwarepakketten van andere fotoboekdrukkers zoals o.a. Blurb, Albelli of CEWE.

Het boek ligt voor me. Het valt op dat het boek prima openklapt. Het is slim gebonden, zelfs zo’n redelijk dun boekje met 24 pagina’s ligt bijna vlak. Ik kan het gemakkelijk vlak duwen zonder dat het stuk gaat. Natuurlijk is het geen vlakliggend fotoboek (overigens kunnen ze die wel leveren) die vaak gemaakt worden als er (veel) spreads in staan.

Over het papier ben ik erg te spreken. De foto’s hebben een mooie matte uitstraling en dat geldt ook voor de door mij gekozen de witte rand eromheen. De scherpte van het beeld is echt heel goed. Bij veel fotoboeken zie ik dat vaak de rode kleurtoon overheerst of dat ‘de digitale’ verzadiging te veel is. Maar in dit boek vind ik de kleuren uitstekend!

Mijn algemene oordeel is dat de Fotofabriek mij een kwalitatief goed fotoboek heeft geleverd. Goede bindwijze en prima drukwerk waarin de scherpte optimaal is en natuurgetrouwe kleuren. Fotofabriek hanteert een prijsstelling die zeker kan concurreren met andere fotoboekleveranciers (ik heb drie andere vergeleken met Fotofabriek).

Neem desgewenst een kijkje op de website van de Fotofabriek

Klik hier als je de inhoud van het boek wilt inkijken.