Een postmoderne filosofische benadering

HET INDIVIDU, de Ander en de Menigte

Hans Loos kocht een poos geleden het boek. Tot mijn verrassing mailde hij een paar weken geleden een prachtige filosofische verhandeling over het boek. Ik heb hem gevraagd of ik de tekst als een externe blog mocht opnemen. “Dat was prima”, schreef hij me. Hans heel fijn en hartelijk bedankt!

Ik ben bijzonder gecharmeerd van een boek met straatfoto’s van Peter van Tuijl, met de titel: Het individu, de ander en de menigte. Dit boek toont straatfoto’s in zwart wit, waarbij de mens centraal staat. Bovenal echter zijn de foto’s gemaakt vanuit een postmoderne filosofische benadering.

Klik op de afbeelding als je enkele pagina’s uit het boek wilt bekijken. BLOGPOST abonnee krijgen € 4,00 korting op het boek). Bestel hier.

Uitgangspunten van de postmoderne filosofie

Filosofische denkers houden zich bezig met de fundamentele vragen naar waarheid over mens en wereld. Over zaken als het bestaan, de werkelijkheid, de rede, waarden, taal en het menselijk verstand. Sinds de oude Griekse filosofen zijn hun denkbeelden en conclusies steeds weer bijgesteld. Lange tijd was filosofie een zoektocht naar wijsheid door middel van rede, los van mythen. Met het recente postmoderne denken is echter een andere richting ingeslagen, van ratio naar een ethisch appel.

Postmoderne denkers stellen de mogelijkheid van absolute zekerheid ter discussie en benadrukken diversiteit, verschil, en de meervoudige interpretatie van de werkelijkheid. Hun visie op het postmodernisme bevat ook een heldere boodschap: de zin van het leven ligt in de ethiek, oftewel in het luisteren en handelen naar het appèl van de “Ander”. Buiten de waarneembare werkelijkheid, en het relativisme daarvan, bestaat er volgens hen een absolute werkelijkheid in relatie tot de mens. Dit is de basis van het ethisch appel ofwel: de ander roept mij op tot “rechtvaardigheid” (of solidariteit), en dat vertalen wij in cultureel bepaalde morele regels, normen en waarden. Concreet betekent dit dat ik verantwoordelijk ben voor het welzijn van de ander en dat appel van de ander moet tot uitdrukking komen in mijn verantwoordelijk handelen tegenover die ander. Het concrete antwoord op het ethisch appel is altijd relatief. In iedere situatie moet worden gezocht naar passende rechtvaardigheid.

Peter van Tuijl verwijst in zijn inleiding op het boek expliciet naar de postmoderne Franse filosoof Levinas, die zegt dat de medemens niet slechts een ander persoon is, maar verschijnt als een vreemde ander. Hij spreekt van het gelaat van de ander, als ontoegankelijk schepsel dat een appèl doet op mijn verantwoordelijkheid. 

Peter ziet de straat als een voortdurend bewegend organisme, het theater van de werkelijkheid. Hij ziet de spanning tussen het individu (de mens die zichzelf is), de ander (die ons ontroerd), en de menigte (die alles opslokt). Hij observeert wat er op straat toevallig gebeurt en nauwelijks is te voorspellen. Hij probeert het moment te pakken waarbij een persoon zich even los lijkt te maken en opvalt.

Peter is niet geïnteresseerd in wie die persoon is, dat is voor hem juist de fascinatie. Het gezicht valt op in de anonimiteit van de straat. In de woorden van Levinas: de ander als aanwezigheid die ons aanspreekt, ethisch uitdaagt en vraagt om erkenning, maar die we niet kunnen kennen. Het absolute versus het relatieve. De onbevangen ervaring van de werkelijkheid.  Ontmoetingen van mijzelf en de ander.

(aanvulling: Voor Levinas is het ontwijken van de blik van de medemens, het begin van alle geweld. In zijn essay Vrijheid en gebod uit 1969 schrijft hij: ‘gewelddadigheid en tirannie worden gekenmerkt door het feit dat ze datgene wat ze behandelen, niet in de ogen zien; of om het nauwkeuriger te zeggen: door het feit dat ze er helemaal geen gezicht aan ontdekken’. En hij concludeert: ‘Ik ben pas vrij in het gelaat van de Ander. Het hulpeloze gelaat van mijn medemens haalt me uit mijn zelfgenoegzaamheid. Het gelaat is zogezegd, het meest sprekende deel van de menselijke gestalte en bovendien het deel dat vrijwel altijd helemaal onbedekt is. De mens kan heel sterk worden aangesproken door dit ‘gezicht’).

De foto’s van Peter tonen de mens in het anonieme theater van de werkelijkheid, de straat.

Vanuit de postmoderne filosofie richt hij zijn camera op de mens: als ik verantwoordelijk ben voor het welzijn van de ander, wie is dat dan en waar vind ik haar of hem. Communicatie tussen mensen is doorgaans toevallig en de fotograaf houdt zich afzijdig.

Zijn fotografie is een vorm van documentaire en journalistieke fotografie, met kernprincipes:

  • Authenticiteit: Het vastleggen van echte, spontane momenten zonder poseren of aanwijzingen.
  • Eerlijke weergave: Het gaat om het tonen van de wereld zoals die is, inclusief de ‘ruwe’ kanten, kwetsbaarheid en chaos.
  • Verhaalvertelling: De foto’s vertellen samen een coherent verhaal, ondersteund door context, omgeving en emotie.
  • Onopvallendheid: De fotograaf blijft zoveel mogelijk op de achtergrond om de situatie niet te beïnvloeden.

Hans Loos / Januari 2026

Eén gedachte over “Een postmoderne filosofische benadering”

  1. Dank voor het publiceren van het verhaal van Hans Loos.
    Mooie aanvulling op de foto’s in jouw boek. Heel goed dat je actie hebt ondernomen het hier op te nemen. Vriendelijke groet en tot…..

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.